Opinie

‘Eigen toko eerst’ kan niet in jeugdzorg

Decentralisatie van de jeugdzorg heeft organisaties op zichzelf teruggeworpen. Met elkaar samenwerken is nu het devies, schrijft .
Foto Martins Rudzitis/Getty

Als ik ons kantoor in Rotterdam-Zuid binnenloop passeer ik een verdrietig jongetje. Hij is zes en net uit huis gehaald bij zijn moeder, zo hoor ik later van een van onze jeugdbeschermers. Verwaarlozing. De meester op school maakte zich zorgen en deed een melding. Laten we het jongetje Kyan noemen. Ik loop verder en weet: Kyan en dit gezin staan aan het begin van een lange reis.

In Nederland krijgen zo’n 400.000 kinderen en jongeren jeugdhulp, omdat hun veiligheid of ontwikkelingsmogelijkheden in het geding zijn. Bijvoorbeeld door geweld, seksueel misbruik of opvoedproblemen. Een deel van deze gezinnen woont, net als Kyan, in mijn regio: Rotterdam Rijnmond.

Het nieuws dat de jeugdzorg kampt met grote problemen, zal u niet zijn ontgaan. Het onlangs verschenen, vlijmscherpe inspectierapport (‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’) analyseert dat de krappe arbeidsmarkt, het gebrek aan geld, de gemeentelijke verschillen en het feit dat de jeugdzorg onder drie verschillende wetten valt, tot gevolg heeft dat we kinderen als Kyan vaak niet kunnen bieden wat ze nodig hebben. Er moet meer geld bij, er is te weinig hulp beschikbaar. Maar geld is niet de enige oplossing. Er is meer nodig.

Onze gezamenlijke prestatie laat namelijk te wensen over, vindt ook de inspectie in haar rapport. Sinds de decentralisatie in 2015 bieden in Nederland verschillende organisaties – vanuit hun eigen rol en expertise – hulp. Maar elke organisatie heeft zijn eigen opdracht, en wordt daarop afgerekend door de opdrachtgever. Iedereen vreest kritiek, mogelijk sancties van opdrachtgevers en financiers, en daarnaast de publieke opinie.

Eerst de eigen organisatie

De gedeelde missie van alle jeugdzorgorganisaties is dat we ieder kind veilig willen laten opgroeien. Maar als gevolg van de decentralisatie is er een cultuur ontstaan van ‘eigen toko eerst’. Logisch, leerde ik van Frank Beemer, deskundige op het gebied van wat we ketenregie noemen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wanneer organisaties die met elkaar een keten vormen onder druk staan, gaan ze „eerst de eigen organisatie op orde brengen”. Zichzelf onkwetsbaar maken. Dit verklaart waarom de verschillende organisaties in de keten elkaars werk controleren en over doen.

Lees ook dit interview met minister De Jonge (Volksgezondheid, CDA): ‘Ik durf niet te zeggen dat het goed gaat in de jeugdzorg’

Ik herken dat. Onze wachtlijst moet kort blijven en we moeten de eisen vanuit de gemeenten halen. We werken hard om te laten zien dat het niet aan ons ligt. Maar zo creëren we een waterbedeffect: als de een eenzijdig zijn wachtlijst oplost, groeit hij bij de ander. Per saldo schiet Kyan niets op met onze interne verbetertrajecten.

Ik vrees dat hij maanden kwijt zal zijn aan allerlei partijen die hem en zijn moeder bevragen. Dat hij moet wachten bij iedere organisatie. Wachten, omdat partijen telkens willen dubbelchecken. Wachten, omdat er werk opnieuw wordt gedaan. Wachten, omdat iedereen zo druk is, en op zoek is naar personeel. En als dan eindelijk duidelijk is welke zorg er nodig is: wachten op een plek.

Is dat wat we met elkaar willen? Voor gezinnen valt er zoveel te winnen wanneer organisaties vertrouwen op elkaars kennis en expertise, in plaats uitpluizen wie de regie heeft. Als we willen dat Kyan weer veilig is en kansen krijgt, moeten organisaties samenwerken. In de regio Rotterdam Rijnmond ligt een kans in het jeugdbeschermingsplein: daar komen de cliënt, de Raad voor de Kinderbescherming, het wijkteam en de jeugdbescherming samen om te bepalen wat en wie nodig is. Want is het voor Kyan nu echt nodig dat professionals het zoveelste plan maken?

Investeer in samenwerking

De reis van kinderen in de jeugdzorg kan korter en effectiever. Maar alle betrokken partijen moeten zich kwetsbaar kunnen opstellen en kritisch zijn naar zichzelf en naar elkaar. Het is nu aan de Rijksoverheid en de gemeenten om ervoor te zorgen dat de jeugdbeschermingsketen in staat is om haar belangrijke maatschappelijke prestatie te leveren: het veilig opgroeien van kinderen.

Lees ook: Gemeenten: kabinet moet jeugdzorg niet weer verbouwen

Maak de keten niet onnodig ingewikkeld. Laten we altijd denken aan onze gedeelde missie: ieder kind veiligheid en kansen bieden. Laat professionals samen doen waar ze goed in zijn. Val hen niet lastig met vragen die puur en alleen voor het dossier of de verantwoording worden gesteld. En zorg dat de vragen die wél gesteld worden, voor alle gemeenten gelijk zijn – dus organiseer de jeugdzorg regionaal. Ontzorg en geef ruimte aan de professional om het kind daadwerkelijk te zien.

Met alleen extra geld en mankracht zijn we er nog niet. We moeten investeren in onze samenwerking. Alleen samen maken we een einde aan de vaak lange reis die kwetsbare kinderen als Kyan moeten maken door de jeugdzorg.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.