Recensie

Recensie Vormgeving

Het paternalisme van de melkfles in Kanaleneiland

Tentoonstelling „Als deze fles in uw interieur past, dan is uw interieur in overeenstemming met onze tijd”, schreef Goed Wonen halverwege de vorige eeuw. Aan die raad hadden Kanaaleilanders geen boodschap, blijkt op de expo ‘Dromen in beton’.

De expositie ‘Dromen in beton’ in Centraal Museum Utrecht gaat over de levensloop van de wijk Kanaleneiland en winkelcentrum Hoog Catharijne.
De expositie ‘Dromen in beton’ in Centraal Museum Utrecht gaat over de levensloop van de wijk Kanaleneiland en winkelcentrum Hoog Catharijne. Foto Angeliek de Jonge

Een kolossale kast van zo’n vijf meter hoog en dertig meter lang is het eerste waar je tegenaan loopt op de tentoonstelling Dromen in beton over de wijk Kanaleneiland en winkelcentrum Hoog Catharijne. In elk van de 45 vakken van de gigakast staan stoelen, tafels, lampen, kledingstukken en andere gebruiksvoorwerpen uit de jaren vijftig, die bijna allemaal zijn ontworpen door bekende modernistische vormgevers als Mart Stam, Gerrit Rietveld en Arne Jacobsen. In vak 17 bevindt zich de simpele melkfles met brede hals uit 1948 van een anonieme ontwerper, die elke 50-plusser kent uit zijn jeugd. Dit is de fles waarover de Stichting Goed Wonen in haar gelijknamige tijdschrift schreef: „Als deze fles in uw interieur past, dan betekent dit dat uw interieur in overeenstemming is met onze tijd, en dat uw interieur goed is.”

De boodschap van de melkfles voor de eerste bewoners van Kanaleneiland was duidelijk: als ze de moderne meubels van fabrikanten als Pastoe en Gispen aanschaffen, passen hun interieurs bij hun nieuwe woning. Want met 7.500 woningen voor 30.000 bewoners was Kanaleneiland de eerste grote nieuwbouwwijk van Utrecht die volgens de modernistische beginselen van ‘licht, lucht en ruimte’ werd gebouwd.

Maar aan de raad van de smaakpolitie van Goed Wonen hadden de meeste bewoners van Kanaleneiland geen boodschap, zo blijkt op Dromen in beton. De dure modernistische meubels bleven iets voor een elite. Wel waren bijna alle Kanaaleilanders, grotendeels afkomstig uit de overbevolkte Utrechtse binnenstad, blij met hun woningen in de frisse nieuwe wijk waar de flats veelal in evenwijdige stroken stonden opgesteld.

Interieur in de expositie ‘Dromen in beton’. Foto Angeliek de Jonge

Winkelhart van Nederland

Vijf jaar na het begin van de bouw van Kanaleneiland in 1957 nam de Utrechtse gemeenteraad het plan van projectontwikkelaar Empeo aan voor de bouw van Hoog Catharijne. Hoewel het monumentale spoorwegstation van Sybold van Ravensteyn en de buurten daaromheen moesten wijken voor de op Amerikaanse leest geschoeide shopping mall onder kantoor- en woningblokken, was er nauwelijks verzet tegen de komst van het ‘winkelhart van Nederland’. Het geloof dat de opkomst van de auto ‘cityvorming’ van oude Nederlandse steden onvermijdelijk maakte, was toen wijdverbreid onder stedenbouwers én stadsbestuurders – en aan de bewoners van de te slopen wijken werd niets gevraagd.

Maar na 1965 verdween, net als in de rest van Nederland, ook in Utrecht de consensus over de noodzaak van de sloop van oude binnenstad, zo laat Dromen in beton zien aan de hand van film- en en journaalfragmenten. Vooral jonge babyboomers begonnen zich te verzetten tegen de bouw van wat ze het „monument van het consumentisme” noemden. De opening van Hoog Catharijne ging in 1973 ten slotte gepaard met grootscheepse rellen. Inmiddels had de gemeente de plannen voor de sloop van andere delen van de Utrechtse binnenstad al afgeblazen.

‘Dromen in beton’. Foto Angeliek de Jonge

De ontworsteling aan het paternalisme van de melkfles ging hand in hand met een verandering van stijl, zo is nu mooi te zien in het Centraal Museum. Vlakbij een maquette van Hoog Catharijne, die nog eens duidelijk maakt hoe megalomaan het winkelhart van Nederland is, staan meubels en hangen kledingstukken van omstreeks 1970. De rechtlijnige Goed Wonen-meubels van hout en staal waren in de loop van de jaren zestig veranderd in organische, plastic zitsculpturen, zo blijkt, en de frisse kleuren van de wederopbouwtijd hadden plaatsgemaakt voor het bruin, oranje en paars van het ruimtevaarttijdperk.

Zo sterk en concreet als het eerste deel is van Dromen in beton, zo zwak is het tweede deel, over de neergang en opkalefatering van Kanaleneiland en Hoog Catharijne. Onder meer video’s en tientallen lange stroken papier met krantenkoppen die aan een plafond zijn gehangen, schetsen hier op impressionistische wijze hoe Kanaleneiland in de jaren tachtig en negentig een probleemwijk werd en ook Hoog Catharijne, met junkies en zwervers in de spelonken van de betonkolos, zo zijn problemen kreeg. Nog vager blijft wat nu de resultaten zijn van de vernieuwingen van Kanaleneiland en Hoog Catharijne in het afgelopen decennium. Wie daar een indruk van wil krijgen, is aangewezen op het gelijknamige magazine van ‘Dromen in beton’.