Opinie

Macron probeert Europa terecht wakker te schudden

NAVO

Commentaar

Het was zeker onconventioneel en misschien ook niet heel slim van de Franse president Emmanuel Macron om de NAVO in politieke zin „hersendood” te noemen. Maar zijn openhartige analyse in The Economist is een welkome impuls voor een debat waar de Europese politiek nu al drie jaar mee worstelt en dat met de dag urgenter wordt: wie beschermt Europa?

Een Franse president is uiteraard geen academicus die zonder acht te slaan op praktische gevolgen hardop kan filosoferen over de wereldorde. De Franse president is een machthebber. In Europa behoort hij tot de top, op wereldschaal tot de subtoppers onder de kernmachten, in veiligheidsvraagstukken hebben zijn woorden gewicht omdat hij aanvoerder is van een land dat niet schroomt zijn krijgsmacht in te zetten.

Als Macron dus stelt dat de NAVO geen debat voert over strategische beslissingen spitst de hele wereld de oren. Als hij ook nog eens hardop twijfelt aan de onderlinge solidariteit, dan raakt hij aan het hart van het bondgenootschap. De NAVO is in essentie de belofte van de leden dat ze voor elkaar zullen opkomen; een aanval op één is een aanval op allen. Macron liet in het midden of deze onderlinge garantie, vastgelegd in artikel 5 van het NAVO-verdrag, anno 2019 een praktijktest zou doorstaan.

Macron kreeg dan ook het verwijt dat hij de NAVO heeft verzwakt door onenigheid te laten zien. Moskou, aartsvijand van het bondgenootschap, was er inderdaad snel bij om de kritiek op applaus te onthalen.

Daar staat tegenover dat de analyse van Macron niet nieuw is. Moskou was natuurlijk al lang op de hoogte van de breuklijnen die Macron aanstipte. Russische gezanten in het Westen hoeven maar de krant te lezen om te weten dat veel Europese landen ontstemd waren over de Turkse inval in Syrië en president Trump schreeuwt zijn kritiek op de NAVO al sinds 2016 luid de wereld in. Sterker, in Moskou weet men hoogstwaarschijnlijk meer over de interne gang van zaken bij de NAVO dan doordringt tot het publieke debat in het Westen.

De NAVO heeft een probleem omdat Europa er de junior partner is van garantiemacht Verenigde Staten en uitgerekend die garantiemacht te kennen geeft afstand te willen nemen. Al onder president Obama constateerden de VS dat ze zich meer op Azië moesten richten dan op Europa. Trump zet die lijn voort – zij het met trumpiaanse onbehouwenheid. Het ligt voor de hand dat de relatie tussen Europa en de VS een kleine 75 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog en dertig jaar na de val van de Muur losser wordt. Europa is een groot en welvarend continent dat op eigen benen moet kunnen staan. De noodzaak tot Europese zelfstandigheid wordt daarnaast gevoed door de opkomst van China; Macrons schrikbeeld is dat een zwak Europa dat wordt vermalen in de strijd tussen twee supermachten.

Na drie jaar discussie hebben veel Europese leiders de noodzaak tot grotere Europese handelingsbekwaamheid onderkend. Vraag is hoe die te bereiken. De EU wordt op dit vlak pas serieus genomen als de belangrijkste spelers – Frankrijk, Duitsland, Polen – het eens zijn over doel en aanpak van Europees buitenlands- en defensiebeleid en dat weten af te stemmen met NAVO-partners VS, Canada en een post-Brexit VK. Op dat vlak botsen twee scholen op elkaar. Duitsland is langzaam én legt de nadruk op Europese samenwerking in de NAVO, Frankrijk wil voort maken en neemt als kernmacht gemakkelijker afstand tot de NAVO. Macron kan goed analyseren, maar nu komt het eropaan beide scholen te verenigen.