Opinie

Bevolkingsgroei vraagt om meer verbeelding

Paul Scheffer

De planoloog Maarten Hajer hield in Buitenhof onlangs een aanstekelijk pleidooi. In een gesprek over de zeespiegelstijging verbaasde hij zich erover dat we geen plannen maken voor Nederland in 2100. Dat zou volgens hem fascinerende vergezichten kunnen opleveren over landbouw, verstedelijking en klimaat.

Hij heeft gelijk: wat zou het mooi zijn om een groot gesprek te voeren over zulke vergezichten, waarbij het om meer gaat dan het klimaat. Niet alleen ecologische duurzaamheid hoort de polder wakker te schudden, ook sociale duurzaamheid zou mensen bijeen kunnen brengen. Het verlangen naar oriëntatie is daar minstens even sterk.

Daarom hebben we een toekomstgerichte blik nodig, en zeker over bevolkingsgroei en immigratie. Ik heb er vaker voor gepleit – ook op deze plek. In gesprekken die ik in het afgelopen jaar voerde met politici bleek die behoefte van links tot rechts te bestaan. Tegelijk is de onzekerheid groot: hoeveel sturing is mogelijk?

Anders dan vorig jaar kwam het onderwerp niet bij de Algemene Beschouwingen ter sprake. De bevolkingsgroei gaat ondertussen sneller dan verwacht. In 2018 kwamen er volgens het CBS in de eerste negen maanden 79.000 mensen bij, dit jaar was dat al 102.000. De toename van de bevolking zal dit jaar dan ook ruim boven de 100.000 uitkomen.

Het migratiesaldo vormt de hoofdmoot: in de eerste drie kwartalen 87.000, dat wil zeggen bijna negentig procent van de groei. Dat is 20.000 meer dan vorig jaar. De zes belangrijkste herkomstlanden zijn achtereenvolgens Polen, India, voormalige Sovjet-Unie, Roemenië, Syrië en Bulgarije. De diversiteit van de diversiteit is groter dan we denken.

De laatste bevolkingsprognose is naar boven bijgesteld: in 2035 wonen er 18,3 miljoen mensen in Nederland: een miljoen meer dan nu en vier miljoen meer dan in 1985. De afgelopen jaren zijn er elk jaar zo’n 100.000 mensen bijgekomen; dat is in vijf jaar ongeveer een stad als Den Haag. Toch iets om bij stil te staan.

De Nederlandse bevolking groeit een stuk harder dan in België. Daar is sinds 1960 het aantal inwoners met een kwart toegenomen (tot 11,4 miljoen). Hier gaat het om een groei van vijftig procent. Het CBS verwacht dat de bevolking niet in dit tempo blijft toenemen tot 2050, maar schattingen liepen in het verleden vaak achter bij de ontwikkelingen.

De groei zegt natuurlijk veel over de levenskwaliteit: mensen komen hier naar toe met de verwachting dat ze een goed bestaan kunnen opbouwen. De vraag is alleen wat op langere termijn de beste keuzes zijn voor de samenleving als geheel: hoe krijgt migratie meer voorspelbaarheid?

De Kamer nam vorig jaar vrijwel unaniem een motie aan waarin werd gesproken over „recente prognoses die aantonen dat de bevolking tot 18, 19 of 20 miljoen inwoners halverwege deze eeuw kan groeien”. Die verandering werd in een bredere context geplaatst van vergrijzing, immigratie en de verschillen tussen groei- en krimpregio’s.

Voorts werd vastgesteld dat demografische trends belangrijke gevolgen hebben voor onder meer de woningbouw, de energievoorziening, de zorg, het onderwijs en integratie. Het kabinet is gevraagd om nader onderzoek te doen naar scenario’s en beleidskeuzes die daarbij horen. Dat onderzoek wordt nu gedaan door een hele reeks planbureaus.

De Kamer verwijst naar woningbouw. Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) wil tot 2025 jaarlijks 75.000 woningen bouwen. Daarna lopen de tekorten weer op, volgens een recent rapport. En nog afgezien van de tekorten: mede door deze bebouwing dreigt de ruimtelijke inrichting van het land te verrommelen, zo waarschuwt het Planbureau voor de Leefomgeving.

Meer planning is nodig. En daarbij speelt niet alleen de omvang van de bevolking een rol. We bewonen steeds meer vierkante meter per persoon. Eric Drissen van het PLB wees eerder op een belangrijke oorzaak: „In 2030 zijn er naar verwachting 8,4 miljoen particuliere huishoudens, waarvan er 3,4 miljoen uit één persoon bestaan.”

Wat me opviel in dat Kamerdebat was de veelvuldige verwijzing naar „overbevolking”: zijn twintig miljoen of meer inwoners niet veel te veel? Die twintig miljoen ging om een scenario en níet om een prognose. Beide werden in dat debat nogal eens door elkaar gehaald, soms bewust, soms onbewust.

Een verkenning is nodig, los van angstbeelden. We moeten aanhaken bij een plantraditie waarin aanpassing en ordening samengingen. Ik ben ervan overtuigd dat scenario’s voor duurzame ontwikkeling helpen om maatschappelijke tegenstellingen te overbruggen. Daarom is de verbeelding van een mogelijke toekomst wezenlijk.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.