Foto Frank Ruiter

Interview

De man die even dood was: ‘Ik durf kwetsbaarder te zijn, ook tegenover mijn vrienden’

Lunchinterview Fokke Obbema (57) ging na zijn hartstilstand op zoek naar de zin van het leven. „Ik kom telkens weer uit bij de verbinding met de ander.”

Fokke Obbema (57) bestelt een caesarsalade, een grote. Bij een ander zou je er niet veel van denken, maar bij hem wel, want dit is de man die even dood is geweest en daar een angstaanjagend verhaal over heeft geschreven, in de Volkskrant, waar hij werkt als journalist, en in een boek, De zin van het leven, met daarin ook de veertig vraaggesprekken die hij na zijn redding voerde over de essentie van het bestaan. Filosofen, biologen, theologen, psychologen. Een sterrenkundige, een dichter, een bergbeklimmer, een vogelexpert. Het boek was na publicatie, een week of wat geleden, meteen een bestseller.

Zaterdag 1 april 2017, rond één uur in de nacht: het hart van Fokke Obbema stopt met kloppen. Daarna stopt ook zijn ademhaling. Eén harde snurk nog en dan – stilte. Het zou zeker zijn einde zijn geweest als zijn vrouw niet naast hem had gelegen, wakker nog. Zij belt 112 en binnen de kortste keren staat hun slaapkamer op vier hoog vol politiemensen, brandweerlieden en ambulancebroeders. De kraanwagen om hem naar buiten te takelen is al onderweg. „Prachtland”, zal hij later noteren. Lang verhaal kort: hij wordt met succes gereanimeerd en na veertig uur coma op de intensive care van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam-Oost ontwaakt hij tegen alle verwachtingen in weer als de Fokke Obbema die hij was, en niet als kasplant.

Is hij, vraag ik, sindsdien gezonder gaan eten? „Ik at al gezond, want Carine” – zo heet zijn vrouw – „was daar altijd al van en zoals dat gaat in een gezin, dan ga je erin mee. Maar ik eet nu nog gezonder, ja. Alles om te voorkomen dat dit nog een keer gebeurt.”

Al is de kans daarop minimaal, zeggen de artsen die hem behandeld hebben, kleiner dan gemiddeld zolang hij zijn pilletjes slikt. En de gemiddelde kans ís al klein. Hij krijgt bloedverdunners en cholesterolverlagers, en in zijn voorheen min of meer dichtgeslibde kransslagaders zitten drie stents die de boel openhouden. Maar, zegt hij, zolang niemand hem precies kan vertellen wat de oorzaak van zijn hartstilstand is geweest – iets in de genen, pech of nog wat anders – neemt hij het zekere voor het onzekere. Dus drinkt hij geen alcohol meer en beweegt hij veel. Hij probeert stress te vermijden, want dat geldt ook als een risicofactor. Maar zei een arts niet tegen hem dat stress ‘gelul’ is? Dat een mens dáár geen hartstilstand van krijgt? „Daar ben ik het niet mee eens. Andere artsen zeggen dat stress nooit goed is. Voor mij was het in elk geval de enige risicofactor die op mij van toepassing was. En ik ben er na die gebeurtenis gevoeliger voor geworden, ik weet niet goed waarom. Misschien door de gebeurtenis zelf. In je slaap door de dood overvallen worden, dat kan dus. Of misschien ben ik me er nu gewoon bewuster van. Voorheen duwde ik elke gedachte aan stress weg. Ik was een hardwerkende journalist met een gezin, ik keek niet veel naar binnen. Dat doe ik nu wel.” En dan ziet hij? „Een man die stress probeert te reduceren door controledwang. Afgelopen week waren we met het gezin naar Engeland, wandelen en zo. Voor mij moet alles dan van tevoren vastliggen. De route, waar we slapen, waar we eten, alles. Niks bonnefooi. Dat had ik vroeger echt veel minder.”

Altijd gericht op presteren

Een slanke man, op het magere af, sportief. De dag voor de hartstilstand had hij zeventig kilometer geracefietst. Hij was strak afgesteld, zoals hij het noemt, en altijd gericht geweest op presteren. „Als kind was het de manier om liefde van mijn ouders te krijgen.” Moeder: docent Nederlands op een gymnasium. Vader: specialist in Middeleeuwse handschriften en hoogleraar. Hij wilde dat zijn zoon ook de wetenschap in ging en had de route voor hem uitgestippeld: na zijn studie rechten in Amsterdam voor nog een master naar Parijs en Londen, en dan door naar Florence om te promoveren.

Maar na Parijs koos Fokke Obbema voor een master international journalism in Londen. „Dat gaf wel wat spanning”, zegt hij. „Ik weet nog dat ik het mijn vader vertelde toen hij net zijn inaugurele rede had gehouden. Ik stond in de rij om hem te feliciteren en toen ik aan de beurt was zei ik: By the way…” En? „Hij deed er eigenlijk heel fideel over, supportive. Hij had de draai snel gemaakt.”

Nu kerk en ideologie die niet meer bieden, gaan mensen het in dit soort persoonlijke verhalen zoeken

Fokke Obbema

In 1991 begon Fokke Obbema bij de Volkskrant en in 2002 werd hij correspondent in Frankrijk. Zijn gedroomde baan, maar wel hard werken om, zoals hij zegt, zijn bestaan daar te rechtvaardigen. Zo zit hij nou eenmaal in elkaar. Bij zijn terugkeer, in 2007, met vrouw en dochter en een tweede dochter op komst, had hij bedacht dat hij over zingeving wilde schrijven. „Ik was 45, midden in mijn leven en ik dacht: wat interesseert me nu het meest? Toch de existentiële vragen. En de krant liet die volledig liggen.”

Hij naar Pieter Broertjes, de hoofdredacteur. „Die zei: ontzettend leuk idee, maar we hebben een chef economie nodig. Dus brave soldaat die ik ben, is het dat geworden.” Een jaar later brak de kredietcrisis uit, weer hard werken. In 2010 solliciteerde hij naar de baan van Pieter Broertjes, want die ging weg. „Het werd Philippe Remarque en ik kreeg een regeling waardoor ik een boek over China en Europa kon schrijven.” En de zin van het leven? „Die was voor mij alle bordjes in de lucht houden. Je zit in de fase met jonge kinderen, je vrijheidsgraden zijn klein en je probeert controle over je leven te houden. En in die controle was ik nogal afstandelijk.” Waarmee hij bedoelt, zegt hij, dat hij niet het diepere contact met de mensen om zich heen zocht en er vaak niet echt voor hen was, altijd half of helemaal met zijn hoofd bij zijn werk. „Geen zwakte laten zien, weinig emotie. Ik praatte er wel over, maar bij wijze van spreken achter een scherm.”

En hij had een hartstilstand nodig om dat te veranderen? „Veranderingen zijn altijd gradueel. Het is niet zo dat ik nu de hele tijd met een neergeklapt scherm door de wereld loop en overal voor opensta. Maar in mijn beleving is er wel een verschil, ja. Ik durf kwetsbaarder te zijn, ook tegenover mijn vrienden. Het hoeft niet alleen maar over successen te gaan, of over de vakantie in Toscane en hoe lekker de witte wijn was. De pijnlijke dingen mogen benoemd worden. Claartje Kruijff” – predikant, een van de veertig geïnterviewden – „legde me op een fijne manier uit waarom dat werkt. Zij zegt dat de kwetsbaarheid van het bestaan die ik gevoeld heb eigenlijk de kracht is van het bestaan. We zijn geneigd ervan weg te bewegen, maar het besef van kwetsbaarheid is essentieel, zegt zij, om tot diepere vormen van verbinding met anderen te komen. Ik vond dat heel inzichtgevend. Voor haar is verbinding de zin van het leven. Een betekenisvolle schakel zijn in het grotere geheel.”

Duizend e-mails

En kijk wat die openhartigheid over de stress en onzekerheid na zijn redding hem heeft opgeleverd. Niet alleen betere gesprekken met zijn vrienden – zelf noemt hij het „meer vrouwelijke” gesprekken – maar ook krankzinnig veel reacties van zijn lezers. Wel duizend mails kreeg hij nadat zijn verhaal in de krant had gestaan, mensen klampten hem aan bij de bakker. Dat had hij in de vijfentwintig jaar daarvoor nog nooit meegemaakt, een stuk dat zoveel losmaakte. Of überhaupt iets losmaakte. Bij de voorleesavonden in boekhandels en bibliotheken die hij nu houdt over De zin van het leven krijgt hij verhalen over twijfel en verdriet te horen, over eenzaamheid en doodsangst, en over de troost die zijn boek biedt. „Vorige week in Den Bosch kwam er vijf minuten voor ik het podium op moest een gepensioneerde huisarts naar me toe en die zei trillend van emotie dat hij door de interviews het laatste puzzelstukje had gevonden in zijn zoektocht naar antwoorden op zijn levensvragen. Daar wilde hij me voor bedanken.” En wat het hem zegt is dit: dat er bij de mensen een enorme behoefte aan houvast is. „Nu kerk en ideologie die niet meer bieden, gaan mensen het in dit soort verhalen zoeken. Persoonlijke verhalen, die stof tot nadenken geven.”

Daar zit in zijn boek ook het verhaal bij van de schrijver A.L. Snijders, die beroemd werd met het zelfgecreëerde literaire genre van het ZKV (Zeer Korte Verhaal). Hij zegt dat het leven absoluut geen zin heeft en citeert de schrijver Nabokov: het is een klein spleetje licht tussen twee eeuwige perioden van duisternis. Voor de Russische celbioloog Anna Akhmanova is de zin van het leven niet meer dan dit: voortplanting. Het doorgeven van genen aan de volgende generatie, voor zover het over leven op aarde gaat. „Je zou ook nog iets kunnen uitzoomen”, zegt ze, „en het over de overdracht van informatie kunnen hebben, met als doel een vergelijkbare structuur te maken. Een genenpakket is uiteindelijk niets anders dan een pakket informatie.”

Hoe denkt Fokke Obbema er zelf over? Wat is de zin van het leven? „Die vraag is me afgelopen tijd vaak gesteld, soms op jolige toon. Alsof je daar zomaar even een antwoord op hebt. Joke Hermsen noemt het in mijn boek de oudste filosofische vraag van de mens. Het korte antwoord is dat ik het niet weet. Maar ik vind het nuttig de vraag te blijven stellen, omdat je het dan over essentiële zaken met elkaar kunt hebben.” En dan zegt hij? „Dat ik ‘zin’ liever vervang door ‘betekenis’, want ‘zin’ veronderstelt een hoger doel en ik denk niet dat dat er is.”

Aha. Wat de filosoof Sanneke de Haan dus ook zegt in zijn boek. „Ja, en daar ben ik het mee eens. Je moet je afvragen wat je leven betekenisvol maakt en dan kom ik weer op de verbinding met de ander.” En wat is verbinding dan? Is dat niet wat abstract? „Dat vindt Carine ook. Zij zegt: je bedoelt liefde, zeg dat dan gewoon.”