RIVM: Zes jaar langer leven door schonere lucht

Onderzoek luchtkwaliteit De gemiddelde Nederlander van nu leeft zes jaar langer dan in 1980. Dat is het gevolg van een verbeterde luchtkwaliteit.

De luchtkwaliteit in Nederland is sinds 1980 sterk verbeterd.
De luchtkwaliteit in Nederland is sinds 1980 sterk verbeterd. Foto Marc Venema

Doordat de lucht schoner is geworden leeft de Nederlander gemiddeld zes jaar langer. Dat blijkt uit berekeningen van drie onderzoeksinstituten, onder leiding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Sinds 1980 is de luchtkwaliteit in Nederland sterk verbeterd en dat bevordert de volksgezondheid. „We weten al wat langer dat de luchtkwaliteit beter wordt, maar dat onze levensverwachting daardoor zo enorm is gestegen verraste ons”, zegt Guus Velders, senior onderzoeker luchtkwaliteit bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Onder leiding van Velders deed het RIVM onderzoek naar de verbetering van de luchtkwaliteit in Nederland van 1980 tot 2015, en de bijbehorende gezondheidseffecten. Dit onderzoek werd dinsdag gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Atmospheric Environment.

Er is gekeken naar twee scenario’s. Het eerste scenario onderzocht de gezondheidseffecten zónder Europees beleid rondom luchtkwaliteit. In het tweede scenario is naar de gerapporteerde uitstoot mét Europese regelgeving gekeken. Hierin zijn ook bekende affaires verwerkt zoals dieselgate, het emissieschandaal waarbij Volkswagen uitstootwaarden voor stikstofoxiden (NOx ) manipuleerde. Deze gerapporteerde uitstoot komt overeen met daadwerkelijke metingen van concentraties in de atmosfeer.

In het scenario zonder beleid steeg de gemiddelde hoeveelheid fijnstof in de Nederlandse atmosfeer van 59 microgram/m3 in 1980 naar 102 microgram/m3 in 2015. In het scenario mét beleid is de concentratie echter gedaald naar 12 microgram/m3. Dit komt overheen met de gemeten hoeveelheid fijnstof in de Nederlandse atmosfeer.

„Zo’n daling krijgen we als Nederland niet in ‘ons uppie’ voor elkaar want de lucht is overal”, vertelt Velders. 56 procent van het verschil tussen beide scenario's in 2015, wordt dan ook veroorzaakt door reducties in uitstoot van sectoren in andere Europese landen. De industrie, de landbouw en de transportsector zijn verantwoordelijk voor respectievelijk 54 procent, 23 procent en 15 procent van deze daling. „Als we deze waarden projecteren op onze levensverwachting in 2015, levert dit Nederland 700.000 levensjaren per jaar op in vergelijking met het scenario zónder beleid. Dat zijn gemiddeld zes extra levensjaren per Nederlander”, aldus Velders.

Sinds 1980 gehalveerd

In het onderzoek is gekeken naar fijnstof (PM10 en PM2,5), stikstofoxide (NOx) en zwaveldioxide (SO2). Fijnstof heeft volgens Velders de grootste impact op de volksgezondheid. Vluchtige organische stoffen die bijvoorbeeld smog veroorzaken, zijn niet meegenomen in het onderzoek omdat dit volgens Velders louter om kortstondige blootstelling gaat: „Dit heeft weinig effect op het daadwerkelijke verlies in levensjaren.”

Door inademing van fijnstof kunnen mensen ademhalingsproblemen krijgen en is er een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Kinderen kunnen door inademing van fijnstof een ontwikkelingsachterstand oplopen.

De hoeveelheid fijnstof in de lucht is sinds 1980 gehalveerd. Toch zijn er verschillende ‘vervuilende’ sectoren die sinds 1980 enorm gegroeid zijn. „Er zijn bijvoorbeeld 2,5 keer zoveel auto’s op de weg als in 1980”, zegt Velders. Het verkeer is met een uitstoot van 40% ook nog altijd de grootste bron van fijnstof, vooral door het gebruik van dieselmotoren. Daarnaast is de landbouw een grote vervuiler. 23% van het fijnstof wordt door deze sector uitgestoten. Met name de clustering van veehouderijen kan voor hoge lokale concentraties fijnstof zorgen.

Beleid werpt zijn vruchten af

„We hebben 1980 als uitgangspunt genomen omdat er sindsdien Europese wetgeving geldt voor de luchtkwaliteit van de lidstaten”, zegt Velders. Emissieplafonds voor lidstaten werden ingesteld en uitstootnormen voor bedrijven werden in de Europese wet vastgelegd. De afzonderlijke lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor de navolging hiervan. „Die wetgeving heeft zijn vruchten afgeworpen”, zegt Velders.

Fabrieken in Nederland zijn sindsdien verplicht om roetfilters op schoorstenen te plaatsen. Ook worden er standaard katalysatoren in auto's geplaatst. Deze neutraliseren fijnstof in de uitstoot. „Autofabrikanten zijn helemaal niet gebaat bij een schonere nabehandeling van de uitstoot”, zegt Velders. „Zo’n katalysator was er zonder beleid ook helemaal niet gekomen.”

De positieve trend zet de komende jaren volgens Velders gewoon door. „Een schoner wagenpark en een beter stikstofbeleid kunnen ervoor zorgen dat de luchtkwaliteit blijft verbeteren”, zegt hij. Er valt volgens Velders nog wel veel te halen: „De huidige luchtkwaliteit kost ons immers nog altijd negen tot twaalf maanden van ons leven.”