Trump en Erdogan, een prima match

Turks-Amerikaanse betrekkingen Waarom is Donald Trump zo welwillend tegenover de Turkse president Erdogan? De formele relatie heeft juist een dieptepunt bereikt.

De Amerikaanse president Trump en de Turkse president Erdogan ontmoetten elkaar woensdag in het Witte Huis
De Amerikaanse president Trump en de Turkse president Erdogan ontmoetten elkaar woensdag in het Witte Huis Foto Erik S. Leseer/EPA

Is het bezoek van de Turkse president Erdogan deze woensdag aan president Trump in Washington een ontmoeting tussen twee wereldleiders die hun land vertegenwoordigen? Of is het eerder een ontmoeting tussen twee politieke geestverwanten, die familiebanden en zakenbelangen belangrijker vinden dan diplomatie?

Die vraag wierp John Bolton, de opgestapte nationale veiligheidsadviseur van Trump, vorige week nadrukkelijk op bij een toespraak tijdens een besloten diner voor klanten van Morgan Stanley. Bolton suggereerde dat Trumps Turkijebeleid wordt ingegeven door zijn persoonlijke financiële belangen, zo vertelden aanwezigen aan NBC News.

Bolton gaf als voornaamste voorbeeld Trumps blokkade van de sancties tegen Turkije wegens de aanschaf van het Russische raketsysteem S-400. Volgens Bolton was die blokkade onzinnig: geen van Trumps adviseurs was het ermee eens en in het Congres bestond brede steun voor de sancties. Daarom vermoedt hij dat zakenbelangen een rol speelden.

Voordat Trump president werd heeft hij zelf gezegd dat hij „een klein belangenconflict” heeft in Turkije omdat „ik een enorm, enorm gebouw heb in Istanbul, het is een geweldig succesverhaal”. Hij doelde op twee torens in Istanbul die zijn naam dragen: de Trump Towers. De president verdient miljoenen aan een licentiedeal met de Turkse eigenaar voor het gebruik van zijn naam.

‘Veel autoritaire staten zijn intern juist zwak’

Telefoongesprekken

In de voorbije weken hebben Congresleden de mogelijkheid geopperd dat Trumps welwillendheid is ingegeven door die Trump Towers. Want in cruciale kwesties in de Amerikaans-Turkse relaties heeft Trump afgelopen maanden besluiten genomen die voordelig waren voor Turkije. Dat kwam hem op zware kritiek te staan van Democraten én Republikeinen.

Trump blokkeerde niet alleen de sancties tegen Turkije. Hij verraste zijn eigen adviseurs tot twee keer toe door na een telefoongesprek met Erdogan de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Syrië aan te kondigen. De eerste keer werd hij nog teruggefloten, de tweede keer drukte hij door. Zo maakte hij de weg vrij voor het militaire offensief waarmee Erdogan al zo lang dreigde.

Democraten én Republikeinen waren verbijsterd dat Trump zijn Koerdische bondgenoten, die zoveel offers hadden gebracht in de strijd tegen IS, in de steek liet. De woede was zo groot dat Trump zich gedwongen voelde sancties op te leggen aan Turkije voor het „escaleren van geweld”. De sancties stelden echter weinig voor en werden na negen dagen alweer ingetrokken nadat Erdogan een deal sloot met Trumps vicepresident over een veilige zone in Noordoost-Syrië – een vurige wens van Erdogan.

‘A hell of a leader’

Trumps coulance staat in schril contrast met de formele betrekkingen, die op een historisch dieptepunt zijn beland. Terwijl veel Congresleden Erdogan zien als een dictator die al zijn krediet heeft verspeeld, en het contact tussen overheidsinstellingen van bede landen wordt gekenmerkt door wantrouwen, noemt Trump hem „een vriend” en „a hell of a leader”.

Bovendien bloeien de informele contacten tussen familieleden van Trump en Erdogan. The New York Times schrijft dat Trumps schoonzoon Jared Kushner, Erdogans schoonzoon Berat Albayrak en de schoonzoon van de eigenaar van Trump Towers nauwe contacten hebben. Hun schaduwdiplomatie heeft het Amerikaanse Turkijebeleid mede gevormd.

Niet alleen Trumps zakenbelangen leiden tot vragen. Ook de Turkse lobbyactiviteiten in Washington worden onder de loep genomen in een pogingte verklaren waarom Trump Erdogan zo vaak de hand boven het hoofd houdt. Sinds Trump president is, besteedt Turkije twee keer zoveel geld aan lobbyisten in de VS, met name bij personen en firma’s die nauwe banden hebben met de regering-Trump.

De S-400 zou woensdag boven aan de agenda staan tijdens het bezoek van Erdogan aan Washington. Trump wil dat Erdogan het raketsysteem niet activeert en geen Russische wapens meer koopt. In ruil zouden Turkse defensiebedrijven weer mogen meedoen met de ontwikkeling van de F-35, de Amerikaanse straaljager.

Als Erdogan niet akkoord gaat, dreigt Trump alsnog sancties op te leggen. Daar is hij wettelijk toe verplicht. Maar aangezien Trump vaker sancties heeft getraineerd, volgt het Congres met argusogen of hij hier ook daadwerkelijk gevolg aan geeft.

 

De vele draadjes tussen Washington en Ankara:

Vastgoed De Trump Towers in Istanbul

De feestelijke opening van Trump Towers in Istanbul in 2012 was de eerste keer dat Donald Trump en Recep Tayyip Erdogan elkaar ontmoetten. Ook Ivanka Trump en haar man Jared Kushner waren aanwezig. De Amerikaanse zakenman had niets dan lof voor de Turkse premier. In zijn toespraak noemde Trump hem een leider die over de hele wereld „zeer gerespecteerd” wordt.

Trump Towers is eigendom van de Turkse zakenmagnaat Aydin Dogan. Hij betaalde Trump in de eerste jaren 5 tot 10 miljoen dollar per jaar voor het gebruik van zijn naam. Meer recent is dat bedrag gedaald naar 100.000 tot een miljoen per jaar. Dit blijkt uit de financiële documenten die president Trump openbaar heeft gemaakt.

Dat Trumps zakenbelangen in Turkije kunnen botsen met zijn beleid bleek al vroeg in zijn presidentschap. In juni 2016 maakte hij plannen bekend voor een inreisverbod voor mensen uit islamitische landen die in verband worden gebracht met terrorisme. Erdogan was hier fel op tegen en dreigde samen met eigenaar Dogan om Trumps naam van de torens te halen.

Om de relaties niet meteen onherstelbaar te beschadigen, deed Erdogan dit uiteindelijk niet. Dat wierp zijn vruchten af, want Turkije kwam niet op de lijst met landen van Trumps inreisverbod. En na de mislukte coup in 2016 sprak Trump zonder omhaal zijn steun uit voor Erdogan, terwijl zijn adviseurs zich juist zorgen maakten over toenemende repressie na de coup.

De lobby Het proces tegen Halkbank

Een groot deel van de Turkse lobby in Washington houdt verband met een politiek explosief proces rond de Turkse staatsbank Halkbank. Volgens Amerikaanse aanklagers speelde de bank een belangrijke rol bij een miljardenzwendel, die bedoeld was om de sancties tegen Iran te ontduiken.

In 2017 begon een proces tegen een oud-bestuurder van Halkbank. De kroongetuige was de Iraanse goudhandelaar Reza Zarrab, een familievriend en vertrouweling van Erdogan. Zarrab had via Turkse banken Iraans oliegeld witgewassen. Dit werd in de vorm van goud naar Iran gesmokkeld.

Erdogan heeft hemel en aarde bewogen om het proces en een belastende verklaring van Zarrab te voorkomen. Daarbij kreeg hij hulp van Rudy Giuliani, op dat moment partner bij een lobbyfirma, die heen en weer pendelde tussen Washington en Ankara.

Ballard Partners, ‘de machtigste lobbyfirma in Trumps Washington’, verdiende 4 miljoen dollar aan lobbyen voor Turkije en Halkbank. Maar de firma kon niet voorkomen dat Zarrap tijdens het proces verklaarde dat hij smeergeld betaalde aan Erdogan en diverse Turkse ministers. Een boete voor de bank bleef echter uit, mogelijk na druk van Trump. Persbureau Bloomberg meldde dat hij Justitie onder druk wilde zetten om de zaak te laten vallen. Maar in plaats daarvan dienden aanklagers onlangs een nieuwe aanklacht in tegen de bank wegens de goud-voor-olie-zwendel.

Machtsstrijd Flynn bepleit uitlevering Gülen

Turkije heeft zijn lobbyactiviteiten in Washington sterk uitgebreid sinds 2014. Dit heeft te maken met de machtsstrijd die dat jaar uitbrak tussen Erdogan en de invloedrijke geestelijke Fethullah Gülen. Erdogan en Gülen waren jarenlang bondgenoten, maar raakten gebrouilleerd.

Dit was een probleem voor Erdogan. De Gülenbeweging was een effectieve pleitbezorger voor de Turkse belangen in Amerika dankzij een uitgebreid netwerk van scholen, bedrijven en stichtingen, en uitstekende contacten in Washington. Om invloed te behouden geeft Turkije steeds meer geld uit aan lobbyisten: van 1,7 miljoen dollar in 2014 tot 7,3 miljoen in 2018.

Een groot deel van de Turkse lobby is gericht tegen Gülen, die in ballingschap in Pennsylvania woont. Erdogan houdt hem verantwoordelijk voor de mislukte coup in 2016 en eist zijn uitlevering. Daarvoor heeft hij grote lobbyfirma’s ingehuurd, die nauwe contacten hebben met Trump. Maar Turkije gebruikt ook schimmigere kanalen. Zo werd het consultancybedrijf van Trumps eerste nationale veiligheidsadviseur, Michael Flynn, voor ruim een half miljoen dollar ingehuurd om de Turkse belangen te behartigen. Flynn pleitte onder andere via een opiniestuk op website The Hill voor de uitlevering van Gülen en besprak met Turkse regeringsfunctionarissen zelfs een plan om hem op clandestiene wijze op het vliegtuig naar Turkije te zetten.

Ook Rudy Giuliani, momenteel advocaat van Trump, heeft herhaaldelijk aangedrongen op de uitlevering van Gülen, zo onthulde The Washington Post vorige maand. Het is onduidelijk waarom hij dit deed. Giuliani is niet geregistreerd als buitenlandse lobbyist. Giuliani zegt dat hij Turkije nooit heeft vertegenwoordigd.

Volgens The Washington Post was Trump ontvankelijk voor Giuliani’s argumenten, en heeft hij vaak gevraagd waarom Gülen niet kan worden uitgeleverd. Maar hij stuitte op verzet van zijn adviseurs, die hem waarschuwden dat uitlevering een juridische procedure is, en dat hij hierdoor politieke schade kan oplopen.