Recensie

Recensie

Zo diagnosticeer je Fight Club kapot

Podcast De cultfilm Fight Club daagt de technocratische, marktgedreven jaren negentig uit. Maar in de popcast Popcorn Psychology wordt de rebellerende protagonist vooral weggezet als patiënt.

Brad Pitt als Tyler Durden in Fight Club uit 1999.
Brad Pitt als Tyler Durden in Fight Club uit 1999.

Fans van de cultfilm Fight Club (1999) kunnen er maar beter niet naar luisteren. De aflevering van de podcast Popcorn Psychology waarin drie therapeuten uit Chicago de hoofdpersoon ontleden totdat er niets meer dan een psychiatrisch patiënt van hem overblijft. In dit geval een dertigjarige man (Edward Norton) die ogenschijnlijk aan slapeloosheid lijdt, maar in feite een dissociatieve identiteitsstoornis ontwikkelt (meervoudige persoonlijkheid). In zijn alter ego is hij ’s nachts de bon vivant die hij overdag graag zou zijn. Een beklagenswaardig personage dat door psychologen Brittney Brownfield, Ben Stover en Hannah Espinoza met grote minachting wordt besproken.

In 98 minuten komen ze tot de conclusie dat het alter ego van Tyler Durden een ziekelijke afkeer van normen heeft en als sekteleider zijn volgelingen indoctrineert met antisociale overtuigingen. „Verschrikkelijk om naar te kijken”, zegt een van de vrouwen. De andere: „Eng, zeker nu we in het echt te maken hebben met terreur door witte mannen. Zo’n film zou niet meer gemaakt mogen worden.” De instrumentele ‘Hit me as hard as you can’-club reduceren ze tot adrenaline-opwekker. De film zou toxic masculinity verspreiden. De mannelijke psycholoog – in het begin nog enthousiast – praat al snel met de vrouwen mee. Als lijdzaam exemplaar van „a generation of men raised by women”, zou Tyler hem inwrijven.

Maatschappelijk motief

Met deze podcast bewijst het trio onbedoeld het belang van Tylers mantra: The first rule of Fight Club is: You do not talk about Fight Club. Door dat wél te doen, zetten zij een schijnwerper op acties die het daglicht niet verdragen, maar in dit sociologische portret best te rechtvaardigen zijn. Natuurlijk geeft het geen pas voorbijgangers met een tuinslang te besproeien om zo een vuistgevecht uit te lokken, maar als je diegene zo uit de sleur trekt, dan bewijs je hem toch een dienst? Of zoals Tyler zegt: How much can you really know about yourself if you’ve never been in a fight? Precies daar missen de psychologen dat deze film de tijdgeest van de dichtgeregelde, neoliberale jaren 90 uitdaagt – en dat het alter ego deze orde in kritisch perspectief plaatst.

Wat is het trauma van de verteller en zijn alter ego Tyler Durden (Brad Pitt)? De therapeuten zoeken dat in individuele gevoeligheden als daddy issues, terwijl de film het antwoord uitspelt. De ik-figuur werkt als recall-medewerker bij een autofabrikant en heeft weet van ongelukken door ontwerpfouten. Zijn baas roept de auto’s alleen terug als blijkt dat schikken met slachtoffers nog duurder is. De wereld zoals hij die ervaart is doordrenkt van dit calculisme. Maatschappelijk motief dus, niet psychiatrisch.

DSM als grabbelton

Dit trauma is briljant uitgewerkt door regisseur David Fincher en scenarist Jim Uhls, op basis van de gelijknamige roman van Chuck Palahniuk. Maar respect daarvoor, ho maar. Alsof de therapeuten de film niet al genoeg kapotgediagnosticeerd hebben, verwijten ze de makers dat zij de DSM, het handboek voor psychologen, als grabbelton hebben gebruikt en een onrealistisch beeld van de dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) neerzetten. Dat is ook hun basiskritiek op andere films in hun rubriek, zoals The Dark Knight, Star Wars en The Sixth Sense. Telkens gaan de psychologen op zoek naar foute vertolkingen van stoornissen. Bij Fight Club schieten ze daarin zo door dat ze de clou helemaal missen.

Het is ze vergeven. Fight Club leent zich voor meerdere interpretaties, dus ook deze uiterst klinische. En hun zorgen over de impact van films op het publieke beeld van stoornissen zijn legitiem. Zoals de film Rain Man geen realistisch beeld geeft van de autist, zo geeft Fight Club geen realistisch beeld van DIS. Waardeer deze podcasts daarom vooral om de colleges over stoornissen.