Bij de hockeyers van Oranje-Rood staat de leider nu langs de lijn

Hockey Oud-hockeyinternational Robert van der Horst stopte in mei als speler van Oranje-Rood. Nu is hij coach bij de Eindhovense club.

Robert van der Horst als coach van Oranje-Rood, afgelopen zondag bij Hurley in Amstelveen.
Robert van der Horst als coach van Oranje-Rood, afgelopen zondag bij Hurley in Amstelveen. Foto’s Olivier Middendorp

Als de toeschouwers hun ogen dicht zouden doen, zouden ze kunnen denken dat hij nog altijd meespeelt bij Oranje-Rood. Zeventig minuten lang klinken zijn aanwijzingen deze zondagmiddag door de frisse herfstlucht in het Amsterdamse Bos, waar de Eindhovense hockeyers het opnemen tegen Hurley. Maar Robert van der Horst (35) beweegt zich langs de zijlijn, in een vale, strakke spijkerbroek en een zwarte winterjas met capuchon. In mei nam hij na bijna twee decennia afscheid als speler in de hoofdklasse, dit is zijn achtste competitiewedstrijd als coach op het hoogste niveau.

Van der Horst moet de komende drie jaar de orde herstellen bij het eerste elftal van de vereniging die in de zomer van 2016 ontstond uit een fusie tussen de burenclubs Oranje-Zwart en EMHC. De hockeyers van ‘OZ’ waren net voor de derde keer kampioen van Nederland geworden, maar sinds het samengaan blijven de successen uit. In drie seizoenen stonden drie coaches voor de groep, onrust en onvrede overheersten. „We dachten de succesvolle jaren klakkeloos mee te kunnen nemen naar de nieuwe vereniging”, zegt Van der Horst. „Maar alles was anders: een nieuw clubhuis, een nieuw veld, een nieuw tenue. Bovendien werd de selectie ouder en de kwaliteit minder.”

Oranje-Rood ontbrak sinds de oprichting twee keer in de play-offs om het landskampioenschap. Van der Horst zwaaide vorig seizoen af met een vijfde plaats, een roemloos einde van een rijke clubcarrière. Zoals er eerder een afscheid in mineur was bij het Nederlands elftal. Na de teleurstellende vierde plaats bij de Olympisch Spelen van Rio in 2016 werd aanvoerder Van der Horst niet meer geselecteerd door bondscoach Max Caldas. Hoewel hij aangeeft het niet sjiek te vinden hoe hij destijds „na een lange stilte” als international werd afgedankt, kijkt hij niet om in wrok. Daar is hij te veel liefhebber voor. „Ook in mijn laatste seizoenen bij de club heb ik met veel plezier de beste versie van mezelf proberen te zijn. En ik heb mijn ervaringen kunnen doorgeven aan een nieuwe generatie, zoals het hoort.”

Overgangsfase

Mink van der Weerden is van dezelfde generatie als Van der Horst. De 31-jarige strafcornerspecialist wist niet wat hij moest verwachten toen zijn teamgenoot als coach werd aangesteld. „De een zei: het is te vroeg. De ander riep: hij heeft alles meegemaakt en kent de club. Ik dacht niets. Ik wist wel dat hij in het veld altijd een leider is geweest.”

Van der Weerden wist vooral dat er iets moest veranderen bij Oranje-Rood, anders had hij geen zin meer om te blijven. „De sfeer was slecht. We spraken als spelers meer over elkaar dan met elkaar. Dat heb ik in de zomer aangegeven bij Robert. Hij herkende dat. Natuurlijk, hij was onderdeel van de groep geweest. Nu is de communicatie weer open en eerlijk.”

De rust lijkt terug bij Oranje-Rood, maar dat heeft volgens Van der Horst ook te maken met de overgangsfase waarin de ploeg zit. „Het was hier ‘must win now’, zoals de Amerikanen dat zo mooi zeggen. Maar dat paste niet meer bij deze selectie. Met jonge jongens proberen we in een of twee jaar de boel om te bouwen. We willen nu gewoon het hoogst haalbare bereiken binnen onze mogelijkheden.”

De bijgestelde ambities zijn wennen, geeft international Van der Weerden toe. Maar het werkt, zegt hij. „We laten ons niet meer leiden door de ranglijst. Per week formuleren we met elkaar nieuwe doelstellingen voor de trainingen en zo proberen we beter te worden.” Van der Weerden wil wel een misvatting uit de wereld helpen. „We zouden de play-offs niet willen halen. Tuurlijk willen we dat, maar we zien aan het eind van het seizoen wel of ons dat is gelukt.”

Oranje-Rood staat na een derde van de competitie op de zesde plaats, het gat met nummer vier Den Bosch is twee punten. Tegen nieuwkomer Hurley, de nummer tien op de ranglijst, komt de ploeg niet of nauwelijks in de problemen: 0-3. Toch blijft Van der Horst er de hele wedstrijd bovenop zitten. „Ik voel me heel relaxt als coach, maar ik bekijk per week wat de groep nodig heeft”, zegt hij. „De eerste wedstrijden heb ik vooral geobserveerd. Vandaag vond ik dat ik de jongens meer moest helpen.”

Het is wat Van der Horst als speler ook deed. Er is in zijn ogen ook niet heel veel veranderd nu hij coach is. „Ik zie het meer als een rol dan een functie. Alleen moet ik nu ook af en toe een klootzak zijn, of een impopulaire maatregel nemen. Maar ik blijf dezelfde persoon.”

Van der Horst blijft ook graag dichtbij zijn spelers, daar kent hij ze nu eenmaal te goed voor. „Op maandag komt regelmatig iemand bij ons eten. Dan drinken we een glas wijn en praten we ook over andere dingen dan hockey. Dat vind ik belangrijk. Als spelers hun leven op orde hebben, gaan ze vanzelf goed hockeyen.”