Opinie

Beiroet

Mirjam de Winter

In Rotterdam kunnen we dan wel mopperen op het afvalbeleid en de overvolle afvalcontainers, maar dan heb je Beiroet nog niet gezien. Terwijl ik dit stukje schrijf op een bloedheet balkon van een Rotterdamse vriend in het centrum van de Libanese hoofdstad, is de stank van rottend afval ondraaglijk. Het komt van een verderop gelegen vuilnisbelt, vertelt mijn gastheer. Een geur die volgens hem nooit zal wennen en datzelfde geldt wat hem betreft voor de stad én haar inwoners. „Deze stad is verrot”, zegt hij verbitterd. Na drie jaar Beiroet heeft hij besloten zijn baan op te zeggen en terug te keren naar Rotterdam, de stad waar zijn hart ligt, maar waar hij zich inmiddels misschien een wat al te idyllisch beeld van heeft gevormd, zo waarschuw ik.

Ik bezoek hem, samen met een vriendin, terwijl hij letterlijk de dagen aan het aftellen is. De reis was bijna niet doorgegaan vanwege de onrustige situatie in Libanon, waar al wekenlang massaal wordt gedemonstreerd tegen de corrupte regering en overheid. Overal bivakkeren demonstranten in tentjes en blokkeren ze belangrijke gebouwen. Banken zijn gesloten, pinautomaten worden nauwelijks bijgevuld en de belangrijkste winkelstraten zijn uit angst voor plunderingen afgesloten met prikkeldraad en legertanks. Toch is de sfeer gemoedelijk en zijn de demonstranten hoopvol over wat zij het begin van een revolutie noemen.

Wanneer we met onze vriend door de stad wandelen, wat overigens een levensgevaarlijke bezigheid is, zoeken we samen voorzichtig naar overeenkomsten met zijn geliefde Rotterdam. Ook Beiroet is een stad zonder hart, constateren we, en net als in Rotterdam verwoest door een oorlog. Het nieuw gebouwde winkelhart is vergelijkbaar met de Koopgoot, terwijl de centrale winkelstraat in de wijk Hamra juist weer doet denken aan de Zwart Janstraat. En Beiroet heeft zelfs een soort Witte de Withstraat, met ongeveer hetzelfde publiek en type cafés, al moet je er dan wel de Syrische vluchtelingenkinderen wegdenken die er tot diep in de nacht rozen verkopen. En ook het straatbeeld wordt, net als bij ons, bepaald door mensen uit verschillende culturen en geloven, al zijn de tegenstellingen natuurlijk veel groter (Hezbollah versus hedonisme) en is de sfeer onderling nogal explosief.

Behalve die paar gelijkenissen, zie ook ik vooral de verschillen tussen Beiroet en Rotterdam en krijg met de dag meer begrip voor de weerzin van mijn vriend tegen de stad en het land. Hoe de Libanezen omgaan met Afrikaanse en Filipijnse dienstmeisjes bijvoorbeeld, of met Syrische bouwvakkers. De overvolle vluchtelingenkampen waar niemand naar omkijkt. Of het doorgeslagen hedonisme, met al die opgespoten lippen, borsten en geopereerde neuzen.

Maar intussen zit ik hier dus op dat bloedverziekend hete balkon en kan ik voorlopig niet weg, nadat gisteren onze terugvlucht op het allerlaatste moment werd geannuleerd. Niet vanwege wegblokkades, stakingen of plunderingen, maar omdat er een spijker in de band van het neuswiel van ons vliegtuig zat en er in het hele Midden-Oosten kennelijk geen reservewiel te vinden is.

Misschien gaan we zo nog even koffiedrinken met onze nieuwe Syrische kennis, die we eerder ontmoetten tijdens het uitgaan. Een sympathieke, hippe twintiger die ook graag in Rotterdam zou willen wonen. Een paradijs moet het er zijn, heeft hij gehoord van vrienden die er terecht zijn gekomen. Hoewel ik hem heb uitgelegd dat zijn missie in alle opzichten onmogelijk is, stuurde hij mij én mijn vriendin vanmorgen voor de zekerheid toch maar een eenzelfde berichtje: „I miss you, ich liebe dich”. Hij ziet nog kansen dus – híj wel.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.