Shell wil geen toetsing van zijn beleid door Nederlandse rechter

Rechtszaak Milieudefensie wil met een rechtszaak afdwingen dat Shell de CO2-uitstoot tot 2030 met 45 procent afbouwt. Het 272 pagina’s tellende verweer van het olieconcern richt zich vooral op de juridische kant van de zaak.

Shell schrijft dat het niet met de eisers van mening verschilt over de kern van de zaak, namelijk „het belang van het aanpakken van klimaatverandering”.
Shell schrijft dat het niet met de eisers van mening verschilt over de kern van de zaak, namelijk „het belang van het aanpakken van klimaatverandering”. Foto Sergei Karpukhin/Reuters

Olie- en gasconcern Shell heeft woensdag een uitgebreide schriftelijke reactie ingeleverd bij de rechtbank in de zaak die eerder dit jaar werd aangespannen door Milieudefensie en enkele klimaatorganisaties en particulieren. Zij eisen geen vergoeding voor de schade die Shell met zijn producten veroorzaakt aan het klimaat, maar willen dat het concern zijn bedrijfsactiviteiten in overeenstemming brengt met het klimaatakkoord van Parijs. In de praktijk betekent dat volgens Milieudefensie dat de CO2-uitstoot tot 2030 met 45 procent moet zijn afgebouwd en dat die uitstoot in 2050 ‘netto nul’ moet bedragen.

In zijn 272 pagina’s tellende verweer schrijft Shell dat het bedrijf niet met de eisers van mening verschilt over de kern van de zaak, namelijk „het belang van het aanpakken van klimaatverandering”. Ook al hanteert Shell heel andere cijfers dan Milieudefensie, het bedrijf onderschrijft wel de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs en stelt dat het „sinds lange tijd” internationale klimaatafspraken steunt.

Tegelijk noemt Shell „toegang tot betrouwbare energie” een belangrijke uitdaging, aangezien energie „cruciaal [is] voor de economische en sociale ontwikkeling, (openbare) veiligheid en de autonomie van staten”. Daarom is het volgens de oliemaatschappij belangrijk om een balans te vinden tussen „enerzijds de door de mens veroorzaakte […] uitstoot van CO2 en anderzijds de verwijdering daarvan”. Daarvoor is een transitie nodig naar een duurzamer energiesysteem. Die transitie moet, schrijft Shell, „worden versneld”.

‘Ernstige schade’

In een eerste reactie stelt Milieudefensie teleurgesteld te zijn over de verdediging van Shell. Volgens directeur Donald Pols speelt Shell een disproportionele rol „bij het verergeren van de klimaatcrisis” en weigert het bedrijf daarvoor de verantwoordelijkheid te nemen. Het omarmen van het klimaatakkoord van Parijs kan volgens Pols niet samengaan met de forse investeringen die Shell de komende jaren wil doen in fossiele energie.

Het verweer van Shell richt zich vooral op de juridische kant van de zaak. Al meteen nadat Milieudefensie in april vorig jaar bekendmaakte Shell te willen dagvaarden, liet het bedrijf weten de rechtszaal geen plek te vinden voor een zo complexe maatschappelijke uitdaging.

Milieudefensie claimt dat Shell ernstige schade veroorzaakt door zijn bedrijfsvoering. Volgens de advocaten van Shell kan dat alleen getoetst worden op basis van „het recht van ieder land” waarin Shell werkzaam is, en niet op basis van wat Milieudefensie rechtmatig acht. De belangen van mensen lopen uiteen, schrijft Shell, „ook als het gaat om hoe klimaatverandering moet worden aangepakt”.

De advocaat van Milieudefensie, Roger Cox, die eerder ook betrokken was bij de succesvolle rechtszaak van Urgenda tegen de Nederlandse staat, vindt dat Shell zijn „wettelijke zorgplicht” niet nakomt. Daarin lijkt de zaak volgens hem op die van Urgenda. Toch is dat de vraag. Internationaal klimaatbeleid, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in het akkoord van Parijs, betreft afspraken tussen landen. Bedrijven zijn daarin geen partij.

In de komende weken gaat Milieudefensie het verweer van Shell bestuderen. Daarna volgt een inhoudelijke reactie en moet duidelijk worden hoe de zaak verder gaat.

Lees ook over het interview met klimaatexpert James Hansen, die de rechtszaak tegen Shell zegt te steunen: ‘Investeren in fossiele energie is roekeloos’