Recensie

Recensie Film

‘The Irishman’: Scorsese blijft pionieren op zijn oude dag

Misdaadepos ‘The Irishman’ is een weids en tegelijk intiem sluitstuk op Martin Scorseses maffiatrilogie. Het epos is een monumentale grafzerk voor een criminele levensstijl. ●●●●●

In het midden Al Pacino als Jimmy Hoffa, rechts Robert De Niro als Frank Sheeran in ‘The Irishman’.
In het midden Al Pacino als Jimmy Hoffa, rechts Robert De Niro als Frank Sheeran in ‘The Irishman’.

Applaus voor Netflix. Wie anders steekt 150 miljoen dollar in The Irishman, als misdaadepos van 3 uur en 29 minuten eerder een miniserie. Een budget dat grotendeels werd opgesoupeerd door nog onbewezen ‘digitale verjonging’ van een kwartet Scorsese-veteranen: Robert De Niro (76), Al Pacino (79), Joe Pesci (76) en Harvey Keitel (80).

Scorsese (76) blijft pionieren op zijn oude dag, zoals eerder met 3D (Hugo) en hoogwaardige tv-series (Boardwalk Empire). En Netflix’ gok pakt prima uit: in de digitale trucage van Industrial Light and Magic zien Scorseses oudjes, die meestal veertigers en vijftigers spelen, er een stuk natuurlijker uit dan Will Smiths verjongde versie in diens onlangs geflopte actiefilm Gemini Man.

Maar toch ook wat ouder dan wenselijk: je gelooft niet echt dat de maffiose vakbondsman Frank Sheeran (Robert De Niro) twintig jaar jonger is dan zijn godfather Russell Bufalino (Joe Pesci). Curieus genoeg werkt die ouwelijkheid in het voordeel van The Irishman, een terugblik op een vergooid, vreugdeloos leven door een hoogbejaarde, holle man.

Intiem sluitstuk

The Irishman is een weids en tegelijk broeierig intiem sluitstuk op Scorseses maffiatrilogie. In deel één, Goodfellas (1990), beleefden we via gangster en spijtoptant Henry Hill de ondergang van een New Yorkse maffiaclan. In het al even sardonische Casino (1995) verloren de maffia en diens zetbaas Sam Rothstein de greep op gokstad Las Vegas. Onderwerp was telkens het Italiaans-Amerikaanse onderwereldimperium tussen de jaren vijftig en tachtig, dat verkruimelde door overheidsdruk én door het ik-tijdperk: een generatie maffiosi voor wie kadaverdiscipline, loyaliteit en omerta niet langer vanzelf spraken.

Scorsese hield zich altijd verre van Godfather-romantiek: zijn maffia is een hel van vulgaire, hypocriete wreedheid, machismo en paranoia. Wel keken in die eerdere films de antihelden spijtig terug op hun gloriedagen. Die nostalgie ontbreekt in The Irishman: daar is het verleden een grauwsluier. ‘Toxische masculiniteit’ is geen bedwelmende machtstrip die zich ten slotte tegen de antiheld keert, maar een juk dat stukje bij beetje de ziel uit het lichaam zuigt tot louter giftige herinneringen resteren.

Gangster-vakbondsman

The Irishman is gebaseerd op I Heard You Paint Houses, jargon voor „ik heb gehoord dat je mensen uit de weg ruimt”. In die bestseller van Charles Brandt bekende gangster-vakbondsman Frank Sheeran dat hij een sleutelrol speelde bij de verdwijning van en moord op stokebrand Jimmy Hoffa van de machtige truckersvakbond de Teamsters op 30 juli 1975 – een van Amerika’s grote onopgeloste mysteries. Al wist de FBI volgens dit boek al snel hoe de vork in de steel zat en verdwenen alle betrokkenen, inclusief Sheeran, nadien systematisch achter de tralies op grond van andere aanklachten.

Voor Frank Sheeran was het traumatisch verraad: Hoffa was zijn vriend, vaderfiguur en idool. Zelf begonnen als trucker, werd Sheeran in de jaren zestig bij Hoffa gedetacheerd door een tweede vaderfiguur: de invloedrijke, discrete maffiabaas Russell Bufalino. Hij was eveneens tot zijn vertrouweling uitgegroeid door incasso, brandstichting, moord en andere klusjes. Sheeran redderde en bemiddelde tot dat niet langer kon.

Hoffa, die ondanks zijn opportunistische banden met de maffia altijd vakbondsman bleef, wilde in 1975 na een celstraf namelijk de controle over ‘zijn’ Teamsters terug. Dat kwam de maffia, die tijdens zijn afwezigheid het pensioenfonds van de vakbond plunderde, slecht uit.

Over Sheerans claim is het laatste woord nog niet gezegd: hij bekende in I Heard You Paint Houses tevens de moord op de losgeslagen maffiadon ‘Crazy’ Joe Gallo in 1972, zijdelingse betrokkenheid bij de mislukte Varkensbaai-invasie in Cuba én bij de moord op president John F. Kennedy in 1963. Die laatste claim laat Scorsese onvermeld in The Irishman, al suggereert ook hij dat de moordaanslag in Dallas een maffia-operatie was.

Lees ook: De Niro, Pacino, Pesci zijn digitaal verjongd voor ‘The Irishman’. Eerder dit jaar werd de techniek ook gebruikt voor Will Smith in ‘Gemini Man’. Maar werkt het?

Zwartkomisch uitstapje

Rode draad in The Irishman is een zwartkomisch uitstapje van Sheeran met zijn godfather Bufalino en twee kettingrokende echtgenotes in 1975, dat halverwege een lugubere wending neemt. Vandaar reizen we door verleden en toekomst met Sheerans haperende vertelstem die veel ongezegd laat, vermoedelijk omdat hij zichzelf niet echt onder ogen durft te komen.

Zo krijgen we een grimmig inkijkje in de machinekamer van de maffia, waar drie mannen in een schemerig restaurant met een paar gefluisterde codewoorden beschikken over leven en dood. Twijfel los je op met een koel en efficiënt nekschot, bij voorkeur uitgevoerd door iemands beste vriend.

Joe Pesci speelt als Russell Bufalino de tegenpool van de heetgebakerde, labiele gangsters waarin hij tot dusver excelleerde: een discrete gentleman die bijna bedroefd lijkt over alle leed en verraad. Kende iedereen gewoon zijn plaats maar. Voor Bufalino lijkt het leven net zo’n loden last als voor Frank Sheeran, voor wie blinde gehoorzaamheid de enige leidraad is. Ook al maakt dat hem tot zo’n geblokkeerde poel van zelfhaat dat hij de liefde van zijn eigen dochters verspeelt.

Agent van chaos

Pesci’s en De Niro’s genuanceerde, ingetogen vertolkingen vinden spetterend weerwerk bij Al Pacino, die als charismatische volksmenner Jimmy Hoffa – ‘cocksucker’ is zijn stopwoord – domineert zonder te schmieren. Hij is in feite de agent van chaos die Joe Pesci in Scorseses eerdere maffiafilms speelde. Hoffa verstoort de balans door trots, opvliegendheid en zelfoverschatting. Maar die teloorgang is tragisch, want ingegeven door pervers idealisme en loyaliteit aan zijn achterban. En hartverscheurend, gezien zijn warme, open omgang met Frank Sheeran.

Leken Scorseses antihelden eerder nog architect van hun eigen lot, hier zijn ze pionnen in een bloedige tredmolen van eigen makelij. Scorsese versterkt dat fatalisme door bij bijfiguren in onderschrift de doodsoorzaak te vermelden: in 1980 in eigen auto opgeblazen, in 1982 vermoord door zes kogels in het achterhoofd. Vergeleken met de miserabele, door wroeging en spijt verteerde nadagen van Frank Sheeran – goed voor een doffe epiloog van ruim een half uur – lijkt zo’n einde bijna genadig. Het maakt The Irishman tot een monumentale grafzerk voor een criminele levensstijl waar elke glamour welbewust is uitgebleekt. Mocht dit Scoreses laatste zijn – op zijn leeftijd weet je het nooit – dan is zijn oeuvre helemaal af.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.