Gedupeerde ouders hebben recht op compensatie na toeslagenaffaire

Een „structureel vooringenomen houding” bij de Belastingdienst leidde ertoe dat een groep ouders hun kinderopvangtoeslag kwijtraakten. Zij hebben recht op schadevergoeding, stelt een adviescommissie donderdag.
Het kantoor van de Belastingdienst in Den Haag.
Het kantoor van de Belastingdienst in Den Haag. Foto Bart Maat/ANP

De Belastingdienst was te streng voor honderden ouders die kinderopvangtoeslag hadden aangevraagd. Een adviescommissie onder leiding van oud-minister Piet Hein Donner sprak donderdag bij de presentatie van een interim-rapport over de toeslagenaffaire van „een structureel vooringenomen houding” van de fiscus. Gedupeerde gezinnen hebben recht op een schadevergoeding, luidt het advies aan het kabinet.

Het besluit van de Belastingdienst om in 2014 het voorschot op de kinderopvangtoeslag stil te zetten bracht sommige van de circa driehonderd gezinnen in „een financiële nachtmerrie”. Gedupeerden moesten soms tienduizenden euro’s terugbetalen. „Welgemeende excuses volstaan niet”, concludeert de commissie. De fiscus moet de onterecht ingetrokken toeslagen terugbetalen en de ouders compenseren voor materiële schade, een kwart van het misgelopen bedrag. Ook geleden immatriële schade - stress, ongemak en onzekerheid - en juridische kosten moeten vergoed worden.

Lees ook: Somber en blut door fouten met kinderopvangtoeslag

‘Bestuurlijk klimaat’

Staatssecretaris Menno Snel (Belastingdienst, D66) erkende afgelopen zomer dat de Belastingdienst inderdaad onrechtmatig had gehandeld en maakte excuses voor de fouten. Hij vroeg daarna om advies over een passende oplossing voor de betrokken ouders.

Die adviescommissie oordeelde donderdag streng over het optreden van de Belastingdienst in de zogenoemde ‘CAF-11 zaken’ rond driehonderd ouders die ingeschreven stonden bij het Eindhovense gastouderbureau Dadim. De commissie sprak over „de vooringenomen wijze” waarop de toeslagaanvragen van deze ouders onderzocht en beoordeeld werden. „Zij werden vanaf het begin gezien en behandeld als vermoedelijke fraudeurs, hoewel hun persoonlijk handelen daar geen aanleiding toe gaf.”

De fiscus werd „in die tijd gevoed werd door een politiek en bestuurlijk klimaat waarin fraudebestrijding voorop stond”. Dat had tot gevolg dat ambtenaren „ook maar de geringste tekortkomingen” in de administratie van de ouders aangegrepen om de kinderopvangtoeslag in te trekken of terug te vorderen.

Bezwaarprocedures duurden vervolgens lang en gedupeerden kregen zelden gelijk, oordeelt de commissie-Donner. „Ouders kregen geen duidelijke informatie over wat er van hen werd verwacht en kregen geen kans om onregelmatigheden te herstellen, zodat zij nauwelijks aan deze ‘zero tolerance’ aanpak konden ontsnappen.”

Staatssecretaris Snel komt „op zeer korte termijn” met een reactie op het advies, meldt persbureau ANP. De Belastingdienst is van plan de aanbevelingen over te nemen.