Tania Kross

Foto Tessa Posthuma de Boer

‘Groepen waren nooit mijn ding’

Interview Haar nieuwe show gaat van Mozart tot Madonna. Want in het bloed van mezzo Tania Kross ruisen veel tradities. „Ik hoor nergens bij, maar is dat niet hetzelfde als overal bij horen?”

Tussen de toetsen van de antieke typemachine staat een foto uit haar kindertijd in Curaçao, met twee zwarte pieten en haar vader, de sinterklaas van het eiland, nog altijd. „Hij schminkt zich dan wit”, lacht zangeres Tania Kross. De ochtend baadt in zon en onschuld, maar diezelfde avond beleeft het jaarlijkse debat een roerig begin met de gewelddadige bestorming van een Kick Out Zwarte Piet-vergadering in Den Haag. Het zet de verhoudingen meteen weer op scherp.

„Ik zoek niet naar een culturele identiteit”, zegt Kross. „Mijn familiegeschiedenis omvat Duitsers, bosnegers, joden, kleurlingen. Bijna iedereen op Curaçao heeft gemengd bloed. Eenmaal in Nederland ontdekte ik mijn ‘zwartheid’, omdat de mensen hier zich kennelijk pas veilig voelen als ze je ergens kunnen indelen. Dat speelde op het eiland niet. Mijn ouders brachten ons groot met het mantra dat we zelfstandig moesten leren denken. Ik leerde mijn eigen weg kiezen. Op school onderscheidde mijn krullenkop me van de andere meiden die hun haren gladstreken. Ik hield van klassieke muziek en heavy metal, mijn klasgenoten luisterden naar salsa en merengue. Voor mij is dat nooit een probleem geweest. Groepen waren nooit mijn ding. Ik hoor nergens bij, maar is dat niet hetzelfde als overal bij horen?”

Vier jaar geleden bezocht Kross voor het Wereld Natuur Fonds een leefgebied van berggorilla’s in Oeganda. Ze raakte in gesprek met een van de opzichters. „Ik vertelde hem over al onze gevoeligheden rond Zwarte Piet en vroeg wat hij hiervan vond. ‘Jullie voorouders zijn als slaven weggevoerd’, antwoordde hij. ‘Ze hebben gewerkt en geleden onder vernederingen. Het was vreselijk. Maar kijk naar jezelf. Jullie bezitten een iPhone, een mooi huis, jullie kinderen gaan naar school. You are Africans by fashion. Mijn vader en moeder leven hier nog altijd in een hut. They are Africans, but not by choice. Waar gaat dit over?’ Hij begreep het niet. Zijn betoog zette me aan het denken.”

Kross wil niets afdoen aan de pijn die racisme en uitsluiting kunnen veroorzaken. Haar eigen familie moest ook het nodige ervan doorstaan. De vorige generaties kenden nog diepe armoede. „Mijn oma woonde tegenover het ziekenhuis waar mijn opa als drenkeling belandde. Hij stierf voor zijn vijftigste. Mijn vader – halverwege de twintig – stond als oudste zoon plotseling aan het hoofd van een groot gezin. Hij betaalde de school van zeven broers en zussen, zodat ze een toekomst kregen. Mijn moeder leed honger in haar jeugd. Er was geen geld, geen eten. Ze ging met drie zussen naar de nonnenschool. En elke maandag ondervroegen de onderwijzeressen enkele leerlingen over wat de pastoor had gepreekt in de mis op zondag. Wee je gebeente als je niet geweest was. Maar vrouwen moesten een hoedje op naar de kerk. En het gezin had er slechts één, wat betekende dat elke maandagochtend drie van de vier zussen angstig in de klas zaten, bang dat de nonnen hel en verdoemenis over hen zouden afroepen. Die geschiedenis vormde mijn ouders, en het verlangen om hun kinderen alle kansen te geven. En dat hebben ze gedaan. Ze leerden ons te proeven van het leven, en met een open blik naar de wereld te kijken.”

Een lied voor ieder uur

Haar nieuwe theatershow Van Mozart tot Madonna weerspiegelt dat gevoel: niet kiezen maar delen. Ze zingt Italiaans, Arabisch, Nederlands, Frans en Engels. Ze struint door drie eeuwen muziek en koppelt elk van de vierentwintig stukken aan een uur van de dag. „Muziek kent geen barrières. Waarom zou je ze opwerpen? Met mijn vader brulde ik vroeger thuis luidkeels de songs van Blood, Sweat & Tears, en in het kerkkoor van mijn tantes fluisterzong ik het Ave Maria. In de kerkbanken zag ik dan mensen ontroerd raken. Onlangs vertelde iemand me dat dirigent Bernard Haitink besloot musicus te worden toen hij rond zijn tiende bij Bachs Matthäus-Passion zat en een vrouw naast hem begon te huilen bij het Erbarme dich. Als kind, zingend in de kerk, ervoer ik op een soortgelijke manier die magische kracht van klank.”

Haar „tearjerker-factor” toonde Kross ook in het televisieprogramma De beste zangers, vooral in het duet ‘Barcelona’ met zanger Tommie Christiaan. „Dat is alweer twee jaar geleden, maar nog altijd schieten volwassen mannen me in de supermarkt aan om te bekennen dat ze daarom moesten huilen. Onlangs kwam een vrouw naar me toe. Ze pakte de rand van mijn boodschappenkar. Dit wordt een lang verhaal, dacht ik. ‘Ik was televisie aan het kijken met mijn Kees’, zegt ze. ‘Een beste man, hoor, maar ja, ehm…’ In haar stem klonk door dat het leven met hem emotioneel op dood spoor zat. ‘Je zong ‘Barcelona’’, vervolgde ze, ‘en plotseling pakte Kees mijn hand. Ik keek opzij en zag dat hij tranen in zijn ogen had.’ Alsof ze voor het eerst ontdekte dat haar man kon voelen. Dat is waarom ik zing.”

Ze moest wennen aan de Nederlandse melancholie. „Ik begreep eerst niets van dat donkere en ingekeerde. In de Cariben beweegt melancholie van binnen naar buiten. Maar op een dag hoorde ik het verstilde lied ‘Phildylé’ van Henri Duparc, over een meisje dat ligt te slapen in het gras onder de populieren op een lome zomerdag. Die ervaring was verhelderend. Zo’n lied staat in Van Mozart tot Madonna naast ‘Forever Young’ van Alphaville. Voor mij twee vruchten van dezelfde boom. In muziek kunnen we even samen ademen, het leven en de sterfelijkheid ervaren. Want die delen we met elkaar.”

Van Mozart tot Madonna. Tournee t/m 22/2. Inl: taniakross.nl