Opinie

Als het uitkomt is de Ander opeens toch ‘onze’ held

Identiteit Het is frappant hoe gemakkelijk tribale gevoelens zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden, schrijft . Zelfs in het ‘raszuivere’ Japan.
Michael Leitch (midden) aan het hoofd van het Japanse team voor de wedstrijd tegen Zuid-Afrika tijdens het wereldkampioenschap rugby in Tokio op 20 oktober.
Michael Leitch (midden) aan het hoofd van het Japanse team voor de wedstrijd tegen Zuid-Afrika tijdens het wereldkampioenschap rugby in Tokio op 20 oktober. Foto Odd Andersen/AFP

Tijdens de apartheid gold het rugbyteam in Zuid-Afrika als symbool van witte mannelijkheid. Zwarten deden nooit mee aan die sport. Maar vorige maand wonnen de Springboks het wereldkampioenschap in Japan onder een zwarte aanvoerder, Siya Kolisi, geboren in een straatarme lokasie in de Kaap. Een voormalig captain, Jean de Villiers, noemde het een triomf voor heel Zuid-Afrika. Het is ook op andere plaatsen een reden tot juichen.

Haast even opmerkelijk is de aanvoerder van het Japanse team, een donkere man met een vader uit Nieuw-Zeeland en een moeder uit Fiji. Michael Leitch werd in Japan bejubeld als de nationale held van een van de meest exclusieve landen ter wereld.

Raszuiverheid is in Japan natuurlijk net zozeer een illusie als overal elders, maar de meeste Japanners zien geen onderscheid tussen nationaliteit en ras. Het Japannerschap zit in het bloed. Leitch, die op vijftienjarige leeftijd als schooljongen naar Japan kwam, lijkt dit in twijfel te trekken. Hij spelt zijn naam nu ook op zijn Japans: Leitch Michael.

Leitch is niet de enige Japanse speler met een buitenlandse achtergrond. Anderen stammen uit Nieuw-Zeeland, Tonga, Zimbabwe, Zuid-Afrika, en Zuid-Korea. Zeker, in de professionele sport zijn de regels van nationaliteit enigszins rekbaar, en rugby is wat dit betreft misschien nog wel wat soepeler dan voetbal. Landen willen graag winnen, en sportieve vaardigheid wordt gretig opgenomen waar deze zich aandient.

Dit principe is overigens al ouder. De meeste soldaten die onder de hertog van Wellington in 1815 Napoleon bij Waterloo versloegen spraken geen woord Engels.

Toch is het frappant hoe gemakkelijk tribale gevoelens zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Tot niet zo lang geleden was de soms hysterische loyaliteit aan voetbalclubs gebaseerd op geografische, etnische of religieuze achtergrond. De meeste spelers waren local boys en de supporters zochten hun rivalen dichtbij: fans van Glasgow Rangers (protestants) vochten met de supporters van Celtic (katholiek). Feyenoordsupporters schelden zelfs zwarte spelers van Ajax uit als „kankerjood”.

Onze huursoldaten

Het is nu al opmerkelijk als een Europese topclub meer dan een paar spelers uit eigen land kan opstellen, om maar te zwijgen over lokale trainers. En toch is de geestdrift van de supporters niet minder geworden. Men slaat elkaar nog steeds met even veel gemak op de bek. Die buitenlanders zijn misschien wel ‘huursoldaten’, maar het zijn wel ‘onze’ huursoldaten.

Lees ook: We lijken best wel op die Duitsers

Een scherpere blik op tribale loyaliteiten vertoont al snel een genuanceerder beeld, en niet alleen in de sport. Ik heb mij ooit door een Hongaar laten vertellen dat Joden niet gelden als echte Hongaren totdat een schrijver de Nobelprijs wint; dan is hij ‘een van ons’. Mesut Özil, de Duitse speler van Turkse afkomst, maakte net zo’n punt toen hij zei dat hij de nationale held was als zijn team won, maar de zondebok als Duitsland verloor. Een reeks Nederlandse voetballers die niet uit de polder komen kan hier vermoedelijk over meepraten.

Japanners zijn blij als de tennisster Naomi Osaka (Japanse moeder, vader uit Haïti, opleiding in de VS) in de prijzen valt, maar of zij haar echt zien als een Japanse is nog maar de vraag. Een van haar sponsors, een noedelfabrikant, moest verontschuldigingen aanbieden voor een reclamespot waarin de donkere Osaka in getekende versie werd afgebeeld met een lelieblanke huid.

Leitch Michael heeft sinds 2013 een Japans paspoort en spreekt vloeiend Japans. Maar ik ben er evenmin zeker van dat Japanners hem werkelijk als een landgenoot beschouwen.

Lees ook: Het lot is wreed voor de Engelsen, net als rugby

Blonde tegenstander

Toch is er iets wezenlijks veranderd in de verstokte opvattingen van Japanners op dit vlak. In de jaren vijftig was de worstelaar Rikidozan een Japanse volksheld omdat hij regelmatig kolossale, veelal blonde tegenstanders op vernederende wijze versloeg.

Hier kwam natuurlijk veel show bij kijken. Eerst werd de kleine Aziaat getart en gesard door de blonde reus, waarop Rikidozan de eer van Japan wist te redden door de blanke schoft toch op het laatste nippertje de ring uit te geselen – revanche voor de dubbele vernedering van een verloren oorlog en een Amerikaanse bezetting. Het land volgde zijn wedstrijden op de voet via televisietoestellen die daarvoor speciaal werden klaargezet in de raamkozijnen van radio- en tv-winkels.

Dat Rikidozan eigenlijk Kim Sin-rak heette en uit Korea kwam, moest strikt geheim worden gehouden. In het openbaar was Rikidozan een ras-Japanner. Helaas begaf hij zich in verkeerde kringen; in 1963 werd hij in een nachtclub door een gangster neergestoken en stierf niet lang erna aan zijn verwondingen.

De buitenlandse achtergrond van Leitch is uiteraard geen geheim. Zijn uiterlijk alleen al onderscheidt hem van de meeste Japanners. Maar dat is natuurlijk juist het punt. Rikidozan moest zich als het ware vermommen. Japans bloed vloeit bij Leitch niet in zijn aderen. Misschien blijven veel Japanners hem nog zien als buitenlander. En toch is hij aanvoerder van het nationale rugbyteam. Noem het opportunisme. Maar het is ook een teken van vooruitgang.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.