Reportage

Uitspraak Europese hof betekent einde voor Israëlische wijnpolitiek

Nederzettingen Israëlische wijnbouwers in bezet Palestijns gebied verhullen, aangemoedigd door de Israëlische overheid, de herkomst van hun wijn. De Europese rechter trekt opnieuw een streep.

Wijngaard bij Har Bracha, een van de Israëlische nederzettingen in bezet gebied.
Wijngaard bij Har Bracha, een van de Israëlische nederzettingen in bezet gebied. FotoRonen Zvulun/Reuters

Wijn uit Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever mag niet meer het etiket ‘Made in Israel’ dragen. Dinsdag bevestigde een bindende uitspraak van het Europese Hof van Justitie dat wijnverkopers in Europa verplicht zijn op hun etiketten duidelijk te vermelden dat dit soort wijn niet van Israëlisch grondgebied komt. De nederzettingen zijn volgens internationaal recht illegaal.

„Goedemorgen, hoe gaat het?” Tussen de wijnvaten heet de Nederlands-Israëlische wijnmaker Vered Ben Sa’adon (42) Nederlandse bezoekers in het Nederlands welkom in de nederzetting Rechelim. Ben Sa’adon en haar man startten hun wijnmakerij Tura zestien jaar geleden. De etiketteringsplicht noemt Ben Sa’adon „het nieuwe antisemitisme”. Ze is ervan overtuigd dat de uitspraak van het Europese Hof tegen Israël als geheel is gericht, niet alleen tegen de nederzettingen. Zij vertelt over haar Nederlandse grootmoeder Liesje, die in de Tweede Wereldoorlog moest onderduiken. „Mijn grootmoeder moest een Jodenster dragen”, zegt Ben Sa’adon. „Daarna kwamen de boekverbrandingen, de moorden… Ik zal mezelf nooit labelen met iets waarvan je niet weet waar het op uitloopt.”

Groene heuvels met druivenranken en olijfbomen, huisjes met rode daken. Als je de wachtposten en het prikkeldraad wegdenkt, kan de Westelijke Jordaanoever er idyllisch uitzien. Maar achter het zonnige plaatje van de ‘Israëlische’ boetiekwijnen ligt een werkelijkheid van voortdurende mensenrechtenschendingen. Bijvoorbeeld in Burin, een Palestijns dorp dat is ingeklemd tussen de Israëlische nederzettingen Har Bracha, Yitzhar en de buitenpost Giv’at Ronen.

Lees ook: EU-hof: aparte etiketten voor producten uit Israëlische nederzettingen

Staatsland

In een kamertje vol dozen en papieren in het dorpshuis opent dorpsraadvoorzitter Nidal Jamil al-Najjar (59) een kluis. Hij haalt er een grote zwarte dossiermap uit. In vervaagde inkt staan er namen en nummers van stukjes land: de grond van Har Bracha, waarop de druiven groeien van de Ben Sa’adons, is oorspronkelijk grotendeels van families uit Burin. Dat zegt ook Dror Etkes, een Israëlische onderzoeker die al decennia de Israëlische nederzettingen volgt. Israël heeft de grond als ‘staatsland’ bestempeld en least het aan de Israëlische wijnboeren. Volgens Etkes heeft Israël bijna duizend hectare Palestijnse grond ingenomen voor landbouw. Wijngaarden beslaan daarvan nu meer dan 220 hectare.

Burin is al jaren een mikpunt van geweld door bewoners van de naburige nederzettingen. Zaid Omran (53) uit Burin laat een filmpje op zijn telefoon zien van een paar dagen geleden, waarin hij met zijn zoon wegrent voor gemaskerde Israëlische jongeren. „Ik probeerde alleen mijn olijven te oogsten.” Volgens Omran zijn de pogingen dat te verhinderen bewust. „Als ze het maar lang genoeg volhouden, kunnen ze dat land ook innemen. Ze pakken steeds een stukje meer af.” Volgens Israëlische regelgeving mag de staat land confisqueren als het voor langere tijd niet gecultiveerd is.

Juiste etikettering

De wijnpolitiek staat symbool voor de normalisering van de nederzettingen die Israël nastreeft. In handelsverdragen en andere overeenkomsten maakt de EU onderscheid tussen producten uit de bezette Palestijnse gebieden en Israël zelf. Volgens de EU ondermijnen de Israëlische nederzettingen de tweestatenoplossing. Israël bestrijdt dat de nederzettingen illegaal zijn en probeert voortdurend het onderscheid te laten verdwijnen.

De uitspraak van het Europese Hof van Justitie bekrachtigt het differentiatiebeleid van de EU en bevestigt een „interpretatieve mededeling” uit 2015 die Europese lidstaten verplicht toe te zien op juiste etikettering. De zaak tegen de etiketteringsverplichting was in Frankrijk aangespannen door Psagot, een grote wijnmaker op de Westelijke Jordaanoever die hoopte de handhavingsverplichting teniet te doen. De Franse rechtbank verwees de wijnmaker door naar het Europese Hof.

De juridische beslissing maakt het lastiger voor Europese lidstaten de regelgeving te negeren. Op dit moment is de handhaving wisselend. Toen de Nederlandse stichting Christenen voor Israël deze zomer door de Voedsel- en Warenautoriteit op de vingers werd getikt omdat de gelieerde webwinkel wijnen uit nederzettingen verkoopt als Made in Israel, reageerde de stichting verontwaardigd. Volgens onderzoek van de Europese organisatie EuMEP staan in Nederland op dit moment 166 wijnen uit acht nederzettingen te koop; daarbij is de Golanhoogte inbegrepen, oorspronkelijk Syrisch grondgebied dat Israël in 1981 annexeerde. Slechts twee van de achttien onderzochte winkels gebruiken de correcte etiketten voor wijn uit nederzettingen.

Campagne

Ben Sa’adon zegt niet te vrezen voor het effect van de uitspraak op de omzet van haar wijnhouderij. „Voor elke persoon die ons boycot, komen er twintig mensen terug die juist demonstratief van ons kopen.” Ideologische supporters van de nederzettingen springen regelmatig in de bres voor ‘hun’ wijn. Toen eerder dit jaar een Nederlandse activist kritische vragen stelde aan de HEMA over de afkomst van een ‘Israëlische’ wijn, begonnen aan lobbyorganisatie CIDI verbonden Twitteraars onmiddellijk een campagne om de wijn te kopen. De jaaromzet van de Israëlische wijnhouders samen bedraagt zo’n 45 miljoen euro; ruim een kwart van hun productie gaat naar de EU. Onbekend is welk deel daarvan wijnmakers op de Westelijke Jordaanoever betreft.

Ook de Palestijnse dorpelingen zijn sceptisch over de praktische gevolgen. „Een wijnboer hier kan makkelijk een deal sluiten met een handelaar in Tel Aviv”, zegt Al-Najjar in Burin. „Die plakt dan alsnog het etiket ‘Israël’ op de fles.”

Wijnmaakster Ben Sa’adon schetst een vergelijkbare praktijk. „Van onze 81 hectare grond zouden we 250 duizend flessen per jaar kunnen maken, maar we maken er maar honderdduizend”, rekent ze voor. „30 tot 40 procent van de oogst gaat naar andere wijnmakerijen in Israël. Ze kunnen ons boycotten, maar de mooie druiven van Tura zitten toch in de wijn.”

Bovendien zijn er andere afzetmarkten die snel groeien; ze moet straks een e-mail uit China beantwoorden. „Ze maken het ons moeilijk in Europa, maar het hele Oosten wacht op ons.”

Correctie (14 november 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd in een link niet verwezen naar de uitspraak van het hof maar naar het advies in deze zaak dat de advocaat-generaal al in juni uitbracht. Dat is nu hersteld.