Opinie

Vergeet de consensus, confrontatie is nu alles

Menno Tamminga

Váááán Vééééén, gaaaa heeen. Als u dat nog heeft meegezongen, werkt u al wat langer in het onderwijs. Chris van Veen was minister van Onderwijs in het kabinet-Biesheuvel. In een kolkende Jaarbeurshal eisten tienduizenden leraren zijn vertrek.1971.

De demonstratie was ’s avonds. Leraren staakten toen niet zo snel. Ze wilden hun leerlingen niet duperen en geen conflict met hun schoolbesturen. Of ze mochten niet staken, als ze in het openbaar onderwijs in overheidsdienst waren.

Actievoeren zit leraren misschien niet in het bloed, maar ze worden wel steeds actiever. Vier stakingen in drie jaar.

Leraren hadden het traditioneel lastig met actie voeren om meer loon. Hun intrinsieke motivatie zat hen dwars. Als je een cruciale bijdrage levert aan de toekomst van de jeugd én die van Nederland, moet je dan nog ‘zeuren’ om meer geld, zoals werknemers in het bedrijfsleven?

Die schroom hebben zij gemeen met werknemers in de gezondheidszorg. Vandaar dat de vakbonden in onderwijs en zorg het óók zochten in vakinhoudelijke onderwerpen. Dat sprak (potentiële) leden aan. Ze zijn cao-onderhandelaar om de centen, maar ook beroepsvereniging om de kwaliteit van het vak. In hun eerste rol zijn ze de tegenpartij van werkgevers en ministers, in hun tweede rol zijn ze medestander.

Dat werkt niet meer.

Lees ook dit opinie-artikel over de onvrede: Leraren staken niet ‘voor de kick’.

Ruim een week geleden wonnen de onderwijsvakbonden in onderhandelingen met minister Arie Slob (ChristenUnie) 460 miljoen euro extra. Dat bleek grotendeels een eenmalige begrotingsuitgave. De bonden bliezen de aangekondigde staking af. Dat was niet wat de leraren wilden, dus ging de staking afgelopen woensdag wél door.

Waarom het CNV en de Algemene Onderwijsbond (AOb) de demonstratie na het convenant met Slob meteen afgelastten, is een raadsel. Het lijkt erop dat de reflex om mee te besturen met de minister en de werkgevers de overhand had. Dat het annuleren van de staking een vanzelfsprekende geste was, een quid pro quo, voor het extra geld. Dat het ook niet besproken hoefde te worden, niet in het overleg met de minister, niet binnen de bonden.

Dat kostte voorzitter Liesbeth Verheggen, een veteraan in de vakbondswereld, haar baan. In het persbericht van de AOb over haar aftreden betuigt ze zelf spijt. De bond zegt daarin ook dat afgesproken was dat het convenant met Slob voorgelegd zou worden aan het hoofdbestuur en dat een ledenraadpleging zou volgen. Dat gebeurde niet.

Die ledenraadpleging deed nu de pressiegroep PO in Actie onder zijn aanhangers op Facebook. Van hen was 99 procent voor de staking. Aldus geschiedde.

Bewijst deze gang van zaken dat de vakbonden het contact met hun achterban kwijt zijn? Dat is een voorbarige conclusie. De bonden hebben dat extra geld wél op tafel gekregen, iets wat coalitiepolitici (‘onderwijspartij’ D66) en oppositie (GroenLinks) niet konden of wilden.

Maar de bonden zijn ook in verwarring. Is de twee jaar oude ‘ontwrichter’ PO in Actie een opstoker van onrust? Of toch een medestander, maar een met andere strijdmiddelen?

De bonden zijn vooral in verwarring over hun eigen rol. Het echec van AOb-voorzitter Verheggen is het echec van meebesturen met de minister en de werkgevers. De samenleving stommelt een nieuwe fase in. Zie de trekkertochten, klimaatstakers, demonstrerende bouwondernemers en gefrustreerde onderwijs- en zorgwerkers. De politiek van sociaal-economische consensus maakt plaats voor die van confrontatie.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.