Rechter verplicht de staat zich in te spannen om IS-kinderen naar Nederland te halen

Kinderen van IS-vrouwen leven onder moeilijke omstandigheden in kampen. Nederland moet ze daartegen beschermen, vindt de rechtbank.
Foto een vrouw in het kamp Al-Hol in Noord-Syrië.
Foto een vrouw in het kamp Al-Hol in Noord-Syrië. Foto Delil Souleiman/ANP

De Nederlandse staat moet zich inspannen om de kinderen van IS-vrouwen terug te halen naar Nederland. Dat heeft de Haagse rechtbank maandag bepaald in een kort geding. Ten aanzien van de terugkeer van de vrouwen zelf, geldt de verplichting niet. Er ontstaat een nieuwe situatie als de Koerden niet bereid zijn de kinderen te laten gaan zonder hun moeders, oordeelde de rechter.

Het kort geding was aangespannen door 23 vrouwen die samen 56 kinderen hebben. Hun advocaten eisten dat de vrouwen naar Nederland mogen komen, iets waartoe het kabinet vooralsnog niet bereid was. De vrouwen verblijven in kampen in het noorden van Syrië die beheerd worden door de Koerden. Door de instabiliteit van de regio is het volgens de rechter niet gezegd dat de kinderen snel naar Nederland kunnen komen.

Afgereisd

De vrouwen die het kort geding hebben aangespannen, waren afgereisd naar IS-gebied in Irak of Syrië. Ze zitten nu vast in de Koerdische kampen Al-Hol en Al-Roj, tot onvrede van zowel de vrouwen zelf als de Koerden. Het Nederlandse standpunt is altijd geweest dat IS-strijders in de regio berecht moeten worden. Als het om de kinderen gaat, moet dat beleid van de rechter herzien worden. Ze hebben allemaal de Nederlandse nationaliteit, en zijn nog geen 12, meestal zelfs nog geen 6 jaar oud.

Kinderen leven in de kampen onder dreiging van „bombardementen, seksueel misbruik, marteling, de afwezigheid van onderwijs, kindersterfte, ijzige kou in de winter, overbevolking, vermijdbare ziektes, indoctrinatie en een gebrek aan water, voedsel en sanitaire voorzieningen en medische zorg”, somde de rechter op. „Er is dus sprake van een ernstige en acute noodsituatie waarin de kinderen zich als slachtoffer van het handelen van hun ouders bevinden.” De overheid moet zich inspannen om hen bescherming te bieden tegen de moeilijke omstandigheden in de kampen, „ook al bevinden de kinderen zich in een andere staat”.

Met het beleid ten aanzien van de moeders van de kinderen heeft de rechter minder moeite omdat zij er zelf voor gekozen hebben om naar IS-gebied te reizen. „Eiseressen wisten waar zij aan begonnen toen zij afreisden en hebben door zich aan te sluiten bij IS bijgedragen aan het verfoeilijke optreden van IS. Zij moeten zich bewust zijn geweest van de strafbaarheid van hun handelen”, aldus de rechter. De staat mag ervoor kiezen om hen in de regio te laten berechten.

De rechter benadrukt wel dat de staat niet tot meer verplicht kan worden dan zich in te spannen. De situatie in Noord-Syrië is ingewikkeld „door de militaire aanwezigheid van verschillende landen”, aldus de rechtbank. De situatie in het gebied is recent aanzienlijk instabieler geworden door de gedeeltelijke terugtrekking van de Amerikaanse krijgsmacht en de strijd tussen Koerdische en Turkse troepen die daarop volgde.