In Brussel snappen ze niet wat Nederland bedoelt met natuurgebieden 'herindelen'

Stikstofakkoord Om de stikstofproblemen op te lossen wil Nederland natuurgebieden herindelen. Brussel moet daar wel in meegaan.

Foto Eric Brinkhorst

Gematigd enthousiast, afwachtend en een tikje verbaasd. Zo zou je de reactie in Brussel op het door het kabinet aangekondigde stikstofpakket kunnen samenvatten. Dat Nederland serieuze maatregelen treft, zoals het verlagen van de maximumsnelheid, wordt positief ontvangen. Maar de toevoeging dat ze naar Brussel gaat om over een reductie van het aantal natuurgebieden te praten alsook de mogelijkheden voor „samenvoegen en herindelen” onderzoekt, roept vooral verwondering op.

Officieel benadrukt de Europese Commissie niet op „voornemens van lidstaten” te kunnen in gaan. Zoals altijd is Brussel uiterst terughoudend zich te mengen in binnenlandse kwesties die hoog oplopen. Extra olie op het vuur gooien in een al hevig geëscaleerde discussie is het laatste dat ze wil. Brussel toont zich liever constructief, benadrukt graag mee te denken en de geldende wetgeving best nog eens uit te willen leggen.

Maar experts schatten de kans dat minister Carola Schouten er de komende tijd in slaagt natuurgebieden te mogen schrappen of aanpassen nihil. „Ik snap niet wat ze bedoelen met ‘herindelen’”, zegt Alberto Arroyo van de Europese afdeling van koepelorganisatie voor natuurbehoud IUCN. „Natura 2000 is een inventaris van bestaande gebieden, die door lidstaten zelf zijn aangedragen. Daarvan kun je de locatie niet zomaar veranderen.”

Morrelen aan een gebied

Dat Natura 2000-gebieden op verzet stuiten is voor Europa niets nieuws. Dat was al zo toen ze in jaren negentig werden vastgelegd: in Duitsland leidde dat tot felle protesten en werden borden van natuurgebieden vernield. En met enige regelmaat zijn er lidstaten die openlijk of minder openlijk morrelen aan een gebied. Bijvoorbeeld in een nieuwe lidstaat als Bulgarije, waar kort na toetreding in 2007 op de beschermde Kaliakra-landtong een golfpark werd neergezet. Maar ook Nederland heeft een geschiedenis van om uitzonderingen vragen. Bijvoorbeeld in 2010, toen het kabinet de Leenheerenpolder als natuurgebied wilde schrappen. Mag niet, oordeelde het Europees Hof van Justitie. Arroyo: „Het verbaast me dat net Nederland dit nu suggereert, terwijl ze al weten dat het niet zo werkt.”

Het is de reden dat Brussel buitengewoon weinig zin heeft te onderhandelen over uitzonderingen. Alleen al het signaal dat er flexibiliteit zit in het interpreteren van de wetgeving, kan een doos van Pandora aan nieuwe wensen openen. Bovendien: de autoriteit om op te treden tegen het schenden van natuur- en milieuregels is bij uitstek iets waar de EU zich mee profileert. Juist als lidstaten het laten afweten en hun ‘natuurschatten’ verwaarlozen, komt Europa in actie om die te beschermen. Onlangs nog, toen Polen bomen begon te kappen in oerbos Bialowieza. Natuurbeschermingsorganisaties haalden de veroordeling van het Europese hof binnen als een overwinning.

Verplichting te luisteren

„De commissie heeft een verplichting naar voorstellen van lidstaten te luisteren”, zegt Erik Gerritsen, beleidsexpert bij het Institute for European Environmental Policy. Kleine veranderingen aan één gebied zijn soms mogelijk. „Dat er een grens net vijf kilometer verder komt te liggen. Maar ook dat moet je ontzettend goed onderbouwen. Je moet precies aantonen hoe je dat compenseert. En in Nederland gaat het niet om één gebied, maar om een structureel probleem.”

De bal ligt bij Nederland, hoor je in Brussel. Het is nu aan het kabinet om met voorstellen te komen. Maar dat het werkelijk tot aanpassing in de natuurgebieden zal komen gelooft eigenlijk niemand.

Correctie (14 november 2019): In een eerdere versie van dit artikel was sprake van de Bulgaarse ‘Kaliatra landtong’. Dit moet zijn: ‘Kaliakra-landtong’.