Het laatste jaar van Hümeyra, een meisje van zestien met een stalker

Moordzaak Hümeyra groeide op in Rotterdam-West. Ze wilde later op een ambulance rijden en kocht stiekem een katje. Donderdag begint de strafzaak tegen haar ex-vriend die haar doodschoot, Bekir E.

Hümeyra had een kleine kamer. Op haar bed liggen nu Turkse vlaggen en foto’s.
Hümeyra had een kleine kamer. Op haar bed liggen nu Turkse vlaggen en foto’s. Foto Ilvy Njiokiktjien

Tussen de kamertjes van Hümeyra en haar oudere zus Tugba zat alleen een dun wandje. Als ze ’s avonds in bed nog wakker lagen, konden ze zachtjes naar elkaar kloppen, of even praten.

„Hee poepie, wat doe je?”, vroeg Hümeyra (16) dan aan Tugba (29).

Tugba: „Niks, liggen.”

Hümeyra: „Ok, leuk dan.”

In haar laatste levensjaar lag Hümeyra vaak wakker. Als klein kind deed ze altijd een gebed als ze naar bed moest: „God, alstublieft laat mij slapen.” Maar vorig jaar hielp dat niet, ze had te veel stress. Ze werd gestalkt, bedreigd en mishandeld door haar ex-vriend Bekir E. (32).

Hümeyra ontmoette hem op Facebook in de zomer van 2017. Hij loog over zijn leeftijd en ze hadden enkele weken stiekem een relatie. Totdat ze van de politie hoorde dat Bekir E. twee keer zo oud was, na een toevallige verkeerscontrole.

Hümeyra was gechoqueerd en maakte het uit. Toen begonnen de telefoontjes, appjes, berichtjes – tientallen tot tweehonderd of meer per dag, zegt haar zus. Hij dreigde haar en haar familie te vermoorden.

Tugba probeerde haar gerust te stellen, te helpen, zoals ze haar zusje altijd had geholpen. Toen ze een peuter was en extreem kieskeurig met eten, voerde ze haar kleine hapjes. Toen ze een puber was die dweperig vroeg of ze wel mooi was, gaf haar oudere zus complimentjes. Maar nu vond zelfs Tugba het moeilijk om haar zusje te troosten.

Hümeyra Ergincanli werd op dinsdag 18 december vorig jaar om één uur ’s middags doodgeschoten in de fietsenstalling van het Designcollege in Rotterdam. Haar vader stond aan de andere kant van de school op haar te wachten. Ze moesten naar de politie voor een vierde aangifte.

Lees hier wat verdachte Bekir E. eerder vertelde over het doden van Hümeyra

Donderdag begint de tweedaagse strafzaak tegen Bekir E. en medeverdachte Mohammed al-M. (26), die die dag bij hem in de auto zat. Afgelopen dinsdag debatteerde de gemeenteraad over een vernietigend rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid.

Politie, justitie en andere instellingen zijn collectief tekortgeschoten in de bescherming van Hümeyra. Na haar dood is de aanpak bij stalking doorgelicht en verbeterd.

Burgemeester Aboutaleb bood Hümeyra’s familie, vrienden en school dinsdag excuses aan, ook op verzoek van de raad.

Een gewoon pubermeisje

Achteraf wordt ze in het stadhuis een „dochter” of „vriendin” van Rotterdam genoemd. Volgens advocaat Nelleke Stolk van de familie was ze „een gewoon pubermeisje met haar eigen puberdingen”.

Ze was méér dan een slachtoffer. Wie was Hümeyra?

Levendig en streetwise, vertellen mensen die haar kenden. Ze wilde kraamverzorgster worden, maar besloot dat het toch ambulanceverpleegkundige moest worden. Hümeyra wilde actie. Én trouwen, en jong kinderen krijgen, liefst al op haar negentiende.

Hümeyra en Tugba zijn allebei opgegroeid in de kleine woning in Rotterdam-West, op de vierde verdieping, rond de multiculturele Kruiskade en Middellandstraat, waar duizend-en-een tokootjes zitten. De familie ging naar hun volkstuin om uit te waaien, weg van de drukte.

Ze was de jongste thuis, een nakomertje. Haar moeder was 38 toen ze werd geboren. Het gezin telt meer kinderen, maar die willen buiten dit verhaal blijven.

Tugba heeft haar zusje helpen opvoeden. „Hümeyra was een eigenwijs kind, en kreeg als jongste veel aandacht”, vertelt ze. „Wij voelden elkaar. Ik was voor haar moeder en vader, broer en zus, alles ineen. Zij voor mij ook.”

Haar ouders komen uit de stad Karaman, in het zuiden van Midden-Turkije. Haar vader werkte in Nederland als heftruckchauffeur bij een groente- en fruitveiling. De familie is religieus. Hümeyra ging naar een islamitische basisschool in de wijk Spangen. Ze kreeg als tiener koranles in een Turks cultureel centrum, waar haar moeder ook actief is.

Hümeyra was zorgzaam, net als haar moeder. Ze hield van koken en hielp wel eens mee: spaghetti, pannenkoeken, chocoladetaart. Als ze zich thuis verveelde, ging ze uit zichzelf schoonmaken.

Op haar kleine kamertje was ze zó klaar. Er staat alleen een bed, een grote spiegel en een plankje met cosmetica. De kamer hebben haar ouders na haar dood zo gelaten. Op het bed liggen nu grote Turkse vlaggen als sprei, en kinderfoto’s.

Hümeyra had een kleine kamer met alleen een bed, een plankje met cosmetica en een grote spiegel. Op haar bed liggen nu Turkse vlaggen en foto’s. Het katje Yigit dat ze vorig jaar kocht is inmiddels groot.
Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Bijbaantje als serveerster

Voor de buitenwereld had Hümeyra een normaal leven. Ze hield haar korte relatie met Bekir E. en de stalking verborgen. Ook voor haar familie, omdat hij haar bedreigde. „Ze bleef altijd lachen, je kon niet zien dat ze pijn had”, zegt Tugba.

Ze deed graag haar eigen dingen – voor zover dat kan binnen een beschermde opvoeding. Ze had een bijbaantje als serveerster bij het Turkse restaurantje Dürüm Evi in het centrum. Ze kon het met iedereen goed vinden, zegt de eigenaar. Later, toen ze ook daar niet meer veilig was, ging ze werken bij snackbar Goudse Friet in Oost-Rotterdam.

Van haar eigen geld kocht ze vorig jaar stiekem een katje via Marktplaats. Ze noemde hem Yigit. Eerst verstopte ze de mand en voederbakjes in het trappenhuis. Daarna smokkelde ze het beestje naar haar slaapkamer. Tugba: „Ze zei: mama, ik moet je wat vertellen, maar je mag niet boos worden.”

Hümeyra was knap en leek ouder dan zestien jaar. „Ze vond het héérlijk als ze achttien werd geschat”, vertelt Raziye Duzgun, een vriendin van Tugba, die Hümeyra sinds haar veertiende kende.

Maar als je even met haar praatte, had je door dat ze nog een kind was. Al had ze ook een hele verantwoordelijke, volwassen kant. Ze was goed in wiskunde, in de les was ze een soort hulpdocent. Ze discussieerde in de klas graag mee over allerlei dingen: opkomen voor vriendinnen, onrecht bestrijden.

Zelfbewust was ze. Ze liep met haar kin omhoog, zeggen mensen die haar kennen. Hümeyra zorgde ervoor dat ze er altijd goed uitzag. Ze hield van optutten en kon eindeloos kleding passen voor haar spiegel. Ze kleedde zich als een jongedame, vaak in het zwart. Ze droeg valse wimpers, liet harsnagels plakken en haar tanden bleken. Onder haar hoofddoek had ze bruingeverfd haar.

Haar vriendinnen waren alles voor haar. Ze gingen eten in Turkse restaurants, shoppen in het centrum, soms naar Zuidplein of naar de sauna. Zij en haar vriendinnen waren gek op waterpijp poffen (roken). Bij familie ging ooit het tapijt in vlammen op door een kooltje.

En ze hield van chillen. Turkse muziek en popmuziek luisteren, maar ook Nederlandse rap zoals Broederliefde en Boef. Met een zak chips op de bank naar Netflix kijken – liefst een oorlogsfilm. Uitpuffen na school, dan was ze gelukkig.

Geheime relatie

In mei vorig jaar kon Hümeyra haar probleem niet langer verborgen houden voor haar familie. Bekir E. had haar van werk opgehaald en mee naar zijn huis genomen. Ze zat onder de blauwe plekken, haar hoektand was beschadigd. Ze vertelde het eerst aan Tugba, die onmiddellijk hun ouders inlichtte.

Lees hier hoe het mis kon gaan bij politie en justitie: ‘We hebben Hümeyra in de kou laten staan’

Hümeyra zat midden in haar examenperiode. Ze kon zich niet meer concentreren en zakte. „Bovendien voelde ik mij ook nog eens ontzettend schuldig”, zei ze in een slachtofferverklaring. De geheime relatie en de stalking kwamen voor haar ouders als een grote schok. Haar vader kreeg geen lucht meer en werd opgenomen in het ziekenhuis.

Vanwege de bedreigingen liet Hümeyra’s familie haar niet meer alleen over straat gaan. Noodgedwongen was ze vaak binnen. „Dat is moeilijk voor iemand die voorheen altijd vaak buiten was met vriendinnen”, verklaarde ze bij de politie.

Hoe ze zichzelf zag, blijkt uit een opstel dat ze schreef op 9 november – een maand voor haar dood. Het was strafwerk voor de hele klas, omdat ze weigerden een proefwerk te maken dat volgens hen te laat was aangekondigd. Hümeyra had rijles en vroeg haar mentor of ze daarna terug kon komen voor het strafwerk.

Thuis en school waren twee verschillende werelden voor Hümeyra, zoals bij veel kinderen van islamitische komaf. Maar ze voelde zich op beide plekken thuis, blijkt uit haar opstel. „Ik en mijn ouders hebben een redelijk goede band”, schrijft ze in haar meisjeshandschrift. „Ik kan veel dingen bij mijn ouders kwijt. Daardoor hou ik te veel van ze. Ze tonen vaak begrip en proberen me altijd te steunen of te corrigeren.”

„Ik ben zelf een moeilijk en ingewikkeld persoon”, schrijft ze. Op sommige dagen is ze geïrriteerd en bozig. En: „Ik hou niet van mensen die tijdens het eten smakken, ik kan daar heel slecht tegen.”

Ze noemt de namen van een paar goede vriendinnen, en heeft het over verkeerde vriendschappen. „Ik kies mijn vriendinnen zo goed mogelijk uit, omdat ik veel problemen en fouten heb gemaakt ondanks mijn vriendinnen. Ze waren met slechte dingen bezig en probeerden mij van het goede weg te halen.”

Waarom Hümeyra de fatale keuze voor Bekir E. maakte, blijft de vraag. Hij gaf haar cadeautjes, Tugba ziet hem als een soort loverboy. Hij deed stoer, had tatoeages en reed motor. En Hümeyra was jong en had een hang naar spanning en avontuur. „Ik ben een avondmens”, schrijft ze. En: „Ik ben heel nieuwsgierig naar vechtpartijen (alleen als het om vriendinnen of bekenden gaat).”

Veilig in Turkije

In haar opstel schrijft ze terloops dat ze in de zomer twee maanden in Turkije was. „Omdat er problemen waren hier in Nederland, was het beter dat ik naar Turkije ging.”

Haar zus Tugba vertelt hoe Hümeyra in Turkije tot rust kwam. Haar ouders waren al eerder vertrokken, ze ging voor het eerst alleen met het vliegtuig. Ze logeerde drie weken bij familie in Karaman, ging richting de Zwarte Zee, en verbleef nog drie weken in een hotel in Antalya met haar zus en hun vriendin Raziye. Zwemmen, poffen, chillen.

Tugba: „Ze voelde zich veilig, al stalkte hij nog wel via Snapchat. Daar had ze schijt aan hem. Maar uiteindelijk wilde ze terug. Ze wilde haar school afmaken, een diploma halen en verder studeren. ‘Ik kan niet in Turkije wonen’, zei Hümeyra. Nederland was haar land.”

In Rotterdam probeerde Hümeyra de school weer op te pakken. Het college heeft haar ouders postuum een diploma gegeven op basis van haar laatste cijfers. Als ze niet in december was vermoord, was ze geslaagd met een 8,6 voor wiskunde en een 7,6 voor Nederlands.

Hümeyra ligt begraven in Turkije, in de geboorteplaats van haar ouders. Op haar zwartmarmeren graf met rozen staat haar naam in gouden letters. Daarboven het woord Sehit: martelaar.