Caribische vibes tegen novemberblues

Janneke kookt Deze week Arepa de pampuna, oftewel: pannenkoekjes met pompoen.

Foto Merlijn Doomernik

Vorige week bespraken we de 50 mooiste, fijnste, lekkerste kookboeken die het afgelopen jaar verschenen. Dat wil zeggen: verschenen in het Nederlands. Het boek waar ik vandaag met u uit wil koken viel buiten de boot omdat het Engelstalig is. Maar het is wel geschreven en uitgegeven door een Nederlandse.

Helmi Smeulders verhuisde 20 jaar geleden naar Curaçao, hing daar haar baan als advocaat aan de palmbomen en startte een cateringbedrijf. In het begin kookte ze vooral mediterrane gerechten, smaken waaraan ze gewend was. Maar gaandeweg ontdekte ze hoeveel het eiland zelf te bieden heeft. Tropisch fruit, inheemse groente en spartelverse vis te over. Sindsdien heeft ze zich toegelegd op de Caribische keuken, of eigenlijk op het heruitvinden daarvan.

Island Vibes, The Joy of Caribbean Cooking, is Smeulders’ tweede boek. Het doet het internationaal gezien hartstikke goed. Alleen in Nederland kent bijna niemand het. Vandaar dit stukje. Omdat we allemaal wel een beetje Caribische vibes kunnen gebruiken in deze steeds donkerder wordende dagen. Eat that, novemberblues!

Wat zullen we er eens uit maken? Bitterballen van wilde duif misschien? (Op Curaçao komen veel zogenaamde Alablanca-duiven voor; je ziet ze zelden op de kaart van restaurants, maar thuis belanden ze wel degelijk in de pannen,) Johnnycakes met gebakken vis? (Johnnycakes zijn gefrituurde broodjes, een klassieke zondagochtendtraktatie op Curaçao.) Geitenburgers met papayaketchup? (Voor wie het eiland bezoekt: de beste geitenburgers schijn je te kunnen eten bij Toko Williwood in Sint Willibrordus.)

Of gaan we voor iets zoets? Keuze genoeg. Piña colada. Mangocheesecake. Kokosmacarons. IJs van dulce de leche. Dikke wafels met bakbanaan in het beslag. Pannenkoekjes met pompoen. Ah, kijk, die moesten het maar worden. Arepa de pampuna; toen ik ooit zes weken op Curaçao verbleef kon ik er geen genoeg van krijgen. Smeulders maakt ze lekker spicy met piment, kaneel en gember. Er kunnen volgens haar eventueel ook nog rozijnen door het beslag. En een tip van mijzelf: eet ze met dadelsiroop. Die is een beetje rins, zoals appelstroop, en geeft wat tegenwicht aan het zware en zoete van de pannenkoekjes.

Arepa de pampuna

Voor ongeveer 16 pannenkoekjes

450 g pompoenvruchtvlees, in blokjes; 1 el olijfolie; 350 ml volle melk; 1 ei; 2 el kokosolie, gesmolten; 2 el natuur- of wittewijnazijn; 250 g bloem, gezeefd; 60 g blonde basterdsuiker; 2 tl bakpoeder; 1 tl baksoda; 2 tl gemalen kaneel; 1 tl tl gemalen piment; 1 tl gemalen gember; ½ tl zout; om in te bakken: boter;

voor het serveren: honing, poedersuiker of dadelsiroop

Verwarm de oven voor op 175 graden. Hussel de pompoenblokjes met olijfolie, spreid uit over een bakplaat en bak ze 40 – 45 minuten, of tot ze zacht zijn. Pureer tot een gladde puree en laat afkoelen.

Meng in een kom de pompoenpuree met de melk, het ei, de kokosolie en azijn. Meng in een andere kom de bloem, suiker, het bakpoeder, de baksoda, de specerijen en het zout.

Doe het meelmengsel bij het pompoenmengsel en schep om tot een glad beslag. Verhit een koekenpan met antiaanbaklaag op middelhoog vuur. Laat een klontje boter smelten en bak hierin kleine, dikke pannenkoekjes.

Bak ze 2 à 3 minuten per kant. en houd ze warm onder een theedoek terwijl u de rest bakt. Serveer met honing en poedersuiker, en/of met dadelsiroop dus.