Opinie

Welkom terug, Eddie Murphy

Peter de Bruijn Eddie Murphy maakt als eerbetoon aan een van zijn jeugdhelden de film ‘Dolemite Is My Name’. Volgens Peter de Bruijn biedt de film Murphy ouderwets de kans om zijn verbale comedy ruim baan te geven. Een opmaat naar zijn terugkeer naar het stand-up podium?

Peter de Bruijn

Voor Eddie Murphy is de tijd van terugblikken aangebroken. De komende jaren speelt hij in vervolgfilms van de hits waarmee hij een van de succesvolste komieken van de jaren tachtig werd: Coming 2 America en Beverly Hills Cop 4. In december zal hij na 35 jaar opnieuw te zien zijn in Saturday Night Live, de satirische televisieshow waarmee hij zijn naam vestigde.

Het meest opwindend voor fans is dat Murphy zijn terugkeer heeft aangekondigd naar stand-up comedy, met zijn eerste show sinds Raw uit 1987. Na ruim dertig jaar is dat nog altijd de meest succesvolle registratie van een comedyshow aller tijden, met een opbrengst van 50 miljoen dollar.

Ook in zijn nieuwe film Dolemite Is My Name, die sinds kort op Netflix staat, maakt Murphy een reis terug in de tijd. De film is een eerbetoon aan een van zijn jeugdhelden. Hij speelt komiek, zanger en filmmaker Rudy Ray Moore, die in de jaren zeventig naam maakte met een scabreuze act als zijn vuilbekkende, op seks beluste alter ego Dolemite. Met de opbrengst van zijn comedyalbums maakte Moore in 1975 de overstap naar film met de no-budgetproductie Dolemite. Dat was een al dan niet bedoelde parodie op ‘blaxploitation’-films zoals Superfly en Shaft: een misdaadverhaal, gecombineerd met klunzige seksscènes en pogingen tot kungfu (‘Pimp-fu’ genaamd).

Voor Murphy was Dolemite Is My Name een passieproject, waar hij al tientallen jaren mee rondliep. Moore brak nooit door naar de (witte) mainstream. Maar Murphy introduceert hem nu via Netflix bij het grootst mogelijke publiek. Dat laat zien dat er het een en ander is veranderd in de mediawereld, die kansen biedt die voorheen ondenkbaar waren. Voor Murphy was er overigens nooit sprake van ‘exploitatie’ bij de zwarte films van de jaren zeventig, zo liet hij in meerdere interviews weten. „We waren gewoon blij dat we mensen konden zien op het scherm die er zo uitzagen zoals wij.”

Murphy heeft zich nooit veel gelegen laten liggen aan het dictaat van de goede smaak. Raw staat nog steeds hoog genoteerd op de lijst van films waarin het vaakst het woord ‘fuck’ valt (223 keer). Dolemite Is My Name biedt hem ouderwets de kans om zijn verbale comedy ruim baan te geven, waar zijn latere films vaak meer draaien om slapstick en ingenieuze verkleedpartijen. Dat is vermoedelijk geen slechte voorbereiding op zijn terugkeer naar stand-up.

Murphy is niet meer het karikaturale haantje dat hij was in zijn jonge jaren. In Dolemite Is My Name speelt hij een man die bijna door het leven verslagen is, maar steeds net niet. Rudy Ray Moore krijgt clubs plat als Dolemite. Maar hij verbeeldt zich geen moment dat hij zelf die grofgebekte bluffer is die al die krankzinnige nonsens uitkraamt. Murphy speelt hem met een onderstroom van weemoed en zelfs kwetsbaarheid. Hij laat niet alleen zijn bravoure zien, maar ook de trieste, teleurgestelde en onzekere man die zich onder al die branie schuilhoudt. Dat belooft wat voor Murphy’s terugkeer naar het comedypodium.

Peter de Bruijn is filmrecensent.