Opinie

Drachten

Marcel van Roosmalen

Ik stond me in de foyer van theater De Lawei in Drachten net af te vragen hoe of ik daar toch eigenlijk verzeild was geraakt toen een kleine, wat oudere vrouw me op de schouder klopte. Ze stelde zich voor als ‘de enige NRC-abonnee van Drachten’ en begon aan een klaagzang waarvan de strekking was dat ik nooit meer mocht klagen over Wormer nu ik Drachten had gezien. Ze woonde zelf namelijk in Drachten.

Aan Drachten deugde niets en het was niet de bedoeling dat ik daar iets tegen inbracht. Toen ik bijvoorbeeld zei dat het theater een mooi gebouw was, zei zij dat ze het een lelijke doos vond en dat die was gebouwd voor al de Philips-werknemers die niet veel meer konden dan doosjes in elkaar vouwen.

Ze liep naar de leestafel en zocht en vond een NRC Handelsblad.

„Kijk dan!” zei ze. „Ongelezen! En dat is altijd zo.”

Daarna vergoelijkend: „Dat ligt niet aan jou, dat ligt aan Drachten. Als ze hier klassieke muziek spelen ben ik ook de enige.”

De vraag kwam op hoe ze in Drachten was beland.

„Verkeerde afslag genomen.”

Het hoe en waarom van die verkeerde afslag bleef onduidelijk, daar ging het wat haar betreft ook niet om, het ging haar om de kloof die snel steeds groter werd.

„Overal stijgen de huizenprijzen sneller dan hier. Het is net wielrennen: je trapt en je trapt, je kunt trappen wat je wilt, maar de rest verdwijnt toch langzaam uit zicht. Op een dag besef je: je komt hier nooit meer weg. Nooit meer.”

Ze bleef dat maar herhalen.

„Je komt niet meer terug, nooit.”

Ik sprak haar niet meer tegen, het gesprek kreeg daardoor een donkere lading.

„Het is wat het is”, zei ik.

Ze antwoordde met een nieuwe, alles overtreffende trap: „Drachten is dood.”

Ik wilde wat over Wormer zeggen, maar ze was me voor.

„Wormer is halfdood, maar Drachten is dood.”

Ik wilde ondertussen weleens met iemand anders praten, maar ze liep gewoon met me mee. Bij het afscheid zei ze: „Tot nooit meer, dat zeg ik altijd nadat ik met mensen van buiten Drachten een leuk gesprek heb gehad.”

Het was uit haar mond natuurlijk een enorm compliment, maar toen ik dat besefte zaten we al op de Afsluitdijk. Aan de andere kant: ze leest het vast wel, als enige NRC-abonnee van Drachten.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.