Gert-Jan Segers in Den Haag. Merlijn Doomernik

Interview

‘We proberen de heimwee te verdoven’

Interview | Gert-Jan Segers De ChristenUnie is op zoek naar ideologische vernieuwing. Gert-Jan Segers over de „erosie van de christelijke cultuur” en migranten die „hier passen”.

Gert-Jan Segers heeft iets gelezen, hij weet niet meer precies van wie. Maar het ging, zegt hij, zo: „Als fascisten de enigen zijn die onze grenzen willen bewaken, zullen de kiezers aan hen vragen om dat te doen.”

Niet dat Segers, leider van de ChristenUnie, met de jaren dertig in zijn hoofd was begonnen aan het boek dat nu verschijnt: De Verloren Zoon. En het verhaal van Nederland. Ze komen er wel in voor. „Hoe beladen dat ook is.” Hij kwam op zijn boek door wat hij om zich heen ziet: een „morele crisis” en een „hechtingsprobleem”. En door het idee van de ‘verweesde samenleving’ van Pim Fortuyn, door onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar de verdeeldheid in Nederland en het groeiende wantrouwen van vooral laagopgeleiden.

Lees ook: De open en gesloten deuren van migratie

„Kijk naar het Malieveld”, zegt hij in zijn werkkamer op het Haagse Binnenhof. Daar staan boeren, bouwers, leraren. Maar wie vertrouwt de ‘eigen’ leiders nog, van vakbonden, belangenorganisaties, politieke partijen? „Die verbinding is weg. Nu heb je Farmers Defence Force, Grond in Verzet, PO in Actie.”

Net als Sybrand Buma eerder al deed, als CDA-leider, verdeelt Segers in zijn boek de wereld in ‘anywheres’, zelfverzekerde mensen die globalisering en migratie vooral een verrijking vinden, en ‘somewheres’, mensen die er juist onzeker en bang door worden. In Segers’ verhaal staat de verloren zoon uit de Bijbel, die de erfenis alvast vraagt aan zijn vader en op reis gaat, voor mensen met zelfvertrouwen. Hij noemt ook de oudste zoon uit het verhaal ‘verloren’: die zo’n reis niet aandurft en boos is als er feest wordt gevierd voor zijn broer die, arm en uitgeput, thuiskomt.

Segers ziet zijn boek als een ‘zoektocht’. Het is óók bedoeld om zijn eigen partij ideologisch te vernieuwen. De VVD en het CDA zijn daar nu ook druk mee.

In De Verloren Zoon spreekt Segers zich uit voor een correctief referendum, met „stevige uitkomstdrempels”, omdat veel mensen zich „niet gehoord voelen”. En tegen een dubbele nationaliteit als je ouders of grootouders van buiten de EU komen. Hij schrijft ook dat de christelijke cultuur „langzaam maar zeker is geërodeerd”.

Wat bedoelt u met die ‘erosie’?

„Honderd jaar geleden was in Nederland de diversiteit ook groot, maar er was het idee: we zijn een christelijke cultuur, een christelijke natie. Dat staat of valt met mensen die er een persoonlijk gevoel bij hebben. Als dat percentage terugzakt, en dat is zo, is die cultuur niet meer onze gemeenschappelijk taal en inspiratie. Daar kan ik als christen over treuren en hopen dat mensen de weg naar de vader-met-een-hoofdletter terugvinden. Maar dat is niet mijn politieke opdracht. Die is: hoe kunnen we elkaar weer gaan vertrouwen.”

Wanneer begon die ‘erosie’?

„Je had de secularisatie in de jaren zestig, de trek naar de stad. Gezinnen werden minder belangrijk gevonden, huwelijken werden makkelijker opgegeven. Mensen zeiden net als de verloren zoon: ‘Ik wil vrijheid, mezelf kunnen zijn, een goeie tijd hebben.’ En ik ben zelf niet de prediker langs de kant. Ik snuif dezelfde lucht in, ik ben geen lid van een vakbond en ben ook niet de eerste die een buurtbarbecue organiseert. Ik ben niet eens van nature een kerkganger. Dit is de situatie waarin we zitten, en nu hebben we heimwee. Net als de verloren zoon die weet: ik hoor bij die vader en dat erf.”

U zegt in uw boek dat ‘de soms zeer assertieve aanwezigheid van de islam veel verweesde Nederlanders verder vervreemdt’. Wat bedoelt u?

„De Blauwe Moskee in Amsterdam bijvoorbeeld, die een gebedsoproep door de megafoon wil laten schallen om het eigen geloof te propageren. Dat vergroot bij mensen het gevoel van verweesdheid, ze denken: is dit mijn land nog wel? Het zijn geluiden die je kent van een tripje naar Egypte of Marokko en ineens klinken die in jouw buurt. Dat is zeker vervreemdend.”

Is dat zo? In een SCP-onderzoek uit juni noemt 2 procent uit zichzelf de islam als ‘negatief kenmerk’ van Nederland.

„Uit dat onderzoek blijkt ook dat als je naar bedreigingen vraagt, 62 procent de islam zo ziet. Dat is een hoog percentage.”

Vorige week praatte u met uw achterban over ‘grenzen aan gastvrijheid’. Daar noemde u de ‘fascisten’ van wie kiezers willen dat ze de grenzen bewaken, als anderen het niet doen.

„Er zit een kern van waarheid in, en ik wil die prijs niet betalen. Ik vind dat we mensen actief moeten uitnodigen, maar er moeten strengere regels zijn voor wie zelf komt. Je zou voorrang moeten geven aan wie in zijn regio, zelfs in de vluchtelingenkampen, niet veilig is. En wie hier past.”

Wanneer pas je hier?

„Als je de democratische rechtsstaat omarmt en verdedigt.”

U bedoelt niet: laat vooral de vervolgde christenen maar komen?

„Net zo goed jezidi’s, of een Koerd uit Iran die nergens anders terechtkan, homo’s. Het criterium is: als je bij een minderheid hoort die het in die regio moeilijk heeft, heb je een streepje voor. En ja, in het Midden-Oosten is een islamitische meerderheidscultuur. Voor moslims is het daar veiliger dan voor andere groepen.”

U zegt in uw boek: ‘Het is meer dan ooit de vraag hoe we ons moeten verhouden tot moslims en hun islam.’ Waarom?

„Er is een grote en zichtbare minderheid van moslims in ons land gekomen. Dat is nieuw. Ook voor moslims zelf is het nieuw, theologisch en cultureel, dat ze in dit land een minderheid zijn. Dat vraagt van hen dat ze nadenken, bijvoorbeeld over zo’n gebedsoproep en dat je van je geloof kunt vallen. Voor het Westen is het nieuw dat zo’n groot deel van de bevolking moslim is. Dat vraagt om een doordenking: wat betekent onderwijsvrijheid als die leidt tot segregatie? Ik wil die vrijheid niet inperken, je moet er wel over nadenken.”

Dat Nederland ‘diverser’ wordt, schrijft u, geeft ‘een gevoel van vervreemding’. Raken we ook daardoor ‘verweesd’?

„We zijn een multiculturele samenleving geworden, met een diversiteit die groter en weerbarstiger is dan ooit eerder. Bij de Zwarte Piet-discussie gaat het om ‘is dit ook míjn land?’ en ‘is dit nog wel mijn land?’ De tegenstellingen zijn bitter. En als het over salafisme gaat, is het wantrouwen groot en existentieel: staat ons bestaan hier op het spel? Voor veel mensen is het gevoel dat het erop of eronder is.”

Nu zitten we, in uw beeldspraak van de verloren zoon, bij de varkens omdat het geld van de erfenis op is?

„Niet iedereen. Er zijn mensen die zeggen: joh, ik vind mijn weg wel, ik geniet van mijn vrijheid. Maar op een dag hebben die ook anderen nodig, ook zij komen op dat kruispunt in hun leven. We zijn een verweesde samenleving geworden, teruggeworpen op onszelf, we weten niet meer zeker of we er nog wel voor elkaar zijn.”

En dan gaan mensen, schrijft u in uw boek, verlangen naar sterke leiders.

„Het is een gevoel van heimwee dat we willen verdoven. Dat kan door hard te werken, door je identiteit te ontlenen aan wat je doet, door dingen te kopen die je niet nodig hebt om indruk te maken op mensen die je eigenlijk niet aardig vindt. Maar het is ook een verlangen naar een vader. Je ziet in het buitenland en ook hier dat politici zich dan aandienen als verlosser.”

Wie zijn dat in Nederland?

„In eerdere versies van het boek had ik hun namen opgeschreven. Maar dat heeft ook iets lelijks. Ik denk dat je ze zelf wel links en rechts kunt invullen.”

Bij de rechtse partijen bedoelt u Geert Wilders of Thierry Baudet?

„Ja, ik denk dat Thierry Baudet voor sommige mensen die rol vervult. Dat ze hopen dat hij iets terugbrengt van een culturele glorie die in hun ogen verloren is gegaan. Maar op links had Jesse Klaver bij de vorige verkiezingscampagne ook die uitstraling. In een wit overhemd en met opgestroopte mouwen vulde hij zalen als de Heineken Music Hall met het verhaal dat híj Nederland zou veranderen. Het is een fenomeen: politici die doen alsof zíj de oplossing zijn.”

Als u over politieke verlossers schrijft, noemt u Titus Brandsma, de priester die zich verzette tegen de nazi’s. U ziet overeenkomsten met de jaren dertig?

„Ik weet dat het beladen is. Maar: ja, de verafgoding van leiders kan enorm ontsporen. Ik ben net terug uit Oekraïne, waar ik de massagraven zag. Het waren gedoopte mensen die daar de Joden hebben afgeschoten, leden van een gemeenschap die grote denkers heeft voortgebracht. Je kunt nooit zeggen: dat overkomt ons niet. We moeten ontzettend beducht zijn voor het projecteren van het verlangen naar een vader. Als je die aandrang voelt, onderdruk het.”