Marion van San: „Ik ben zélf via Facebook ten huwelijk gevraagd door een IS-strijder.”

Foto Ans Brys

Onderzoek Syriëgangers: 'Ik was soms verbaasd over de naïviteit'

Onderzoeker Erasmus universiteit Marion van San deed wat geen enkele andere onderzoeker deed. Ze sprak met Syriëgangers én ze zocht de ouders op. „Ze waren verbijsterd, vertelden ze. Opeens was hun kind weg.” Van San schreef een boek over de kalifaatgangers.

In telefoons van Nederlandse vrouwen die vastzitten in Syrische vluchtelingenkampen staat het nummer van Marion van San, onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, bovenaan in de contactenlijst. Zij volgt hen al sinds deze vrouwen naar het kalifaat vertrokken – familie en vrienden verbijsterd achterlatend. Vorige week verscheen haar boek Kalifaatontvluchters, maar haar onderzoek gaat door. Nog dagelijks krijgt Van San appjes en spraakberichten uit Syrië. Ze reageert net zo snel als ze de afgelopen jaren deed toen ze urenlang WhatsApp-gesprekken voerde voor haar onderzoek.

Marion van San deed wat geen enkele andere onderzoeker deed: ze sprak met Syriëgangers, vooral met vrouwen, én ze zocht de ouders op. Ze sprak met broers, zusjes, vrienden en docenten. Vanaf 2013 zat ze bij 43 families op de bank. Uit vijftien families waren één of meer zonen vertrokken, uit 28 families één of meer dochters. Uit één familie een zoon én dochter. Zes mannelijke en zestien vrouwelijke uitreizigers hadden zich bekeerd tot de islam. De anderen waren voornamelijk Belgen en Nederlanders van Marokkaanse afkomst.

Zo probeerde Van San te ontrafelen wat de jonge mannen dreef die comfortabele levens achter zich lieten voor een onzekere toekomst in een oorlogsgebied. En waarom volgden zo veel vrouwen? Hoe was hun leven in het kalifaat? En waarom begon een deel na verloop van tijd te twijfelen en bleef een ander deel IS steunen?

Lees ook hoe Syriëgangers reageerden op het Turkse offensief in oktober

Hoe begon uw onderzoek?

„In 2012 merkte ik dat een groep Belgische en Nederlandse jonge mannen en vrouwen via Facebook discussieerden over gewapende strijd in Syrië. Het waren heftige discussies, waarbij een aantal zei dat ze hun leven zouden willen offeren, zelfs dat van hun kinderen, voor Allah. Ze zouden zo vertrekken om te strijden voor een islamitische staat, zag ik. Ik dacht: ‘die gaan nooit’. Maar ze gingen wel. Naar IS, dat toen nog ISIS heette. Naar Syrië, naar Irak. Druppelsgewijs. Vanaf 2013.”

En de ouders hadden niet in de gaten dat hun kind radicaliseerde?

„Nee. Ze waren verbijsterd, vertelden ze. Opeens was hun kind weg. Een pan eten stond nog op het fornuis. Er waren natuurlijk wel signalen, maar die hebben ze genegeerd. Dat werd duidelijk toen ik docenten sprak. Die hadden vaak al maanden, sommigen al jaren, het gevoel dat het niet goed ging. Kijk, als je dochter zich bekeert tot de islam, ze gaat een hoofddoek dragen, die wordt steeds langer, er komen lange zwarte handschoenen bij. Ze is met een strijder in Syrië aan het chatten. En ze keert zich steeds meer van je af. Dan is het naïef om te denken dat er geen signaal is. Aan de andere kant: het uitreizen kwam voor íédereen als een verrassing.”

Heeft u een profiel kunnen opstellen van dé uitreiziger?

„Nee, dat is heel veel geprobeerd. Het zou gaan om jongeren uit probleemgezinnen, ze zouden zich als moslim achtergesteld voelen, of juist religieus heel betrokken zijn. Maar hoe meer ik me erin verdiepte, hoe complexer het werd. Wel is het zo dat mensen die vol zelfvertrouwen in het leven staan, zelden of nooit zijn uitgereisd.”

Ze waren zoekende?

„Het ging meestal om jonge mensen, soms nog tieners. ‘Ik was op zoek naar iets’, zeiden ze me. ‘Mijn leven voelde niet compleet’. Ze wilden ergens bij horen. En ze gíngen ergens bij horen. Dat was in dit geval een radicaal-islamitische groep. Maar als het anders was gelopen, had het ook een motorclub kunnen zijn. De groep paste als een jas. Het was een en al zusterliefde in die appgroepen. Ze spraken elkaar aan met ‘lieve zuster’.”

Maar ze werden toch geronseld?

„IS werd steeds slimmer in het verspreiden van propaganda via sociale media. Dat heeft zeker bijgedragen. En er waren charismatische (jonge) mannen die invloed hadden op andere jongeren. Vooral in de driehoek Delft, Zoetermeer, Den Haag. Die steden kennen relatief veel uitreizigers.

Lees ook het interview met Laura H., de bekendste Syriëganger van Nederland.

Maar het ronselen door figuren die rond een moskee hingen, wordt zeer overschat. Ze hebben vooral élkaar geronseld. Jongemannen die al naar Syrië waren gegaan, berichtten vrienden in Nederland hoe geweldig het was. En ze hitsten elkaar in Nederland op: een goede moslim hoort daar te vechten voor zijn broeders. En alle zonden worden vergeven. Het bleef gissen, wie daadwerkelijk vertrok en wie niet. Er waren fervente IS-aanhangers van wie ik dacht – die zijn zo weg – die bleven.”

En de dames?

„Als je alleen afging op wat de vrouwen op sociale media postten, kreeg je een vertekend beeld: alsof het alleen voor het hogere doel zou zijn. Voor de dames was het bijzonder aantrekkelijk om iets met een strijder te hebben. Dan had je aanzien in de vriendengroep. Het was ook vrij makkelijk. Als je een paar berichten over de gewapende strijd likete dan had je al snel contact. Ik ben zélf via Facebook ten huwelijk gevraagd door een strijder. Als de mannen vrouwen vroegen te komen, was dat reden om te vertrekken. Er zijn ook vrouwen die op eigen houtje een proces van radicalisering doormaakten, maar ik zag regelmatig dat het samen ging met de radicalisering van hun man of geliefde. Vaak hadden de vrouwen een moeizame, problematische jeugd, soms met mishandeling of seksueel misbruik. Zij zagen hun vertrek ook als een nieuwe start, waarbij de zonden werden gewist.”

Dat geldt dus voor veel vrouwen én mannen?

„Dat mensen een nieuwe start wilden maken, hoorde ik vaak. Vrijwel allemaal waren ze eerst onderdeel van een heel seculiere jeugdcultuur. Tot ze tot inkeer kwamen. Ze verruilden in zekere zin de ene jeugdcultuur voor de andere.”

Beviel het leven in het kalifaat hun zo goed als ze verwachtten?

„Ook hier kun je niet afgaan op wat de mannen en vrouwen op sociale media postten. Dat waren vaak halleluja-verhalen. In 2013 was het leven echt nog wel te doen voor de Syriëgangers. Maar toen de bombardementen in 2014 de uitreizigers zélf gingen treffen, nam het gemor toe. Ouders begonnen toen ook vaker appjes te ontvangen met teksten als: ‘Ik wil hier eigenlijk weg’.”

Er vertrokken nog mensen in 2016. Hoe kan dat dan?

„Ik was soms verbaasd over de naïviteit. Zegt zo’n meisje verbaasd: ‘Ik was net de grens over en werd al beschoten.’ Ik antwoordde: ‘Wat dacht je dan? Je ging naar oorlogsgebied.’ Radicalisering is een proces van afzondering. Je omringt je met gelijkgestemden en bevestigt elkaar in je denkbeelden. Familieleden en vrienden die andere ideeën hebben worden vermeden. ‘We geloofden niemand meer, ook niet de gewone media’, vertelde ze me. ‘Ik dacht dat het één groot Amerikaans complot was’, zei zo’n meisje. Dat vertelt de IS-propaganda.”

Maar de wandaden door IS, het geweld door de strijders zelf, daar deed IS niet geheimzinnig over.

„Nee, de levende verbranding van de Jordaanse piloot eind 2014 vonden sommige uitreizigers echt te ver gaan, vertelden ze. Al was hij in hun ogen een ongelovige, iemand levend verbranden is niet islamitisch. Anderen praatten het goed. Mannen hebben verschrikkelijke dingen gedaan. Vrouwen hebben dat, in elk geval voor een deel, geweten. Ik denk niet dat de mannen voor ze vertrokken, hebben beseft dat het zo uit de hand zou lopen. Dat je daar met je volle verstand onthoofdingen zou bijwonen of uitvoeren.”

U vroeg de vrouwen ook naar seks in het kalifaat. Waarom?

„IS-aanhangers benadrukken graag de zuiverheid van het kalifaat. Alles gebeurt daar volgens de islamitische wet; correct en rechtvaardig. Je vermoedt wel dat er enorm veel onder de radar gebeurt, journaliste Judit Neurink had er al allerlei aanwijzingen voor, maar geen bewijs. Ik dacht: ik vráág het de vrouwen gewoon. Ze vertelden over lingeriesetjes die onder de toonbank werden verkocht. Er waren zelfs winkels vol seksartikelen, verstopt achter dikke gordijnen. Niet gek, het waren heel jonge mensen. Ze hadden vaak al een liederlijk leven achter de rug. En als je aan het strijden bent, wil je graag wel een verzetje. Daarnaast las ik getapte gesprekken tussen strijders en hun liefje hier, en die gingen niet over de gewapende strijd of over islam, maar vooral over seks.”

Moeten we de vrouwen en kinderen uit de kampen naar Nederland halen?

„Ja, uit moreel oogpunt: de kinderen kun je niet laten boeten voor de verkeerde beslissingen van hun ouders. En ook uit veiligheidsoverwegingen. Als we ze daar laten, ontstaan IS-enclaves. IS is ooit opgericht door strijders die in Iraakse gevangenissen vastzaten. Een deel is gedesillusioneerd, heeft IS echt de rug toegekeerd, daar ben ik van overtuigd. Maar een deel is nog steeds IS-aanhanger. Zij vormen een gevaar, dat is helder. Ze moeten na hun straf goed gevolgd worden. Maar het is beter dat we ze in het zicht te hebben, dan dat ze ondergronds gaan.”

Lees ook hoe de reclassering omgaat metderadicalisering: Wie te weinig praat, moet de gevangenis weer in

Zijn IS-aanhangers te deradicaliseren?

„Je kunt iemand niet tegen zijn zin deradicaliseren. Het is vaak geprobeerd, het is eigenlijk nooit gelukt. De persoon zelf móét het willen. Je kunt iemand een beetje ondersteunen, maar ook steun moeten ze accepteren.”

Is radicalisering te voorkomen?

„Radicalisering is vooral een pedagogisch probleem. Dat ontstaat meestal in de puberteit. Als jongeren en ouders dan goed worden begeleid, is veel ellende te voorkomen. Aan goede steun en begeleiding heeft het in die eerste jaren vaak ontbroken. Zelfs voor de ouders die wél aan de bel trokken en om hulp smeekten.”

U heeft voor uw onderzoek jarenlang heel dicht op de Syriëgangers gezeten. Kunt u dan voldoende professionele afstand bewaren?

„Voor dit type onderzoek is het de enige manier. Natuurlijk is het niet altijd makkelijk, want je zit inderdaad soms letterlijk meerdere keren bij mensen op de bank. Maar ik doe dit soort onderzoek al jaren en dan leer je de professionele grens te bewaken.”