Opinie

Als je je sip voelt, moet je gaan zingen

Ellen Deckwitz

Afgelopen weekend logeerde mijn oudste neefje (13) bij me en zo hadden we het boven de zuurkool over mythologie, aangezien met Grieks net het verhaal over Jason en de Argonauten werd behandeld. „Ja, dan staat er dus dat ze met dat schip langs die sirenen varen”, begon hij verontwaardigd, „die het op een zingen zetten om dat ding te kelderen, maar Jason had Orpheus, de Ed Sheeran van de Griekse oudheid, die met zijn gezang dat van de sirenen overstemde. Dat is allemaal oké maar wat ik opeens ook ontdekte is dat die sirenen dus helemaal geen zeemeerminnen blijken te zijn, zoals ik altijd dacht, maar gewoon half vrouw, half vogel!”

Hij was er echt een beetje ontdaan door, maar ja, hij kan in het najaar zelfs door een deurknop van slag raken. Zodra de temperatuur daalt keldert ook zijn gemoed.

Pas als ik hem die avond hoor zingen op de wc weet ik dat het mis is. Zingen is in onze familie een beetje beladen. Van kindsbeen af kampt zo ongeveer iedereen met somberte (we vragen ons nog steeds af waarom onze ouders het eigenlijk een goed idee vonden om zich voort te planten) en de beste tip daartegen, naast natuurlijk sporten en braaf je pillen slikken, kwam van onze vader: als je je sip voelt, moet je gaan zingen. Omdat je dan aan weinig anders kan denken.

Mijn neefje blèrt met overslaande stem ‘Wat Zou Je Doen’ van Bløf. Ik denk aan de sirenen, die met hun stemmen schippers betoverden. In de Odyssee wordt benadrukt dat hun gezang niet zozeer fysiek als wel geestelijk verlangen opriep. Naar een plek waar alles beter is, waar je eindelijk veilig bent. Odysseus liet zijn zeemannen hun oren vol was stoppen om het gevaar te vermijden, slimme Jason zette er een zanger tegenover die ooit dankzij zijn muziek als levende de onderwereld mocht betreden, en het er ook nog heelhuids van afbracht. Zijn muziek stelde de dood even uit.

Vanuit mijn wc klinkt inmiddels ‘Niet Of Nooit Geweest’ van Acda en De Munnik. Een vriend belt en ik neem op.

„Wat een vrolijke boel daar”, giechelt hij naar aanleiding van mijn neefjes uithalen. Hij moest eens weten. Zolang mijn neefje zingt, moet er iets worden bedwongen. Pas wanneer hij stilvalt is het weer goed. Pas dan kunnen we weer verder in een wereld die we niet de hele tijd met gezang hoeven te stutten.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.