Recensie

Recensie

Zelfs in het aangezicht van de apocalyps bloeit de hartstocht niet op

Muzikale performance Auke Hulst vindt bij het fantasyverhaal Het grote gebeuren (1946) van Belcampo inspiratie voor een hedendaagse hervertelling.

Foto Henk Veenstra

‘Uw wereld staat in brand en u woekert als onkruid. U heeft een week de tijd afscheid te nemen van uw naasten, uzelf, uw wereld, het leven”: dit apocalyptische bericht bereikt via sociale media iedereen ter wereld. Schrijver Auke Hulst vindt bij het fantasyverhaal Het grote gebeuren (1946) van Belcampo inspiratie voor een hedendaagse hervertelling. Het Twentse gehucht Rijssen, waar Belcampo de dag des oordeels even beklemmend als humoristisch situeert, is nu de aarde zelf die aan opwarming ten onder gaat. Een Groter Gebeuren heet de muzikale performance die Hulst brengt met jazzcomponist en gitarist Corrie van Binsbergen en band met saxofoon, contrabas, prepared piano, trombone, slagwerk, viool en mondharmonica.

In een statische enscenering, met regieadvies van Titus Tiel Groenestege – draagt Hulst voor. Boven hem op een projectiescherm flakkeren, gloeien en flitsen videobeelden, ontworpen door Martijn Grootendorst. Op die oordeelsdag zoekt de verteller toenadering tot zijn ex-geliefde, een klimaatdeskundige die leeft in de overtuiging „echt de wereld te willen redden”. Hij lokt haar mee de auto in en samen rijden ze hun grote droom van toen tegemoet: kijken naar het noorderlicht. Naarmate ze verder doordringen in het hoge noorden wordt de omgeving grimmiger, helser, somberder; de vrouw lijdt aan „landschapspijn”. Deze liefdestocht is een wanhoopsmissie, zelfs in het aangezicht van de apocalyps bloeit voorbije hartstocht niet op. Totdat het tweetal aan de Barentszzee het noorderlicht ziet, maar is het werkelijk waar?

De combinatie Hulst en Van Binsbergen is sterk. De secure, extreem serieuze schrijfstijl van Hulst – echter zonder Belcampo’s superieure humor – sluit aan bij Van Binsbergens ingetogen, doorwrochte jazzstijl waarin écht freaken nauwelijks voorkomt. Slechts een enkele keer spatten woorden en muziek uiteen, zoals na de scène waarin de geliefden naakt in een meer zwemmen. De mondharmonica van Hermine Deurloo verdient aparte vermelding: zoals zij speelt, klagend en indringend, krijgt de theatrale trip de allure van een Amerikaanse roadmovie, waarin we de belangstelling van Hulst voor americana en ook zijn debuutroman, Jij en ik en alles daartussenin (2006) herkennen. Ook in dit jazzoptreden moet reizen de pijn van voorbije liefde genezen.