G4: te weinig geld voor invoering inburgeringswet

Wet inburgering Met de nieuwe inburgeringswet worden veel taken overgedragen aan gemeenten. Maar het Rijk maakt er nog te weinig geld voor vrij, schrijven wethouders van de vier grote steden in een brief aan minister Koolmees.

Een vrouw doet haar inburgeringsexamen in een toetslocatie van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) in Rotterdam.
Een vrouw doet haar inburgeringsexamen in een toetslocatie van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) in Rotterdam. Foto Marco de Swart/ANP

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) maakt te weinig geld vrij om het nieuwe inburgeringsstelsel goed in te voeren. Dat zeggen de wethouders van de vier grote steden (G4) Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag in een brief, die zij deze dinsdag aan de minister versturen. In de nieuwe inburgeringswet, die op 1 januari 2021 moet ingaan, worden veel taken overgedragen naar de gemeenten. „Maar ‘lokaal’ is geen synoniem voor ‘goedkoper’”, aldus de wethouders.

Het is voor de tweede keer dat de grote steden zich zo nadrukkelijk uitspreken tegen de plannen van de minister om met in hun ogen te weinig geld de nieuwe wet te willen invoeren. Eind mei stapte de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) demonstratief uit het overleg met het Rijk, omdat het in de onderhandelingen ontbrak aan „een gedegen financiële onderbouwing”. In een persbericht schreef de VNG toen dat gemeenten „op deze manier de verantwoordelijkheid voor de inburgering niet op zich kunnen nemen”.

Lees meer over de onenigheid in mei: VNG weigert voorwaarden nieuw inburgeringsstelsel

42,3 miljoen euro tekort

Ook wilde de VNG graag een gezamenlijk en onafhankelijk onderzoek naar de kosten van de invoering van een nieuw stelsel, wat het ministerie in het voorjaar weigerde. Dat onderzoek is er nu wel, uitgevoerd door adviesbureau AEF en deels door het Centraal Planbureau. Daaruit blijkt dat er structureel 197 miljoen euro nodig is om de Wet inburgering uit te voeren. Dat is 42,3 miljoen euro meer dan de minister ervoor wil uittrekken.

Dat gat is voor gemeenten te groot om te overbruggen, zegt de Rotterdamse wethouder Bert Wijbenga (Integratie, VVD), mede-ondertekenaar van de brief. „Inburgeren is een enorme opgave voor de inburgeraars en de gemeenten. De afgelopen twintig jaar is dat slecht gelukt. Met de invoering van de nieuwe wet willen we dat graag doorbreken”, zegt hij. „Hoe zeer ik de minister ook waardeer, met dit geld kunnen wij de moeilijke taken die de uitvoering van de inburgeringswet met zich meebrengt niet goed uitvoeren.”

Volgens een woordvoerder van het ministerie is er „een gemeenschappelijk doel” en staan alle partijen daarachter. „Over de financiering zijn we in gesprek.”

‘Dreigt patroon te worden’

De G4 wijst op een bredere trend. „Het dreigt een patroon te worden: de rijksoverheid geeft een taak aan lagere overheden, maar zonder de benodigde middelen”, schrijven ze in de brief. „Zoals de zorg eerder lokaal moest worden aanbesteed en aangestuurd, maar zonder extra geld voor de noodzakelijke transities. Wel de taak, niet het geld.”

Lees meer over de nieuwe inburgeringswet: Vijf veranderingen waardoor de inburgering nu wél moet slagen

De plannen van Koolmees voor een nieuw, decentraal stelsel werden enthousiast ontvangen door de gemeenten. In het nieuwe stelsel krijgen zij meer verantwoordelijkheden, zoals de taak om inburgeringscursussen in te kopen en te letten op de kwaliteit van de cursussen.