V.l.n.r.: Eurocommissaris Pierre Moscovici, Alexander Italianer en Jean-Claude Juncker tijdens een vergadering van de Europese Commissie in 2016.

Foto Olivier Hoslet/EPA

Interview

‘Nederland heeft altijd een voorspelbare positie in Brussel’

Alexander Italianer De oud-secretaris-generaal van de Europese Commissie zag Nederland vaak schoppen tegen beleid, maar van datzelfde beleid ook goed profiteren.

Af en toe moet Alexander Italianer zichzelf verbeteren. „Wij doen nu alleen nog lopende zaken”, begint hij dan bijvoorbeeld, als hij spreekt over de ‘demissionaire’ staat die de vertrekkende Europese Commissie van voorzitter Jean-Claude Juncker heeft. ‘Wij’? „Ik bedoel de Commissie natuurlijk.”

Tot anderhalf jaar geleden was de Nederlander de hoogste ambtenaar in Brussel. Een dertigjarige carrière binnen de Europese instellingen sloot hij in februari 2018 af als secretaris-generaal van de Commissie, een functie waarin hij jarenlang meekeek over de schouders van voorzitter Juncker.

Nu is Italianer parttime verbonden aan een advocatenkantoor in Brussel. Maar hij volgt de Europese politiek nog op de voet. Er is zichtbare emotie als het gaat over zijn oude chef, die eind deze maand waarschijnlijk definitief het Europese toneel verlaat. In Nederland wordt Juncker nogal eens afgeschilderd als een rommelige Bourgondiër. Een onderschatting, vindt Italianer: „Juncker is een groot staatsman, hij is me zeer dierbaar.”

Hij vervolgt: „Als politicus uit een klein land [Juncker was 18 jaar lang premier van Luxemburg] is zijn instelling altijd geweest: ik heb niets te verliezen. Zo benaderde hij Chinese, Amerikaanse en Russische leiders. Hij vertelde ze de waarheid en dat dwingt respect af. Mensen onderschatten ook hoe zwaar de taak van een commissievoorzitter is. Ik kan me geen moment herinneren dat hij niet bezig was met een telefoontje met een regeringsleider.”

Wat verwacht u van zijn opvolger Ursula von der Leyen?

„De vorige Commissie kon in het Europees Parlement steunen op een coalitie van twee partijen. Dat zijn er nu drie, soms zelfs nog meer. Wij in Nederland kennen het coalitielandschap en weten wat er mis kan lopen als je geen meerderheid hebt. Dan wordt het allemaal veel onzekerder.”

Heeft Von der Leyen genoeg ervaring? Haar eerste maanden verliepen niet vlekkeloos.

„Ik weet nog dat niemand in het begin geloofde in Jacques Delors, toen die als Commissievoorzitter aantrad [Delors was voorzitter van 1985-1995]. Ik heb nog nooit een voorzitter gezien die níét onder de indruk was van wat er op hem af komt. Ervaring komt vanzelf.”

Von der Leyen wil dat de EU assertiever wordt op het woelige politieke wereldtoneel. Zal dat lukken?

„Die ambitie is goed, maar niet nieuw. De commissie-Juncker begon al met ‘Pesco’-projecten, waarin EU-landen samen investeren in defensie. Er is al nauwere samenwerking tussen de EU en de NAVO. En er zijn andere bestaande Commissie-instrumenten voor assertiever beleid: dataprotectie, de plannen voor digitale belastingen, het sluiten van handelsakkoorden, de Green Deal. Dat is allemaal al geopolitiek.”

Trump dreigde vorig jaar de Europese auto-industrie te treffen met zware importheffingen. Juncker reisde naar Washington en wist verdere escalatie van het handelsconflict te voorkomen. Wat is zijn geheim?

„Staalarbeiderszoon Juncker begrijpt types als Trump. Hij weet hoe je met leiders en hun karakters moet omgaan. Er was chemie tussen die twee. Junckers deal met Trump moet je ook zien als een geopolitiek wapenfeit.”

Verdere EU-uitbreiding op de Balkan beschouwt Juncker als geopolitiek noodzakelijk, om Balkanlanden in de Europese invloedssfeer te houden. Maar landen als Nederland liggen dwars. De EU-deur blijft daarom voor Noord-Macedonië en Albanië op slot. Wat vindt u daarvan?

„De commissie-Juncker vindt inderdaad dat die landen klaar zijn voor toetredingsonderhandelingen. Dat is een beoordeling. Maar Nederland heeft een andere politieke afweging. Nederland wil pas dat de trein – de start van onderhandelingen – het station verlaat als je precies weet wanneer en waar die trein aankomt.”

De macht van de Europese Commissie roept ook weerstand op. Bijvoorbeeld in Nederland.

„In het verleden hebben we als Commissie teveel vanuit een ivoren toren geopereerd, maar tegenwoordig is deze organisatie ongelooflijk transparant. Je kunt precies volgen hoe de wetgeving gaat, wat er allemaal aan komt. Bedenk wel: Nederland is maar een van de 28 lidstaten.”

Nederland verzet zich vaker tegen Commissieplannen, zoals in de huidige discussie over de hoogte van de nieuwe EU-meerjarenbegroting (2021-2027). Waarom begint u al te lachen als we het onderwerp aansnijden?

„Bij iedere begrotingsonderhandeling zie je deze rituele dans. De Nederlandse positie wordt in Brussel als voorspelbaar gezien. Vaak zegt een Nederlander in Brussel: ‘Zo moet het!’ Een Belg komt met een compromis. Nederland schopt nu tegen de ‘te hoge’ landbouwuitgaven uit de EU-begroting, maar profiteerde er in het verleden goed van. En: juist die hoge landbouwuitgaven zijn oorspronkelijk het idee van een Nederlander! Sicco Mansholt [Europees Landbouwcommissaris vanaf eind jaren vijftig] was de grote pleitbezorger van subsidiëring van Europese landbouw.”

Ziet u de ruzie daarover nog goed komen?

„Aan het eind is er altijd de bereidwilligheid tot een compromis. Ik herinner me die keer dat we als EC een ingenieus systeem bedachten om iedereen tevreden te stellen. De cohesiefondsen, bedoeld voor ondersteuning van arme regio’s, werden toen berekend op ongeveer 100 euro per inwoner van zo’n regio. We haalden daar een klein bedrag achter de komma af, vrijwel onzichtbaar. Maar daarmee hielden we in totaal een pot van 2 miljard euro over. En toen begon de EU-top over de meerjarenbegroting, en elke regeringsleider kwam daar op de valreep met wat laatste wensen. Nederland wilde bijvoorbeeld nog extra geld voor grote stedenbeleid. Wij hebben toen alle leiders een cadeautje gegeven uit die pot van 2 miljard. Iedereen blij, terwijl het gewoon hun eigen geld was.”