Facebook moet misleidende advertenties De Mol weren

Bitcoinadvertenties De uitspraak betekent een overwinning voor John de Mol. Facebook kan een dwangsom van 11.000 euro per dag worden opgelegd.

John de Mol verlaat de rechtbank Amsterdam na een zitting in de zaak tegen Facebook.
John de Mol verlaat de rechtbank Amsterdam na een zitting in de zaak tegen Facebook. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Facebook moet bitcoinadvertenties gaan weren waarin de naam of beeltenis van John de Mol wordt gebruikt. Dat heeft de voorzieningenrechter in Amsterdam deze maandag bepaald. Ook moet Facebook aan De Mol gegevens overhandigen van de oplichters die zijn naam en beeltenis misbruiken.

De uitspraak betekent een overwinning voor De Mol in een zaak die hij in juni aanspande en de hele zomer voortsleepte. De zaak draaide om de vraag in hoeverre het Facebook kan worden aangerekend dat oplichters het platform gebruiken om met nepadvertenties voor bitcoins gebruikers geld afhandig te maken. Gedupeerden hebben minstens 2,2 miljoen schade geleden door de nep-bitcoinadvertenties.

De Mol probeerde aan te tonen dat Facebook onrechtmatig handelt door advertenties toe te staan waarin zijn naam en foto worden gebruikt om bitcoininvesteringen aan te prijzen. „Je kan niet een systeem ontwerpen en dan je schouders ophalen als het wordt misbruikt”, aldus De Mols advocaat eerder in de rechtszaal.

De Amsterdamse rechter gaat hier grotendeels in mee. „Facebook zal alles moeten doen wat in haar vermogen ligt om de advertenties te weren en te voorkomen dat deze weer opduiken”, schrijft zij in het vonnis.

Wat zit er achter de Bitcoinadvertenties? Lees hier ons onderzoeksverhaal

Daarmee weerlegt ze het pleidooi van de advocaten van Facebook die wilden laten zien dat het bedrijf al haar uiterste best doet om nepadvertenties tegen te gaan. Het bedrijf investeert in werknemers die oplichters moeten opsporen en ontwikkelde systemen die oplichting automatisch detecteren.

Het is volgens de rechter niet voldoende. Ze wijst er bijvoorbeeld op dat het melden van nepadvertenties nog moeizaam gaat. Facebook heeft inmiddels aangekondigd een speciaal meldformulier voor nepadvertenties in te gaan voeren.

Neutraal doorgeefluik

De rechter gaat ook niet mee in het argument dat Facebook een „neutraal doorgeefluik” van advertenties zou zijn. Internetplatforms zijn, onder voorwaarden, niet verantwoordelijk voor overtredingen die plaatsvinden op hun platform. Maar om die bescherming te krijgen moet het platform een „neutrale” rol spelen in het doorgeven van berichten. „Daarvoor speelt het bedrijf ten aanzien van advertenties, die het primaire verdienmodel van Facebook vormen, een te actieve rol”, oordeelt de rechter. „Facebook bepaalt niet alleen de tarieven, maar heeft ook actief beleid over welke advertenties wel en niet op Facebook en Instagram verschijnen.”

Facebook voerde ook aan dat het filteren van advertenties met de naam en foto van John de Mol mogelijk onvoorziene gevolgen heeft voor de vrijheid van meningsuiting. Nieuwsorganisaties die een bericht waarin De Mol zou voorkomen extra onder de aandacht willen brengen van Facebookgebruikers zouden weleens gecensureerd kunnen worden.

De rechter noemt dat scenario „theoretisch” en wijst erop dat zo’n „ongewenst effect” teruggedraaid kan worden. Ze vindt het risico op het blokkeren van legitieme advertenties in ieder geval niet opwegen tegen „de ernst van het probleem van de nepadvertenties en de noodzaak daartegen maatregelen te nemen”.

Dwangsom

Als Facebook de uitspraak van de rechtbank niet opvolgt, kan een dwangsom worden opgelegd van 11.000 euro per dag, die kan oplopen tot 1,1 miljoen euro

Joh de Mol is blij met de uitspraak. „Ik mag hopen dat deze uitspraak voor Facebook aanleiding is om zo snel mogelijk maatregelen te nemen, waardoor onschuldige mensen niet meer met de nep-bitcoinadvertenties kunnen worden opgelicht”, zegt hij in een reactie. „Ik hoop bovendien dat niet alleen ik, maar ook alle andere bekende Nederlanders die zijn misbruikt voor deze nepadvertenties profijt gaan hebben van deze uitspraak en de opgedane kennis.”

De Mol verwijst naar een groep BN’ers die techbedrijven die nepadvertenties publiceren civielrechtelijk wil aanpakken. Door de uitspraak van de Amsterdamse rechter heeft een zaak van de groep, onder leiding van presentator Jort Kelder, meer kans van slagen gekregen.

Facebook gaat de uitspraak bestuderen en sluit een hoger beroep niet uit, aldus een woordvoerder. „We kunnen niet genoeg benadrukken dat deze advertenties absoluut niet thuishoren op Facebook en dat we ze verwijderen als we ze vinden.”