Recensie

Recensie Muziek

Deden ze het of deden ze het niet tijdens de muziekles?

Muziektheater Twee Kreuzersonates en één novelle van Tolstoi. In Kreutzer vs Kreutzer zijn ze gecombineerd tot boeiend muziektheater. Alleen overstemt het acteren soms de muziek.

Kreutzer vs Kreutzer (campagnebeeld). Foto Nichon Glerum
Kreutzer vs Kreutzer (campagnebeeld).

Foto Nichon Glerum

Het verhaal gaat zo: Beethoven componeerde in 1803 zijn vurige en vernieuwende Negende vioolsonate voor viool en piano en droeg die op aan violist Rodolphe Kreutzer. Een kleine eeuw later inspireerde Beethovens muziek de Russische schrijver Tolstoi tot zijn novelle De Kreutzersonate, waarin een jaloerse echtgenoot een relatie tussen zijn vrouw en haar muziekleraar vermoedt. Leos Janácek componeerde een kleine 40 jaar later een tweede Kreutzersonate, een strijkkwartet bij Tolstois verhaal.

Dat het vermeende koppel samen aan het diner zit is voor de jaloerse echtgenoot genoeg om voor de vrouw fatale conclusies te trekken. Of het overspel echt plaatsvond, laat Tolstoi in het midden. Dat is precies de crux in Kreutzer vs. Kreutzer waarvoor de Britse toneelschrijver Laura Wade twee mogelijke verhalen bedacht. Een daadwerkelijk overspel bij Beethoven, een platonisch muzikaal spel bij Janácek.

In de regie van Leopold Witte zitten de acteurs Anniek Pheifer en Stefan Rokebrand bij Beethoven nog aan weerszijden van het toneel. Daar praten ze met elkaar tussen de delen door. Dat levert een uniek, wonderlijk spannend resultaat op. De aanvulling voor het weinige spel dat regisseur Witte van zijn acteurs vraagt, zoek je automatisch in de muziek. De fantasie krijgt zo vrij spel.

Het resultaat van Pheifers uitnodiging om ‘iets’ op de vleugelklep te doen, hoor je bijvoorbeeld terug in het sierlijke Andante con variazioni. Maar gebeurt het werkelijk, of horen we de romantische fantasie van de muziekleraar? Of die van de vrouw misschien?

De vraag die nadrukkelijk boven de voorstelling blijft hangen is hoe het zou zijn geweest als Beethoven daadwerkelijk op enkel viool en piano had geklonken. Een vol Amsterdam Sinfonietta geeft de dramatische passages veel passie, maar tussen viool en strijkorkest ontstaat niet hetzelfde sensuele spel als tussen viool en piano.

Janáceks Kreutzersonate, altijd al voor enkel strijkers, lijkt wat dat betreft eenduidiger. Voor Pheifer en Rokebrand de kans (en noodzaak) om hun tweede verhaal gelaagder uit te spelen. Vooral Pheifer weet haar personage knap gestalte te geven. Maar juist door het expliciete acteren verdwijnt de noodzaak om de muziek je fantasie te laten leiden. Dat Janácekhet emotioneel goed past bij het verhaal staat buiten kijf, maar net dat unieke stukje magie verdwijnt.