Analyse

De economie weerstaat de mondiale krachten

Conjunctuur Ondanks het slechte internationale handelsklimaat blijft de Nederlandse economie het goed doen. Het gaat zo slecht nog niet.

De Nederlandse economie blijkt goed bestand tegen alle dreigingen die opdoemen.
De Nederlandse economie blijkt goed bestand tegen alle dreigingen die opdoemen. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

De minst geliefde hoogconjunctuur ooit blijft maar aanhouden. De Nederlandse economie groeit, van kwartaal op kwartaal, nu al 5,5 jaar onafgebroken. Gerekend van jaar op jaar is de groeireeks zelfs nog iets langer: sinds het tweede kwartaal van 2013, dus meer dan zes jaar.

Donderdag kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek met de jongste cijfers voor het derde kwartaal van 2019: een groei van 0,4 procent van kwartaal op kwartaal, en 1,9 procent op jaarbasis. Ofwel: 1,7 procent als rekening wordt gehouden met de extra werkdag die het kwartaal vergeleken met vorig jaar had.

Dat is niet laaiend goed, maar ook zeker niet slecht. De kruissnelheid van de economie, de zogenoemde ‘potentiële groei’ wordt doorgaans geschat op rond de anderhalf procent.

Lees ook: Economie blijft het goed doen ondanks Brexit en handelsoorlogen

Bestand tegen oorlog

De Nederlandse economie blijkt goed bestand tegen alle dreigingen die opdoemen. De internationale handelsoorlog die door de Amerikaanse regering-Trump is ontketend is er één van. Dat conflict vindt niet alleen plaats met China, maar op de achtergrond smeult ook de strijd die het Witte Huis met de Europese Unie aanbond.

Daarnaast vreet Brexit aan het vertrouwen van het bedrijfsleven. Zeker omdat het proces van afscheid tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie nu al zo lang duurt. De uitkomst daarvan is tegelijkertijd ongewis. Lange tijd bestond er een kans dat Brexit niet door zou gaan. Dat lijkt, met de Britse verkiezingen van december in het vooruitzicht, nu een gepasseerd station. Maar de aard van Brexit: hard, zacht of alles daartussen, is nog steeds een open vraag.

Het zal zeker hebben bijgedragen aan de ‘industriële recessie’ die Nederland dit jaar doormaakte, waarbij de industriële productie sinds februari elke maand daalde. Dat was per september over, zo bericht het CBS. Voor het eerst groeide de productie weer, met 1 procent op jaarbasis.

Stemming redelijk positief

De stemming onder ondernemers is nog steeds per saldo positief, met een score van 6,6 als saldo van positieve en negatieve antwoorden op vragen over de bedrijvigheid.

Maar waar handel een vertrouwensscore van 8,5 laat zien, toont de industrie slechts 3,6. Uitschieter naar boven is overigens de bouw (15,3, maar wel vóór de stikstofcrisis) en ook zakelijke dienstverlening en informatie en communicatie scoren bovengemiddeld. De consumptieve bestedingen van overheid en burgers deden het in het afgelopen kwartaal beter dan de investeringen.

De Nederlandse uitvoer groeide de afgelopen kwartalen gemiddeld wat minder hard dan de invoer. Dat hoeft, gezien het handelsoverschot, niet te betekenen dat dit ten koste gaat van de economische groei. Toch lijken, alles bij elkaar opgeteld, de op het binnenland gerichte sectoren op dit moment het sterkst.

Alles bij elkaar opgeteld lijken de op het binnenland gerichte sectoren op dit moment het sterkst

De stemming van consumenten leek even af te stevenen op een ravijn: in januari van dit jaar duikelde het consumentenvertrouwen van een saldo van 9 naar 1. Maar na een dieptepunt van -4 in maart schommelt het nu rond de nul.

Dat kan te maken hebben met de blijvend sterke arbeidsmarkt. Het CBS berichtte donderdag dat de werkloosheid weliswaar iets is opgelopen, van 3,3 procent naar 3,4 procent, maar dat dit vooral komt omdat meer mensen naar een baan zijn gaan zoeken. ‘Volledige werkgelegenheid’ is er niet. Maar de instroom van voormalig inactieven - om wat voor reden dan ook - naar de arbeidsmarkt wijst op de huidige krapte.

Al kunnen er geen al te grote conclusies worden getrokken, de combinatie van relatief sterke consumptie en een op het binnenland gerichte bedrijvigheid lijkt goed te passen in het huidige internationale klimaat.

Ook Duitsland beter

Dat geldt in zekere zin ook voor Duitsland. Dat scheerde in het afgelopen kwartaal langs een recessie. De economische groei in het tweede kwartaal is inmiddels omlaag bijgesteld van -0,1 procent naar -0,2 procent. Maar in het derde kwartaal bleek de consument ook hier de redder, en voorkwam dat de economie opnieuw kromp. Er bleek een kleine groei te zijn geweest van 0,1 procent van kwartaal op kwartaal. Voor juichen is het te vroeg: zulke kleine percentages vallen ruim binnen de foutmarges.

Toch valt vooral op hoe lang de huidige hoogconjunctuur al duurt, in contrast met de argwaan die sinds de financiële crisis nog steeds sluimert. Het idee dat recessie ook normaal en mild kan zijn, en niet automatisch weer even dramatisch als destijds, lijkt moeilijk te verdringen. Ook al was er al weer een recessie in 2012, die inderdaad gematigd bleek. Het kan te maken hebben met de nieuwe toestand van lage inflatie en lage rentes waarin de Westerse economie verzeild is geraakt, en met het monetaire beleid dat ongekend soepel is. Aan die sfeer van kunstmatigheid lijkt moeilijk te ontsnappen, en dus ook aan de angst dat als het allemaal fout gaat, het ook flink fout gaat. Maar intussen groeit de welvaart al een jaar of zes, en is vrijwel iedereen die werk wil ook aan het werk. Het kan slechter.