Analyse

Justitie: het ministerie waar incidenten affaires worden

Justitie en Veiligheid Keer op keer informeerden bewindspersonen de Kamer onjuist. Ambtenaren die rust moesten brengen op Justitie slaagden daar niet in.

Van links naar rechts: het ministerie van Justitie en Veiligheid, het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Onderwijs, naast station Den Haag Centraal. Foto Peter Bakker/ANP
Van links naar rechts: het ministerie van Justitie en Veiligheid, het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Onderwijs, naast station Den Haag Centraal. Foto Peter Bakker/ANP

Het leek op onvermogen van ambtenaren, het bleek onwil. Maandenlang hield het ministerie van Justitie en Veiligheid vol dat „volstrekt onbedoeld” cijfers over door asielzoekers gepleegde zware misdrijven buiten een rapport waren gebleven. In mei stapte staatssecretaris Mark Harbers (Asiel, VVD) op vanwege de vermeende ‘verhulling’. Zijn opvolger Ankie Broekers-Knol (VVD) stuurde vorige maand een door haar ambtenaren geschreven reconstructie van de kwestie naar de Tweede Kamer. „Van het bewust achterhouden van gegevens”, concludeerden de ambtenaren over zichzelf, was „volstrekt geen sprake geweest”.

Ambtenaren Harbers hielden toelichting asielcijfers bewust buiten rapport

Vorige week bleek uit documenten, verkregen via de Wet openbaarheid van bestuur, dat de ambtenaren niet alleen wisten dat de ontbrekende informatie tot vragen zou leiden, maar dat ze bewust een toelichting op die cijfers úít het rapport haalden.

Kunnen bewindspersonen op Justitie hun ambtenaren nog vertrouwen? En kan de Tweede Kamer er van op aan dat de informatie van het ministerie juist is? Deze kwestie staat niet op zichzelf. Keer op keer informeerden bewindspersonen van Justitie de afgelopen jaren de Kamer onjuist.

Zo schreef minister Grapperhaus (CDA) voor de zomer dat er geen communicatie tussen zijn ambtenaren en het Openbaar Ministerie (OM) was geweest over de vervolging van PVV-leider Geert Wilders. Later bleek dat die er wel was; ambtenaren hadden op z’n minst gesuggereerd dat vervolging een verstandig idee was. Vorige week bepaalde de rechter dat Justitie beter moet zoeken naar documenten over die vervolging.

Over de zaak van piloot Julio Poch schreef Grapperhaus aan de Kamer dat hij niet over verslagen beschikte van een reis van het OM naar Argentinië in het onderzoek naar Poch. Die waren er wel, ze lagen bij de top van het OM. Een verslag van een eerdere reis bleek uit een politiekluis verdwenen en vernietigd. In dat document stond hoe nauw betrokken oud-minister Ernst Hirsch Ballin was bij de vervolging en uitlevering van Poch.

In 2014 was er de ‘bonnetjesaffaire’ over de deal die toenmalig staatssecretaris Fred Teeven als officier van justitie in 2002 met drugscrimineel Cees H. had gesloten. Minister Ivo Opstelten informeerde de Kamer verkeerd en vertrok – met Teeven.

Van een andere orde, maar symptoom van dezelfde departementale neiging om politiek gevoelige kwesties te verbloemen: de WODC-affaire. Ambtenaren hadden rapporten over wietbeleid gemanipuleerd, zodat er politiek wenselijke conclusies uitkwamen. Uit een onafhankelijk onderzoek bleek dat zij dat vaker probeerden bij wetenschappelijk onderzoek. Als verklaring voor dit probleem schreef de onderzoeksleider: „Justitie is de afgelopen achttien jaar steeds politieker geworden.”

Vertrouwen in SG brokkelt af

Justitie is verantwoordelijk voor zaken die het veiligheidsgevoel van burgers raken, zoals asiel, criminaliteitsbestrijding, politie en tbs. Elk incident waarbij iets misgaat kan een politieke kwestie worden.

Incidenten kunnen de voorbeelden van verkeerde informatieverstrekking niet meer genoemd worden. Het is een patroon, waarbij bewindspersonen vervolgens door het stof moeten of zelfs moeten vertrekken. Elke nieuwe kwestie is een dreun voor het broze vertrouwen tussen politieke leiding en ambtenarij, en tussen ambtenaren onderling. Zowel binnen de regeringscoalitie als op het ministerie brokkelt de steun voor secretaris-generaal Siebe Riedstra langzaam af. Hij verloor afgelopen tijd zijn secondant Ronald Barendse (die had tegen afspraken in zelf het ambtelijk lek in de WODC-affaire gezocht) en directeur-generaal Anita Vegter (die rechter werd). De drie waren juist van buiten gehaald om puin te ruimen.

Riedstra moest als ervaren topambtenaar, die eerder Infrastructuur en Waterstaat leidde, de „cultuurverandering” leiden. Vier jaar na zijn aantreden lijkt de conclusie dat ook hij het ministerie niet onder controle krijgt. Onder topambtenaren wordt verwacht dat Riedstra voor de verkiezingen van maart 2021 vertrekt.

Snelle doorloop van (top)ambtenaren en bewindspersonen leidt tot verlies van institutioneel geheugen – wat weer tot nieuwe kwesties kan leiden. Ook de topambtenaar die verantwoordelijk was voor de tabel die Harbers zijn baan kostte, vertrok vorige maand. Hij had nog gewaarschuwd voor ‘verhulling’ als zware misdrijven in de categorie ‘overig’ kwamen.