Opinie

Het leenstelsel vergroot ook de druk op docenten

Onderwijsblog Door het leenstelsel hebben studenten vaker een bijbaan en ze wonen langer thuis, waardoor ze minder studietijd hebben. Maar universitair hoofddocent Felienne Hermans kan het ze niet kwalijk nemen.
Jongeren voeren actie bij de Tweede Kamer tegen het leenstelsel (in 2016).
Jongeren voeren actie bij de Tweede Kamer tegen het leenstelsel (in 2016). Foto Remko de Waal/ANP

Het afschaffen van de basisbeurs ging gepaard met weinig protest van studenten. De toenmalige studenten vielen immers nog onder de oude situatie en kregen gewoon een beurs. Degenen die getroffen zouden worden, waren nog scholieren en hielden zich met andere dingen bezig. Ook van universitaire docenten hoorden we in 2015 niet erg veel protest. En eerlijk gezegd heb ik me er ook niet echt druk om gemaakt, al vond ik het een slecht en oneerlijk idee. Want tja, mijn eigen studie werd nog wél gefinancierd.

Nu zijn we een aantal jaar verder. De effecten op de studentenpopulatie worden voorzichtig duidelijk. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is optimistisch, studentenorganisaties zijn dat niet. De doorstroom vanuit de havo en het mbo naar het hoger onderwijs is nog niet helemaal op het niveau van voor het leenstelsel.

Maar er is nog een ander effect van het leenstelsel, dat niet zo in het oog springt: op de relatie tussen de docent en de student. Ik had niet kunnen voorspellen hoe het studiegedrag van studenten beïnvloed zou worden door het leenstelsel en andere bezuinigingsmaatregelen. Ten eerste zijn er veel en veel meer gemiste colleges. Studenten blijven thuis wonen, in 2016 wel een jaar langer dan in 2012, en moeten dus forse afstanden afleggen met het openbaar vervoer. Ergens een keer een wisselstoring en er zijn zo vijftien studenten in een zaal van honderd te laat, of ze komen helemaal niet en missen relevante stof.

Lees ook: Het leenstelsel is voor links toch niet sociaal

Ook zijn er meer bijbaantjes. In 2017 verdienden studenten gemiddeld 409 euro, meer dan het dubbele dan vijf jaar daarvoor. Driekwart van de voltijdstudenten werkt naast de studie. Ik krijg als docent geregeld mailtjes met de vraag of studenten een college mogen missen omdat ze een bijbaan hebben, of ik merk aan hun vragen of opmerkingen dat ze achterlopen met de stof omdat ze wel naar college komen maar niet goed voorbereid zijn.

Nu kun je natuurlijk zeggen: dat is de eigen verantwoordelijkheid van studenten, ontzeg ze de toegang tot de zaal als ze te laat komen en leg niets uit wat ze door hun bijbaan gemist hebben. Maar de druk die de studenten ervaren, leggen ze ook bij de docent: „Ik kon er niets aan doen mevrouw, ik moest al om zes uur opstaan om op tijd te komen, kunt u opdracht drie nog eens herhalen?” „Ik moest werken bij de Albert Heijn, dus ik kon het hoofdstuk niet uitkrijgen, wat staat daar nou precies?”

Veel vaker smeken om hoog cijfer

Noem me sentimenteel maar ik vind het lastig om dan nee te zeggen. Want dit zijn niet zomaar individuele keuzes. Niet als er ook studenten in de collegezaal zitten die wél een mooie studentenkamer, een toelage en hun zorgkosten van hun ouders krijgen, en zich dus wel 100 procent op hun studie kunnen richten. ‘Eerstegeneratiestudenten’, van wie de ouders niet gestudeerd hebben, werken vaker om hun opleiding of de boodschappen te kunnen betalen dan studenten met hoogopgeleide ouders, blijkt uit recent onderzoek. Ze blijven ook vaker thuiswonen vanwege de kosten.

Dus ja, je mag een college missen, en ik leg het nog wel even uit in de pauze. Ik blijf toch docent: ik sta daar omdat ik wil dat die student mijn vak leert kennen.

Deze druk is tijdens het collegejaar al te voelen, maar bereikt in tentamenweken een hoogtepunt. Veel vaker dan vroeger melden studenten zich bij de docent met klachten, vragen en smeekbedes om een hoger cijfer.

Heel vroeger, nog voordat ik zelf een student was, werkte de overheid met een tempobeurs, waarin studenten ieder jaar maar de helft van de punten hoefden te halen. Als je een tentamen niet haalde, geen probleem (en geen tranen bij de docent): dat kon het volgende jaar opnieuw. Nu is het gevolg van een gezakt tentamen in de ongunstigste situatie een jaar extra inschrijven, en dus 3.000 euro meer betalen. Dat is een som die ook door mijn hoofd speelt. Is mijn vak dat wel waard? Het zijn dingen die je je als student, maar ook als docent helemaal niet af zou moeten vragen.

Felienne Hermans is universitair hoofddocent in de informatica op het Leiden Institute of Advanced Computer Science.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.