Toenadering tussen EU-landen en het Syrische regime van Assad

Oorlog Syrië Steeds meer EU-lidstaten zien Bashar al-Assad als deel van de oplossing, vooral omwille van de terugkeer van vluchtelingen.

Foto Sana

Verschillende landen van de Europese Unie willen de banden met de Syrische leider Bashar al-Assad weer aanhalen of beginnen hier al mee. Hongarije en Cyprus staan op het punt „enige vorm van diplomatieke aanwezigheid” in Damascus te herstellen, bevestigen diplomatieke bronnen.

Andere landen, zoals Polen, Tsjechië en Denemarken, zijn al in gesprek met het regime, bijvoorbeeld over wederopbouw en wat er verder nog nodig is om Syrische vluchtelingen terug te laten keren uit omringende landen of vanuit de EU. Voor Nederland is praten met Assad een brug te ver. „Voor Al-Assad is er geen toekomst in Syrië”, zei minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) vrijdag nog tegen nu.nl. Maar in andere landen wordt dit wel degelijk als optie gezien.

„Je ziet het besef groeien dat Assad onvermijdelijk onderdeel is van de oplossing”, zegt Julien Barnes-Dacey van denktank European Council on Foreign Relations. „Niet omdat dat zo leuk is, maar omdat we het niet voor het uitzoeken hebben”, zegt oud-topdiplomaat Michiel den Hond.

Volgens Barnes-Dacey was de EU-invloed op de Syrische kwestie al minimaal, maar is die sinds het Amerikaanse vertrek uit Noordoost-Syrië compleet verdampt. Door de recente Turkse inval in dat gebied, voelden de voorheen door het Westen gesteunde Koerden zich genoodzaakt in zee te gaan met hun voormalige vijanden: Rusland en in het kielzog Assad. De EU zit volgens Barnes-Dacey in een ‘rouwproces’. „Iedereen weet dat Assad heeft gewonnen, maar dit moet ook nog innerlijk worden verwerkt.”

Meer belangen vallen nu samen

Den Hond, oud-ambassadeur in Israël, hield vorige week in het webmagazine van Instituut Clingendael een pleidooi voor „een opening richting Damascus”. Dat kan niet zonder „politiek gezichtsverlies”, Europa moet een knieval doen, maar het alternatief is erger: aanhoudende instabiliteit in Syrië, mogelijke opleving van IS en nieuwe vluchtelingenstromen.

Volgens Den Hond komen verschillende belangen nu bijeen: Assad wil erkenning en kan stabiliteit leveren. Zijn Russische bondgenoten willen invloed, maar hebben geen geld voor wederopbouw. De EU wil stabiliteit, heeft géén invloed, maar wel financiële middelen. „De EU doet er daarom beter aan over de eigen morele schaduw heen te springen.” Vooralsnog slaagt ‘Brussel’ er niet in lidstaten eensgezind te laten optreden.

„Eigenlijk hadden EU-landen de betrekkingen niet moeten verbreken omdat zij daarmee iedere mogelijkheid van contact tenietdeden”, zegt Nikolaos van Dam, oud-Syrië-gezant voor Nederland en auteur van twee boeken over Syrië. „Sommige landen zijn pragmatischer geweest dan wij: Tsjechië handhaafde altijd een ambassadeur, terwijl andere landen via hun ambassadeurs in Beiroet contacten onderhielden met Damascus.”

Een Poolse minister was eind 2018 in Damascus om te praten over het bouwen van huizen voor terugkerende vluchtelingen. Denemarken, Zweden en België besloten dit jaar dat Syriërs niet meer automatisch asiel krijgen. Er wordt gekeken hoe gevaarlijk terugkeer is. Een Deense missie besloot na een bezoek ter plekke dat de provincie Damascus veilig is.

Mensenrechtenorganisaties zijn bezorgd over deze ‘realpolitik’. „Zo’n Deense missie gaat een week naar regeringsgebied in Syrië en stelt vast daar geen bommen vallen. Maar zij krijgen niets te zien van de mensenrechtenschendingen waaraan de mensen worden blootgesteld,” zegt Sara Kayyali, Syrië-expert bij Human Rights Watch.

Assad zegt dat vluchtelingen terug kunnen nu de „terroristen” zijn verslagen. Volgens Kayyali speelt hij daarmee in „op het anti-vluchtelingendiscours” in veel Europese landen. „Veel landen willen heel graag geloven dat Syrië veilig is.” Er keren al Syriërs terug, maar doorgaans niet omdat ze graag willen, maar omdat de regionale opvang onder druk staat. Terugkeren kan alleen met groen licht van Syrische veiligheidsdiensten. Bij recente repatriëringsacties vanuit Libanon werd dat in amper twintig procent van de gevallen gegeven.

De toon verandert

Binnen de EU nemen vooral Duitsland, Frankrijk, Nederland en de Scandinavische landen een principiële houding in. Maar de toon verandert. De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Jean-Yves Le Drian, wilde onlangs in een interview niet zeggen of met Assad praten een optie is. Maar hij sloot het ook niet uit. „Mijn probleem, ik zeg het steeds weer, is IS.”

„Erkennen dat Assad heeft gewonnen is één ding”, zegt Barnes-Dacey. „Rechtstreeks met hem praten is heel iets anders.” Premier Mark Rutte (VVD) sloot zo’n „quick fix” vorige maand in een debat uit. Hij vestigt zijn hoop op de gesprekken over een nieuwe grondwet die in Genève onder VN-leiding – op initiatief van Rusland – recent weer worden gevoerd tussen regime, oppositie en vertegenwoordigers uit de bevolking. Volgens van Dam is dat „volstrekt irreëel”. „Het regime zal niet zomaar iets cadeau doen aan de militair verslagen oppositie. Hebben we na meer dan acht jaar oorlog nog steeds niet afgeleerd aan overmatig wensdenken te doen?”

„Velen verkeren in de veronderstelling dat Assad de vragende partij is”, zegt Van Dam. „Hijzelf ziet dat anders: het zijn juist de landen die hem jarenlang ten val hebben willen brengen, die zullen moeten erkennen dat zij aan de verkeerde kant van de geschiedenis hebben gestaan. En dat betekent voor de desbetreffende landen een soort knieval waartoe zij niet snel zullen willen overgaan.”