Waarom juist Gambia zich nu sterk maakt voor de Rohingya

de zaak tegen Myanmar Omdat echte actie tegen Myanmar uitblijft, begint het West-Afrikaanse Gambia een zaak bij het Internationaal Gerechtshof.

De delegatie met de Gambiaanse minister van Justitie Aboubacarr Tambadou (links) maandag bij het Vredespaleis.
De delegatie met de Gambiaanse minister van Justitie Aboubacarr Tambadou (links) maandag bij het Vredespaleis. Peter Dejong

Een opmerkelijke zaak werd maandag aangebracht bij het Internationaal Gerechtshof in het Haagse Vredespaleis: het West-Afrikaanse Gambia (twee miljoen inwoners) vroeg de rechters van het hof om Myanmar (15.000 km verderop) te veroordelen voor genocide op de Rohingya. Vier vragen.

Lees ook: Gambia daagt Myanmar voor Gerechtshof om ‘genocide’ op Rohingya

1 Wat wil Gambia precies bereiken?

De Gambiaanse minister van Justitie Aboubacarr Tambadou was speciaal naar Den Haag gekomen om de zaak te lanceren. Tegen persbureau AP zei hij dat zijn land „duidelijk wil maken dat de wereld niet kan toekijken terwijl er om ons heen verschrikkelijke misdaden plaatsvinden. Het is een schande voor onze generatie dat we niets doen terwijl er recht onder onze ogen een genocide wordt uitgevoerd.”

In 2017 verdreef het Myanmarese leger, de Tatmadaw, ruim 700.000 leden van de islamitische Rohingya-minderheid uit het overwegend boeddhistische land. Deze militaire operatie had volgens onderzoek van de Verenigde Naties „genocidale intenties”. Dorpen werden platgebrand, 9.000 inwoners vermoord, er waren martelingen en vrouwen en kinderen werden verkracht. De regering van Myanmar zegt dat de het leger alleen heeft gereageerd op aanvallen door militante Rohingya.

2 Waarom zet juist Gambia zich in voor de Rohingya?

Gambia staat aan een nieuw begin, nadat president Jammeh begin 2017 na 22 jaar dictatuur gedwongen werd te vertrekken. Tambadou, minister van Justitie onder de nieuwe gekozen president Adama Barrow, heeft als jurist voor het Rwanda-tribunaal gewerkt en bezocht de gevluchte Rohingya in Bangladesh. In mei verwierf het bijna geheel islamitische Gambia de steun van de Organisatie voor Islamitische landen (OIC, 57 staten) om naar het hof in Den Haag te stappen. Omdat alleen landen een zaak bij dit hof kunnen beginnen, voert Gambia de zaak names de OIC. Tien mensenrechtenorganisaties steunen het initiatief. Gambia heeft andere landen opgeroepen zich aan te sluiten.

3 Waarom koos Gambia voor deze rechtbank?

Omdat het de enige resterende optie is om de druk op de Myanmarese regering op te voeren. Er is al eerder internationale juridische actie tegen Myanmar in het werk gesteld, maar die heeft nog geen resultaat.

Het Internationaal Strafhof, eveneens in Den Haag, doet sinds vorig jaar vooronderzoek naar deportatie van de Rohingya. Het Strafhof behandelt strafzaken tegen individuen, het Internationaal Gerechtshof oordeelt over geschillen tussen landen. De bewegingsruimte van Strafhofaanklager Fatou Bensouda is beperkt: Myanmar weigert medewerking. Omdat het land geen lid is van het Strafhof, en de VN-Veiligheidsraad tot nu toe weigert om het hof een mandaat te geven, kan Bensouda geen onderzoek doen naar genocide. Ook is de kans dat Myanmar verdachten zal uitleveren uiterst klein.

De VN hebben los hiervan in 2018 een speciaal onderzoeksorgaan opgericht dat bewijs moet verzamelen en op basis daarvan aanklachten moet voorbereiden, voor eventuele toekomstige rechtszaken.

Al deze juridische initiatieven zouden volgens de VN-Mensenrechtenraad moeten worden aangevuld door sancties van de Veiligheidsraad, maar die blijven tot nu toe uit. China en Rusland, die vetorecht hebben in de raad, houden ook pogingen tegen om Myanmar te dwingen mee te werken aan de veilige terugkeer van de Rohingya.

Lees ook: Gruwelijk, maar genoeg bewijs voor genocide?

4 Gaat deze zaak de Rohingya helpen?

Alleen indirect, en waarschijnlijk niet op korte termijn. Zaken bij het Internationaal Gerechtshof kunnen jaren duren. Uitspraken zijn bindend, maar moeilijk afdwingbaar. Er zijn twee redenen waarom Gambia toch deze zaak begint: het zou de eerste keer zijn dat een rechtbank vaststelt dat er inderdaad volkerenmoord is gepleegd op de Rohingya. Dat feit alleen al kan enige genoegdoening geven aan slachtoffers en nabestaanden. Het zou ook een stok achter de deur zijn voor als de Veiligheidsraad in de toekomst wél wil optreden tegen de Tatmadaw; de onderdrukking van etnische minderheden in Myanmar gaat nog altijd door, rapporteerden de VN twee maanden geleden nog.

Lees ook 50.000 stapelbedden op een eiland: hier moeten de Rohingya naartoe