Recensie

Recensie

De Renault Zoe is een fijn, wendbaar, voelbaar sneller autootje

Autotest De Zoe bekoort met zijn comfort, de kleine draaicirkel is ideaal en hij stuurt gracieus precies, schrijft .
Bas van Putten met de Renault Zoe R135 Edition One in Leusden.
Bas van Putten met de Renault Zoe R135 Edition One in Leusden. Foto Merlijn Doomernik

Een nieuwe Zoe met nieuwe looks. De brochure – ‘meer karakter dan ooit’ – blaast hoger van de toren dan de stroomdwerg zelf, die als vanouds beschaafd-verlegen uit zijn voortaan led-omlijste oogjes kijkt. Maar vanaf nu heeft hij ballen. Dit wordt de eerste Zoe met een volwassen uithoudingsvermogen en een 50 kW-snellader. De actieradius stijgt met een nieuwe 52 kWh-batterij naar 395 kilometer, voor de geteste 135 pk-versie naar 385. Op papier dan. In de kleine lettertjes met beperkende voorwaarden in de sfeer van rijstijl en weersomstandigheden voel je de bui al hangen. Die fabrieksopgaven haal je alleen bij 25 graden en geen zuchtje wind.

EV’s beoordeel je anno 2019 niet meer op hun goede bedoelingen. Enige marge wil ik door de vingers zien, maar 350 kilometer moet hij halen. Naast de superieure Koreanen en aanstaande concurrenten als de VW ID.3 zal mijn top-Zoe voor 38.000 euro marktconform moeten presteren. Als voorheen kan het bij Renault wel goedkoper. Voor tienduizend minder heb je hem met een huurbatterij die je afhankelijk van je kilometers tussen 74 en 124 euro per maand kost. Blijft staan dat de goedkoopste ID.3 met een toegezegd bereik van 355 kilometer er straks voor dertigduizend is en vierhonderd de nieuwe norm wordt.

Na de eerste rit van 175 kilometer heb ik 156 van de beloofde 348 kilometer over, waarmee de auto goed zou moeten zijn voor 331 reële kilometers. Het resultaat van de eerste laadsessie bevestigt de prognose: 327 kilometer. De voor het batterijrendement ongunstig lage buitentemperatuur van 12 graden levert helaas optimale testcondities op; het is ongeveer de gemiddelde jaartemperatuur in Nederland. Vervolgens, nu met 339 kilometer actieradius, een rit van 170 kilometer op een kille, winderige dag. Bij aankomst 115 over, waarmee het bereik onder de 300 zakt, niet veel beter dan de vorige test-Zoe met fors kleinere 41 kWh-accu. Functioneert hij naar behoren? Zulke afwijkingen van de WLTP-norm maak ik zelden mee. Tesla’s, Kia’s en Hyundais presteren aanzienlijk minder seizoengevoelig. Met 24 procent batterijreserve bereik ik het Fastned-laadstation voor de snellaadvuurproef. Daar stroomt het minder vlot dan Renault belooft, maar 17 kWh in 33 minuten – theoretisch goed voor 100 kilometer – is verdienstelijk, al fluctueren bij Fastned de laadsnelheden behoorlijk. Het is ook weleens 13.

Wie niet dagelijks half Nederland doorkruist, is met de Zoe goed bediend. Het is een fijn, wendbaar, voelbaar sneller en stiller autootje geworden. De kleine draaicirkel is ideaal en hij stuurt gracieus precies. De aan de topmodellen voorbehouden Bose-stereo verdient het predicaat cum laude.

Pietepeuterige fliebertjes

Wat de verkeersbordherkenning meent te herkennen is een raadsel. In 130 km-zones geeft het display halsstarrig maximumsnelheden van 70 en 90 aan. Bij inhalen op de snelweg niet vergeten de eco-stand uit te schakelen, die de auto op 100 begrenst maar de snelheidslimiet na het vloeren van het stroompedaal niet automatisch opheft, linke boel. Dan trap je je het lazarus voor niks, terwijl de echte mannen in je achteruitkijkspiegel angstaanjagend snel naderen. Bovendien moet de cruise control na elke switch van eco naar normaal en andersom opnieuw worden geactiveerd. Ergerlijk zijn de handgrepen van de achterdeuren; pietepeuterige, plastic fliebertjes die je voor het ontgrendelen moet opwippen met de motoriek van een fijnschilder. Troost schenkt het elektronische scifi-geluid waarmee de Zoe tot 30 kilometer per uur voorbijgangers waarschuwt voor zijn komst. Bij gas loslaten zinkt het ontroerend naar de laagte als de weeklacht van een goedaardige maar levensmoede alien.

De menuvoering van het multimediasysteem is op hoofdlijnen helder, op detailniveau onpraktisch. Het navigatiesysteem geeft, zoals in veel EV’s, een lijst met oplaadpunten onderweg. Ze opsporen is een hele toer. Op het touchscreen, dat je zonder enig houvast voor je rechterhand uit de losse pols moet bedienen, eerst ‘bestemming’ aanvinken. Vervolgens kies je Points of Interest, aansluitend ‘EV-laadpunten’. Daarna een keuzemenu: laadpalen in de buurt, rond de plaats van bestemming of op de route. Fijn. Het zijn er alleen zo radeloosmakend veel dat scrollen in een rijdende auto een bezoeking wordt. Renault maakt bovendien geen haast met de online-verversing van het aanbod. Een eenmaal uitgerolde palenlijst blijft kilometers hangen.

De Zoe bekoort met zijn comfort en handzame formaat. De vergelijkbaar dure Hyundai Ioniq, die met een veel kleinere batterij even ver komt, prijst hij helaas niet uit de markt. En dat had wel gemoeten.