Antje Monteiro

Foto Andreas Terlaak.

‘Ik ben gelukkig niet afhankelijk van musical’

Interview Vijf keer per week kruipt Antje Monteiro in de musical ‘Mamma Mia’ in de rol van Donna, een alleenstaande moeder die een eigen bedrijf runt. „Donna, dat ben ik.”

Twee jaar geleden hoorde Antje Monteiro (50) in de wandelgangen dat Mamma Mia, de musical die is gebaseerd op de liedjes van ABBA, weer terugkwam naar het Beatrix Theater. Haar dochter Romy speelde de hoofdrol in de musical The Bodyguard en in die tijd had Monteiro veel contact met Albert Verlinde. „Ik heb hem toen geappt en gezegd: Donna komt eraan, that is me.”

Monteiro is inmiddels Donna. Vijf keer per week kruipt ze in de rol van de vrouw die een eigen hotel heeft op een Grieks eiland waar ze haar dochter alleen opvoedt. De overeenkomsten tussen Donna en Monteiro zijn sterk. De musicalzangeres is ook alleenstaande moeder en ze heeft daarnaast twee eigen zaken: een entertainmentbedrijf dat de boekingen doet van artiesten en een on demand-sportplatform genaamd ‘Fit at Home’. Dat ze net als Donna ook nogal onafhankelijk is, blijkt uit het gesprek.

Het is best stoer om Albert Verlinde met die opmerking te appen.

„Ja, maar ja, ik wilde die rol. Toen Simone Kleinsma Donna in 2003 speelde, dacht ik al: ik moet haar ooit spelen. Maar ik was in 2003 veel te jong. Nu had ik de leeftijd. Ik dacht: die is voor mij.

„Ik heb vaker gevraagd om een rol, bij Aida bijvoorbeeld. Ik speelde in een kleine theatervoorstelling en een collega vertelde dat die musical naar Nederland zou komen. Ze zei: ‘Je moet auditie doen voor Amneris. Jij bent die stem en je lijkt ook zo op haar.’ Maar ik was nog niemand hè. Ik had maar twee keer in een theatervoorstelling gespeeld en stond voornamelijk als ensemble-lid op het podium. Ik had geen theateropleiding gedaan. Ik was tot mijn negentiende zelfs in de overtuiging dat ik niet kon zingen. In de kerk kreeg ik altijd last van mijn keel bij al die hoge liedjes. Toch dacht ik: leuk, ga ik doen, dan kan Joop van den Ende me zien. Dus ik Stage bellen. Ik kreeg de receptioniste aan de lijn en zei: ik wil auditie doen voor Amneris. Ze begon te lachen. Wist ik veel dat je niet zomaar auditie kunt doen voor een hoofdrol.

„Ik mocht wel een algemene auditie doen, met veel dans. Dat leverde enorme blauwe knieën op – wat al die mensen konden, lukte me gewoon niet. Ik ben naar de productie gelopen en heb gezegd: jongens, ik stop hiermee. Ik ga niet mijn kind thuislaten voor een ensemble-rol in Scheveningen. Romy was toen hartstikke jong.”

Wat denk je dat ze daarvan vonden?

„Die dachten natuurlijk: wie ben jij wel niet? Ik zei tegen die Amerikaanse regisseur: ik verbeeld me niets, maar ik verdien als ik ergens optreed in het land ook 300, 400 euro op een avond. Ik heb een verantwoordelijkheid thuis.

„Na de algemene zangauditie mocht ik toch meedingen voor de rol van Amneris. Elke keer was ik weer een ronde verder. Kozen die Amerikanen mij plotseling uit. Toen ik van Joop van den Ende hoorde dat ik Amneris zou worden, huilde ik van blijdschap maar ook van paniek. Ik had me niet gerealiseerd dat ik die rol echt zou kunnen krijgen. Ik wilde dat Joop van den Ende mij een keer zou zien en me zou herinneren voor een andere rol. Ik dacht opeens: hoe moet dat nu met Romy? Ik kan haar toch niet zes dagen alleen laten?

„Ik heb een au-pair genomen en mijn moeder heeft veel opgepast. In het weekend was Romy bij me, zat ze in de kleedkamer. Het gekke is, Romy zegt nu nog: Aida was zo’n fijne tijd, ik was continu bij je. Dat was helemaal niet zo, maar dat heeft ze helemaal niet onthouden.”

Je bent alleenstaande moeder, heeft dat je carrière beïnvloed?

„Na Aida kon ik een sterrencontract krijgen bij Joop van den Ende en dat heb ik afgeslagen. Ik dacht: nee, het is nu tijd voor Romy en mij. Maar indirect ben ik door Romy ook meer gaan zingen. Ik heb haar jong gekregen en werd jong alleenstaande moeder. Ik heb het in die tijd financieel echt moeilijk gehad omdat ik ook geen studie had gedaan. Die vechtersmentaliteit heb ik toen moeten ontwikkelen. Ik moest voor mijn kind zorgen, zij mocht niets tekortkomen. Maar financieel was ik afhankelijk van instanties en van mijn broers. Dat vond ik helemaal niets, altijd maar om geld vragen. En ik moest baantjes aannemen waar ik niet gelukkig van werd. Ik werkte overdag vooral als receptioniste, maar ging ’s avonds steeds vaker optreden, dat leverde wel echt geld op.

„Die situatie heeft me zakelijk gemaakt. Begrijp me niet verkeerd, dit is het mooiste vak dat er is, anders zou ik het niet volhouden, maar het is voor mij vooral geweest: ik ben alleenstaande moeder, ik heb brood op de plank nodig en ik kan toevallig zingen. Ik zag dat een bedrijf achter zo’n musical gewoon een instituut is dat geld verdient. Zonder mij worden er geen kaartjes verkocht, dus ik mag ook fatsoenlijk betaald worden. Dat zeg ik ook altijd tegen mijn meiden: vecht voor je financiële positie. Dat betekent dat je onafhankelijk kan zijn.”

Als Antje Monteiro het over ‘haar meiden’ heeft, heeft ze het over haar dochter Romy en over haar drie nichtjes, de kinderen van haar zus, die twaalf jaar geleden plotseling overleed aan een hersenbloeding. Zij waren veertien, acht en acht. „Het ergste was de paniek bij die kinderen in het ziekenhuis. Ik kan je die angst niet beschrijven, dat gaat door merg en been. Er kwam bij mij zo’n übermoedergevoel naar boven. Dat je denkt: ik ga er alles aandoen om jullie gelukkig te maken. Romy zegt nu wel eens: ‘Je hebt in die tijd helemaal niet gehuild’. Dat is niet waar, maar ik deed dat onder de douche. Ik wilde sterk zijn bij die kinderen. Ik wilde uitstralen: wij lossen dit op.

„Mijn moeder is met die meiden in hun oude huis gaan wonen, de rouwverwerkingstherapeute had gezegd dat het belangrijk is dat ze in een vertrouwde omgeving zouden opgroeien. We deden samen de opvoeding. Ik ging naar schoolavonden, zwemlessen, rouwverwerking, kinderfeestjes, en als er problemen waren werd ik gebeld. We waren met zijn zessen, met mijn moeder erbij, een gezinnetje. Mijn nichtjes voelen als mijn dochters, ze staan ook in mijn testament. Op whatsapp heetten we de powerladies. We weten: de wereld kan vergaan, als we elkaar maar hebben.”

Ik krijg het beeld van een sterke vrouw.

„Dat hoor ik vaak ja. Dat vind ik gek om te horen, je doet de dingen gewoon zoals je ze doet. Maar ik heb inderdaad veel wilskracht en hou er niet van om afhankelijk te zijn van mensen. Ik vraag liever geen hulp, maar los dingen zelf op. Dat komt ook omdat het negen van de tien keer niet gaat zoals ik wil. Door de tragedies in mijn leven heb ik er denk ik onbewust voor gekozen om de dingen waar ik wel controle over heb, naar mijn hand te willen zetten.”

Hoe was dat vroeger?

„Totaal anders. Ik kom uit een woonwagenkamp en daar geldt: vaders wil is wet. Ik was zijn prinsesje, mijn vader verwende mij, mijn broers beschermden mij. Ik vond het fantastisch, welk meisje wil geen prinsesje zijn? Ik weet nog dat ik tegen mijn broer zei: het lijkt me leuk om in de bediening te werken. Ik was een leuke meid om te zien dus ik dacht: dan krijg ik veel fooi. Toen zei hij: ‘Jij gaat niet als slet mannen bedienen.’ Kun je je nu niet voorstellen, hij ook niet meer hoor. Mijn toekomstbeeld vroeger was huisvrouw zijn en zes kinderen krijgen. Maar mijn vader werd op mijn zestiende ziek. Mijn moeder moest toen geld gaan verdienen om ons gezin draaiend te houden. Ik begreep toen pas echt dat je als vrouw ook hard kan werken.”

Hoe is het om in een woonwagenkamp op te groeien?

„Ik vind het woonwagenleven fantastisch: de vrijheid, de geborgenheid voor elkaar. Maar ik heb ook dingen gemist. Ik voelde me onderontwikkeld, studeren deed sowieso niemand, maar ik had ook weinig algemene kennis. Ik wist dat sommige dingen in de burgermaatschappij anders gingen. Wij geven bijvoorbeeld geen hand als we iemand voor het eerst ontmoeten. Als je je zou voorstellen denken mensen: wat doe jij nou? Maar in de burgermaatschappij is dat wel normaal. Ik wist alleen nooit wanneer.”

Dat maakt onzeker?

„Ja, je bent bang dat je vaak iets fout doet. Ik was ook onzeker over mijn taalgebruik. Ik kwam er op de middelbare school achter dat wij andere woorden gebruikten in het woonwagenkamp, er stonden immers andere woorden in mijn schoolboeken. Ik had een vriendinnetje, een heel slim meisje en ik heb haar gevraagd: als ik iets verkeerd zeg, moet jij mij corrigeren. De hele puberperiode heeft ze dat gedaan op de momenten dat ik geen ABN sprak.”

Je zou wel een theatershow kunnen maken over jouw achtergrond.

„Daar ben ik mee bezig. Ik denk dat Mamma Mia mijn laatste musicalrol is en dat ik me daarna op andere projecten stort. Dit is echt een droomrol, dit is de eerste keer dat ik heb gedacht, whatever, zelfs als het gratis moet, dan doe ik het ook. Mooier wordt het niet. Zoveel grote rollen zijn er niet voor vrouwen van mijn leeftijd. En ik heb het niet nodig. Ik heb mijn bedrijfjes, ik heb mijn optredens in het land, daar kan ik goed van leven. Ik ben niet afhankelijk van musical, ik hoef nu geen dingen te doen die ik niet leuk vind.”

Mamma Mia is t/m 29/12 te zien in het Beatrix Theater, Utrecht. Inl: stage-entertainment.nl