Recensie

Recensie Beeldende kunst

Eerbetoon voor een vrijgevochten surrealist

Tentoonstelling Dora Maar is vooral bekend als muze van Picasso. Zelf maakte ze meesterlijke fotocollages en surrealistische modefoto’s, zo is nu te zien op een mooi retrospectief in Tate Modern.

Dora Maar, The Conversation, 1937. Olieverf op doek, 162 x 130 cm.
Dora Maar, The Conversation, 1937. Olieverf op doek, 162 x 130 cm. Foto Marc Domage/ ADAGP

De ellende is dat Dora Maar negen jaar samenleefde met Pablo Picasso. Het liep uit op een zenuwinzinking, maar dat gaat ons niet aan. Wat ons wel aangaat, is haar werk. Ook dat wordt nog altijd verduisterd door zijn slagschaduw. Een expositie van Dora Maar? Die van Picasso?

Ja, die van Picasso.

En die van meesterlijke fotocollages en -montages en waanzinnige fotogrammen. Van kloppende gouaches en bonkende tekeningen. Haar foto Portrait d’Ubu (1936) werd direct erkend als meesterwerk: een foetaal schepsel met schubben en hangoren, glimp van iets wat we niet willen weten, maar dat we niet kunnen ontkennen want we staren naar die foto. Dat is dus Ubu. Verzonnen door de toneelschrijver Alfed Jarry, kern van modernisme en surrealisme en alles waar de zelfvoldane bourgeois bang voor is. Of, zoals Bob Dylan zong: „Something is happening here / But you don’t know what it is / Do you, Mister Jones?”

Lees ook de column van Joyce Roodnat over Dora Maar

Ubu presideert over de overzichtsexpositie van Maars werk, die drie belangrijke musea aandoet. Na een zomer in het Pompidou in Parijs, volgen vanaf aanstaande week een winter in het Londense Tate Modern en een voorjaar en zomer in het Getty Museum in Los Angeles. En dat is terecht, al is het niet zo dat Dora Maar compleet vergeten was. Het is meer dat ze af en toe op kleine schaal werd ‘herontdekt’, en dat is eigenlijk erger want daardoor werd ze een soort curiosum. Terwijl deze Franse surrealiste zich kan meten met de vereerde estheet Man Ray. Zijn fotowerken zijn vernieuwend maar verkrampt van vrees voor vrouwen. Nee, dan Dora Maar en haar onverschrokken verbeelding.

Henriette Théodora Markovitch (1907-1997), de in Parijs geboren dochter van een architect en een modezaak-eigenares, noemt zich vanaf mei 1931 Dora Maar. Er is gesuggereerd dat ze met dat pseudoniem haar Joodse naam wilde maskeren, wat niet vreemd geweest zou zijn in het antisemitische Frankrijk van haar tijd. Maar de naam Dora Maar is ook apart, modern en onderscheidend. En hij markeert haar opkomst als professionele fotograaf.

Commerciële fotografie

Dora Maar werkt voor opdrachtgevers als Le Figaro illustré. Op deze tentoonstelling is te zien hoe ze zonder omhaal de surrealistische technieken toepast in de commerciële fotografie. Voor een shampoo presenteert ze een vrouw als een klassiek borstbeeld (afgehakt bij de sleutelbeenderen. Voor een anti-rimpelcrème overspant ze via fotomontage het gezicht van een model met een spinnenweb, inclusief een dikke spin. Voor een dagcrème-reclame geeft ze een model een masker van haar eigen, volmaakte, gezicht in de hand.

In haar modefoto’s is die vanzelfsprekende neiging tot surrealisme eens zo sterk. Nu is dat niet uitzonderlijk. Ook vandaag grossiert elke Vogue-fotograaf in droomwerelden. Maar die zijn vaak nogal afgezaagd, iets met witte stranden, woeste bergen of beroemde steden. Fotokunstenaars, van Cecil Beaton tot Viviane Sassen, nemen de gelegenheid te baat om voor hun modefotografie particuliere fantasieën te volgen en belanden in vreemde sferen en onontgonnen universa.

Dora Maar, circa 1935-1936

Foto AP Photo/Musee Picasso; Succession Picasso 2006

Dat deed Dora Maar in de jaren dertig ook, met spetterend resultaat. Een zilveren avondjurk wordt een gedrapeerde sokkel voor een sterrenhoofd, een laag uitgesneden japon smeekte haar om rozentakjes en slangen. Zo associeerde en creëerde ze erop los, in foto’s die in feite vrij werk zijn waar de klant op mee lift.

Ineens worden de reclame- en modefoto’s in de tentoonstelling verdrongen door wanden met straatfotografie. Dora Maar verlaat Parijs, strijkt neer in Barcelona en Londen. Ze gaat met haar camera de stad in en bestudeert hoe de tastbare werkelijkheid grossiert in surrealistische beelden. Ze fotografeert een man die een ander wezen wordt doordat hij wegduikt in een gat in het plaveisel. Een blinde bedelaar met een pakket op zijn knieën wordt een piëta. Kinderen zijn vreemde, vrijdenkende wezens. Straatfotografie liegt niet. Je ziet hoe Dora Maar leert kijken, haar gevoel laat meewegen en ter plekke creëert, zonder tijd voor poses.

Terug in Parijs wordt ze een vrijgevochten surrealist. Ze gaat aan het werk met fotomontages en fotocollages, met lijm en schaar en trucs in de donkere kamer. Ze combineert foto’s, ze plukt ze uit elkaar. Ze neemt de realiteit onderhanden en komt uit bij mysterieuze fantasieën. Een strenge vrouw met pince-nez rijdt paardje op een gebukte man, onder de tafel kijkt een jongetje (we kennen hem al van een Spaanse straatfoto) toe: Jeux interdits (1935).

Mijn favoriet: een dubbele kalverkop staart naar links en rechts bovenop een fontein die wordt schoongeborsteld door een man met een pet: Étrange fontaine (1934). Geen idee hoe dat te duiden, maar ik kijk ernaar en mijn hersens tollen van verrukking.

Initialen

Dora Maar is een unieke kunstenaar. Haar werk wordt serieus genomen, ook al verkeert ze in kringen waar het werk van vrouwen, als ze met de mannen mee mogen exposeren, meestal met hun initialen worden aangeduid. Hun kunstenaarschap is een detail, want hun plaats is muze.

Die muzen zoeken het bij elkaar. Ze waarderen elkaars kunst, bijvoorbeeld door onderling te poseren. Zo maakt Dora Maar haar fantastische portret van de Argentijnse schilderes Leonor Fini: met naakte schouders, geladderde kousen en een van haar geliefde angorakatten krek in haar kruis. (Het is trouwens hoog tijd voor een retrospectief van Fini’s werk, maar dat terzijde.)

Dora Maar, The years lie in wait for you, ca. 1935. Gelatinezilverdruk, 355 x 254 mm.

Foto The William Talbott Hillman Collection/� ADAGP, Paris

En dan ontmoet Dora Maar Pablo Picasso. In 1935. Zij is 29 en bezig zich te ontplooien. Hij is 55 en een gevestigd genie. Negen jaar zal ze Picasso’s „maîtresse en titre” zijn, de prima inter pares, naast de echtgenote die hij niet verliet. In de biografische Picasso-films wordt zij altijd neergezet als de furie die Picasso’s aandacht trok door razendsnel met een mes tussen haar gespreide vingers te steken en zichzelf te verwonden. De boodschap: Picasso kan haar niet aan en dus is zíj vreemd.

Dora Maar wordt Picasso’s model. Maar wacht, zij fotogafeert hém, in haar atelier. Hij is dus eerst háár muze, voor onthullende portretten. Zijn vingers benadrukken zijn stropdas, symbool voor zijn penis. Een lange schaduw grijpt naar zijn arm, dat is Dora maar. Ze wist waar ze instapte, maar blijkbaar was deze man haar de nachtmerrie waard.

Picasso domineert. Dora Maar documenteert fotografisch het totstandkomen van zijn Guernica. Dan mindert het fotograferen en zet ze het op een schilderen, talentvol, strikt in de stijl van haar geliefde. Meermalen doet ze zijn kop, kubistisch weliswaar, maar hij lijkt sprekend. Te sprekend: het schilderij is meer hij dan zij. Intussen reduceert Picasso haar tot muze, voor zijn omvangrijke reeks La femme qui pleure (1936-1938). Zo werd Dora Maar de beroemdste huilende vrouw uit de schilderkunst. Geen kunstenaar meer, maar een anekdote. Waarom huilt die vrouw, waarom huilt ze altijd? Met die vraag is Picasso niet bezig.

Maars commentaar: „Het zijn allemaal Picasso’s, niet een is een Dora Maar.” In 1945 schilderde ze dat zelf, na de breuk. Het is een grandioos doek, een donker zelfportret met natte schrikogen.

Tien jaar trekt ze zich terug, in puin door de relatie met Picasso, getraumatiseerd door de Tweede Wereldoorlog, en niemand zag meer wat ze maakte. Wij nu wel. Dora Maar ontdekte het landschap. Tot haar dood schilderde en tekende ze hemel en aarde, landschap en wind, in half abstracte werken met plonzen van aardekleuren. Ook de fotografie heroverde ze, maar nu stortte ze zich op het materiaal. Ze belichtte, kraste en tekende wolken en wind, direct op het celluloid. En heel soms is er een figuur te herkennen, maan, gras, een gezicht.

Zo rookte ze de muze uit zichzelf uit.