Te laat gegevens aangeleverd, boete toch verlaagd

Economie & recht Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: fiscaal recht.

Foto Silvia Jansen

Hij heeft een eenmanszaak maar af en toe heeft hij kortstondig hulp van deeltijdkrachten. De Inspectie SZW komt in 2016 langs voor controle en vraagt daarna om urenregistratie en loonstroken voor de vier werknemers die – tijdens de controle – bij de eenpitter werkzaam zijn. Die bewijzen levert hij niet op tijd. Een herinnering volgt een paar maanden later, dan stuurt de eigenaar direct de gevraagde documenten op. Hij verklaart dat hij die eerder aan een stagiair van zijn administratiekantoor had gegeven, maar dat die zijn zoekgeraakt. De inspectie is onvermurwbaar en legt de man een boete op voor het te laat indienen van de bewijzen, van bijna 40.000 euro. De man vindt de boete buiten proportie en stapt uiteindelijk naar de rechter.

Die oordeelt dat de boete in beginsel terecht is opgelegd. De man was immers te laat met het indienen van het papierwerk, dus mag de inspectie een boete opleggen. Maar de rechter gaat mee in het verweer van de eigenaar dat de boete disproportioneel is, zeker als rekening wordt gehouden met het feit dat de vier werknemers samen amper 73 uur in twee maanden tijd voor de eenpitter hebben gewerkt. Bovendien ging de man direct over tot actie – hoewel te laat – na het sturen van de herinnering en werkte hij mee.

De rechter ziet geen aanleiding om aan het relaas van de man te twijfelen. Een en al in overweging genomen acht de rechter „de boete in dit geval onevenredig in verhouding tot de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid”. De boete blijft staan maar wordt verlaagd tot 8.000 euro.

Uitspraak: ECLI:NL:RBROT:2019:8591