Groeit het besef van het koloniale verleden bij Nederlanders?

Achtergrond De Nederlandse blik op Suriname en de koloniale geschiedenis verandert. Dat blijkt uit de succesvolle Suriname-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk en andere exposities, volgens kenners als Cynthia McLeod, Imara Limon en Karwan Fatah-Black.

De Grote Suriname Tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.
De Grote Suriname Tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Foto Simon Lenskens

Toen de zus van de schrijver Cynthia McLeod door de Suriname-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam liep, werd ze aangesproken door een bezoeker. „Komt u ook uit Suriname?” Het antwoord was ja. „Goh, wat interessant. Bent u vroeger ook slaaf geweest?” Terwijl Cynthia McLeod dit verhaal door de telefoon vanuit Suriname vertelt, schiet ze hard in de lach. Maar typerend is het ook voor Nederlanders: er zijn er nog zo veel die weinig weten van het verleden, van Suriname en van hun eigen rol in de koloniën.

De Grote Suriname Tentoonstelling in de Nieuwe Kerk, Aan de Surinaamse grachten in Museum Van Loon, de volgend jaar te openen tentoonstelling over slavernij in het Rijkmuseum en die over de Surinaamse School in het Stedelijk Museum, de discussie rond de beslissing van het Amsterdam Museum om de term Gouden Eeuw niet langer te gebruiken: het lijkt alsof er wat aan de hand is. Groeit het besef van het koloniale verleden bij de Nederlanders of wordt er een start gemaakt met het creëren van een nieuwe Surinaams-Nederlandse identiteit?

„Tentoonstellingen maken geen identiteiten”, zegt Imara Limon, conservator bij het Amsterdam Museum. „Ik denk dat je een platform biedt voor wat er gebeurt in de samenleving. Dat er nu gedacht wordt dat er iets gebeurt met de tentoonstelling in De Nieuwe Kerk en Van Loon, snap ik wel: er wordt iets voor een breed publiek opeens zichtbaar gemaakt, maar dit is natuurlijk allang gaande. Dit is het leven van mijn ouders, mijn voorouders. De tentoonstellingen bieden een platform aan verhalen die niet exclusief de gevestigde orde vertegenwoordigen, maar juist ook andere stemmen laten horen.”

Lees ook: Surinaamse kunstenaar Marcel Pinas: ‘Ik wil de marrons hun culturele trots teruggeven’

Niet eerder sinds de jaren negentig was een landententoonstelling in de Nieuwe Kerk zo’n groot succes, vertelt persvoorlichter Martijn van Schieveen. Sinds de opening op 5 oktober zijn er inmiddels al 50.000 bezoekers komen kijken. In een land waar kinderen liedjes hebben geleerd als ‘In een dorpje in Suriname, holadiejeejee, holadiejo, zat een strontvlieg voor de ramen, holadiejeejee, holadiejo. Waar zat die strontvlieg naar te kijken, holadiejeejee, holadiejo, naar een olifant die stond te zeiken’ of, zoals McLeod aanhaalt, waar Gooise kinderen op tv zongen ‘Een kind onder de evenaar wordt later vaak een bedelaar’ was het tijd voor een andere blik.

Koloniale blik

Dr. Karwan Fatah-Black, universitair docent bij de Universiteit Leiden en gespecialiseerd in de Nederlandse koloniale geschiedenis, ziet die andere blik duidelijk terug in de tentoonstellingen. „We hebben ons lange tijd niet goed gerealiseerd door wat voor verwerkingsproces we gingen. Suriname wilde zonder ons verder, en wij wezen aan wat er allemaal fout ging. Die belerende toon, daar zijn we nu vanaf.”

Bord uit de installatie Moiwaina 86 tafa, te zien in De Nieuwe Kerk, waarin kunstenaar Marcel Pinas het bloedbad in marrondorp Moiwana in herinnering brengt.

Foto Simon Lenskens

Fatah-Black was bang dat in de huidige tentoonstellingen iedereen weer met dezelfde afbeeldingen van John Gabriël Stedman zou komen, de achttiende-eeuwse officier die zijn ervaringen in Suriname optekende in een dagboek. „De geschiedenis is zoveel meer dan slavernij. Met de tentoonstellingen wordt de belofte aan nieuwe verhalen ingelost. Daarin zijn we echt een stap verder. In het Museum Van Loon worden gesprekken gevoerd tussen nazaten van eigenaren en tot slaaf gemaakten. In De Nieuwe Kerk wordt interessante hedendaagse kunst getoond en komt de inheemse kant van de geschiedenis veel prominenter in beeld.”

De vraag waarom nu pas, is eigenlijk logischer, denkt Limon. Volgens McLeod is het antwoord daarop dat Nederland zich altijd opgescheept voelde met deze kolonie. „Ze hebben nooit iets voor Suriname gedaan, nooit iets van Suriname geweten omdat er vanaf het begin af aan een negatieve blik op Suriname was.” En dat is nog steeds het geval. Volgens McLeod weten de meeste Nederlanders over Suriname niet veel meer dan „coup, Bouterse en Decembermoorden. Heel veel Nederlanders denken dat Surinamers criminelen of halve criminelen zijn.” Dat is ook precies de reden dat zij zo blij is met de Suriname-tentoonstelling: eindelijk is er eens ruimte om een ander beeld over Suriname te laten zien. Welk verhaal dat is? „Hoe goed we hier samenleven, hoe onze bevolking een geslaagde mix is, ook al zijn veel van onze voorouders kwaadschiks naar Suriname gebracht door de Nederlanders. Hoe het ondanks alles goed is gekomen in Suriname.”

Lees ook de recensie: Er ontbreekt treurig makend veel op mooie Suriname-expo

Toch werd de Suriname-tentoonstelling in NRC ook bekritiseerd, als te veel een feelgoodverhaal. Fatah-Black: „Als je die lijn benadrukt, dat de donkere kant van de politiek ontbreekt, dan gaat een Nederlands instituut uitleggen wat er mis is met Suriname. Die kant van de Surinaamse samenleving is zichtbaar, ook in de tentoonstellingen. Dat wordt echt niet onder stoelen of banken gestoken.”

Limon: „Er worden hoge verwachtingen aan gekoppeld. Er was in de Nieuwe Kerk ook tentoonstelling over mensenrechten met onder meer Ghandi, en allerlei landenthema’s, maar die werden niet zo onder een loep gelegd. Dit moet alles en iedereen rondom het thema Suriname vertegenwoordigen. Het kan niet alles voor iedereen zijn. Daarom is het belangrijk dat de aandacht niet alleen naar een incidentele tentoonstelling gaat, maar dat we er een langere lijn van maken.”

Ook Limon is blij met de tentoonstelling, omdat het veel voor mensen betekent en misschien nog meer vragen oproept naast de ontstaansgeschiedenis van de Surinaamse samenleving. „Je zou willen weten: wat leeft er vandaag de dag, wat zijn de uitdagingen in het land?” Zelf zou ze ook nooit voor een landententoonstelling hebben gekozen. „Waarom reproduceer je een concept van een land met grenzen, dat gecreëerd is vanuit een eurocentrisch perspectief.”

‘Wow-gevoel’

Hoewel dus enerzijds meer ruimte is voor een breder verhaal, wordt de toon rondom dat verhaal feller. Dat is onvermijdelijk als tradities in twijfel worden getrokken, maar volgens Limon is er iets anders aan de hand. De discussie rondom identiteit, ongeacht van wie, zit niet zozeer in de felheid als wel in de verschuiving van het idee. „Misschien lijkt het voor sommige mensen alsof het een glijdende schaal is, dat ze vermoeden dat ze straks helemaal niks meer te zeggen hebben. Ze stellen zich de vraag: is het nu allemaal wel echt nodig om met een ander verhaal te komen? En als je dat doet: waarom moeten we daar dan naar luisteren?” Daar zit volgens Limon de kern van de discussie in, niet in het idee dat met deze Suriname-tentoonstellingen voor bijvoorbeeld Nederlandse Surinamers een nieuwe identiteit wordt gevormd.

Welke zou dat ook moeten zijn, vraagt McLeod zich af. Over het slavernijverleden bijvoorbeeld wordt volgens haar in Suriname heel anders gedacht dan door Surinamers in Nederland. „In Suriname is het slavernijverleden een gegeven, dat hangt samen met wie we geworden zijn en wat ons nu te doen staat: zorgen dat we een goede toekomst hebben. In Nederland zijn er Surinamers boos over het verleden, maar wat heb je daaraan? Het enige wat je moet hopen, is dat witte Nederlanders inzien dat iedereen gelijk is en je verleden kennen. Dat is precies wat zo’n tentoonstelling in de Nieuwe Kerk doet: ervoor zorgen dat die Nederlanders weten wat er was.”

Lees ook dit interview met de samensteller van de Suriname-tentoonstelling: Geen verhaal van wit over zwart

Dat de vlag van Suriname nu opeens op de Dam is te zien, roept een „wow-gevoel” op, aldus Limon. „Hoewel ik niet zo van de vlaggen en het nationalisme ben. Het feit is dat Suriname een thema kan zijn dat blijkbaar relevant is, waar veel over te vertellen is en waar mensen naar komen kijken. Dat is belangrijk.”

Limon vermoedt dat tien jaar geleden deze tentoonstelling niet zo’n blockbuster zou zijn geworden. Er komt steeds meer ruimte voor een breder verhaal. Dat laatste komt volgens haar doordat er iets meer plek wordt geclaimd door mensen die hier geboren zijn maar wel roots in het buitenland hebben. „Je mist iets in het schoolcurriculum en gaat aan de slag met je eigen verhaal.” En dat gebeurt steeds meer. „Als er een generatie komt die dat doet, kan je daarop voortborduren en je afvragen: welke verhalen zijn we vergeten?”