Analyse

MH17-onderzoeksteam richt pijlen op vertrouwelingen Poetin

MH17 Het team dat onderzoek doet naar de ramp met vlucht MH17 mikt nu op twee directe vertrouwelingen Russische president.

Het JIT, dat de MH17-ramp onderzoekt, wil meer weten over twee vertrouwelingen van president Poetin: FSB-baas Aleksandr Bortnikov, links van de president, en rechts minister van Defensie Sergej Sjojgoe.
Het JIT, dat de MH17-ramp onderzoekt, wil meer weten over twee vertrouwelingen van president Poetin: FSB-baas Aleksandr Bortnikov, links van de president, en rechts minister van Defensie Sergej Sjojgoe. Foto EPA

Opnieuw legt het Joint Investigation Team, het internationale team dat onderzoek doet naar de ramp met vlucht MH17, zijn kaarten op tafel. Uit het persbericht dat het JIT donderdag verspreidde, blijkt hóe hoog de politieke inzet van het onderzoek naar het neerhalen van vlucht MH17 eigenlijk is.

Het JIT richt zijn pijlen nu op twee naaste vertrouwelingen van president Vladimir Poetin: minister van Defensie Sergej Sjojgoe en de hoogste baas van de geheime dienst FSB, Aleksandr Bortnikov. Het onderzoeksteam wil weten of de twee „betrokken waren bij de inzet van een Boek-Telar (lanceerinstallatie) op 17 juli 2014 (de dag van de ramp).” In juni werden al vier personen aangeklaagd.

Lees ook ‘Deze mannen zaten volgens het JIT achter ‘MH17’

Hoger inzetten kan haast niet: Sjojgoe en Bortnikov zijn twee steunpilaren van het Poetin-regime. Beide functionarissen hebben zitting in de Veiligheidsraad van de Russische Federatie, waarin de belangrijkste beslissingen over de Russische binnenlandse en buitenlandse politiek worden genomen. Defensieminister Sjojgoe wordt zelfs regelmatig genoemd als mogelijke opvolger van president Poetin. Uit de zogeheten ‘getuigenoproep’ die het JIT gisteren naar buiten bracht, blijkt dat de onderzoekers van hoofdofficier Fred Westerbeke niet uit de heup schieten. Afgelopen zomer al publiceerde het onderzoeksteam een afgeluisterd telefoongesprek tussen Aleksandr Borodaj, de toenmalige ‘premier’ van de opstandige Volksrepubliek Donetsk en Vladislav Soerkov, een van Poetins adviseurs. Uit dat gesprek bleek volgens het JIT dat Moskou niet alleen financiële, maar ook militaire steun verleende aan de separatisten in Oost-Oekraïne. Borodaj ontkende dat desgevraagd bij hoog en laag. Maar in de getuigenoproep van donderdag onderbouwt het JIT de stelling dat het in feite Moskou is dat aan de touwtjes trekt in de oorlog in Oost-Oekraïne.

Lees ook: ‘MH17-onderzoek van Rusland zit vol met fouten en falsificaties’

Directe orders vanuit Rusland

Zo hebben verschillende getuigen tegenover het JIT verklaard dat de separatisten directe orders ontvingen vanuit Rusland. Die bewering wordt bevestigd door een groot aantal tapgesprekken dat nu online is gezet.

Zo bespreken Borodaj en Poetin-adviseur Soerkov op 3 juli 2014 de aanstelling van een nieuwe ‘minister van Justitie’ van de ‘Volksrepubliek Donetsk’.

Op 13 augustus 2014 belde Borodaj met Igor Girkin, die de militaire leiding had over de pro-Russische rebellen. „Het hele concept gaat veranderen”, zegt Girkin. „We zijn geen rijke veehouders meer, maar bedelaars.” De volgende dag namen zowel Borodaj als Girkin ontslag en keerden terug naar Moskou.

Het blijft niet bij toespelingen alleen. Uit de vrijgegeven tapgesprekken blijkt dat het de Russische geheime diensten waren die het militaire commando voerden. Als twee rebellencommandanten met de bijnamen ‘Mongool’ en ‘Sheriff’ met elkaar ruziën over de telefoon, zegt Sheriff: „We hebben direct (...) met Moskou. En we krijgen bevelen.”

„Ik krijg ook bevelen uit Moskou”, riposteert Mongool.

„Maar bij jullie, bij jullie is het de FSB toch?”

„Ja.”

„Bij ons is het de (militaire inlichtingendienst) GROe.”

Separatisten communiceerden niet alleen over de open telefoonlijn – die werd afgeluisterd door de Oekraïense geheime dienst. Volgens het JIT werden de rebellencommandanten ook gebeld via verbindingen die werden beveiligd via een ‘scrambler’. De mobiele nummers waren Russisch (+7) en alleen de laatste twee cijfers verschilden van elkaar – alsof ze afkomstig waren uit één stapeltje simkaarten. „Dat zijn speciale telefoons”, zegt commandant Aleksandr Doebinski in een afgeluisterd gesprek. „Ze komen uit Moskou, van de FSB.”

Bellen vanaf de Krim

Wie belden met de beveiligde mobiele nummers? Het JIT wil hier graag meer over weten. Maar de onderzoekers hebben genoeg reden om te denken dat hun onderzoek kan uitkomen bij de twee mannen die aan het hoofd staan van de geheime diensten FSB en GROe: Aleksandr Bortnikov en Sergej Sjogjoe. Beiden worden namelijk expliciet genoemd door de separatisten.

Op 17 juli 2014 belt een zekere Sergej Vorobjov vanaf de Krim naar het Russische mobiele nummer van een zekere ‘Vladmir Ivanovitsj’. Het gesprek gaat over een groep mannen die afreist naar Oekraïne – waarschijnlijk militairen. „Aksjonov (het hoofd van de Krim) heeft me uw nummer gegeven”, zegt Vorobjov. „Dat is zo afgesproken met Bortnikov.”

Dezelfde Sergej Vorobjov belt daarna nog eens, over de uitrusting die nodig is. „Ze hebben me gezegd dat het zal worden uitgegeven op bevel van iemand wiens naam met een ‘Sj’ begint.

„Geen idee, wie is dat?”

„Nou, Sjojgoe, Sjojgoe.”

De gesprekken die het JIT nu naar buiten heeft gebracht gaan niet over de Russische Boek-installatie die in de nacht van 13 op 14 juli 2014 vanuit Rusland naar Oekraïne werd getransporteerd en waarmee MH17 enkele uren later uit de lucht werd geschoten.

Lees ook: ‘Pseudo-ingenieurs verkochten onzin over MH17’

Maar dat wil niet zeggen dat de onderzoekers niet beschikken over concrete aanwijzingen voor de directe betrokkenheid van zowel Bortnikov als Sjojgoe: het JIT houdt zijn troefkaarten graag voor de borst.

Vooralsnog staat vast dat in maart van het volgend jaar het strafproces begint tegen vier verdachten (drie Russen en een Oekraïener), waaronder commandant Doebinski en Igor Girkin, de militaire leider van de separatisten.

De woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, Maria Zacharova, reageerde donderdag verbolgen en sprak van een „absurde situatie”. Maar Zacharova ging niet inhoudelijk in op wat het JIT naar buiten heeft gebracht. „Het oordeel is meteen al geveld”, zei ze.