Spaanse socialisten grootste, maar coalitievorming moeilijker

Verkiezingen Spanje De socialistische PSOE van premier Sánchez blijft na licht verlies de grootste. De conservatieve PP en uiterste rechtse Vox wonnen zetels.

Leden van een kiescommissie tellen de stemmen in een stemlokaal in Madrid.
Leden van een kiescommissie tellen de stemmen in een stemlokaal in Madrid. Foto Jon Nazca/Reuters

De sociaal-democraat Pedro Sánchez mag zich net als in april de leider van de grootste partij van Spanje noemen, maar omdat zijn PSOE tegen de verwachtingen in geen winst haalde, lijkt vorming van een stabiele regering weer een vrijwel onmogelijke opgave. In het gepolariseerde land, waar het uiterst rechtse Vox nu de derde partij is geworden, kan er op links noch rechts een meerderheid worden gevormd.

De PSOE komt, met 87 procent van de stemmen geteld, met 120 van de 350 zetels weer fors te kort voor een absolute meerderheid en zou alleen een linkse coalitie met het radicale Podemos en het nieuwe Mas País kunnen vormen als het ook nog eens de steun krijgt van regionale nationalisten uit Catalonië en Baskenland.

Als Sánchez met een minderheidsregering verder wil als premier is hij aangewezen op steun van de conservatieve Partido Popular (PP), dat zich in mindere mate dan het uiterst rechtse Vox de winnaar van deze verkiezingen mag noemen. De PP ging van 66 naar 88 zetels.

Vierde stembusgang in vier jaar

De Spanjaarden gingen zondag voor de vierde keer in vier jaar naar de stembus. Nadat Spanje het aloude tweepartijenstelsel – waarbij de PSOE en de PP elkaar veertig jaar afwisselden – zag veranderen in een versplinterd landschap, slaagden de verschillende leiders er niet in coalities te vormen. Nadat Sánchez via een motie van wantrouwen de minderheidsregering van de conservatief Mariano Rajoy in juni 2018 wist te vloeren, werd zijn wankele regering begin dit jaar door Catalaanse separatisten ten val gebracht.

De verkiezingen van 28 april leverden geen nieuwe regering op. Tegen de zin van de overgrote meerderheid van de 37 miljoen stemgerechtigden werden bij gebrek aan steun voor Sánchez opnieuw verkiezingen uitgeschreven. De opkomst bleef nu onder de 60 procent en was daarmee lager dan zeven maanden terug.

Sánchez zinspeelde er gezien de peilingen op veel groter te worden. Dat leek de voorbije maanden ook lang zo te zijn totdat de crisis in Catalonië vorig maand flink oplaaide toen negen separatisten tot lange celstraffen werden veroordeeld. Terwijl de straten van Catalonië zich vulden met protesterende menigtes, ontstond in de rest van Spanje het tegengeluid van nieuw Spaans nationalisme.

Waar een deel van de Spanjaarden bij vorige verkiezingen nieuwe partijen als Ciudadanos en Podemos als alternatief zagen voor de oude gevestigde orde, was het nu vooral Vox dat veel stemmen van ontevreden kiezers binnenhaalde. Ciudadanos werd door de kiezers zwaar bestraft voor het blokkeren van Sánchez en ging van 57 zetels naar tien. Ook Podemos leverde aanhang in: van 42 zetels naar 35.

Het uiterst rechtse Vox van leider Santiago Abascal vierde groots feest. De partij wist handig in te spelen op een nieuw Spaans nationalisme. Vox wierp zich op als een veilige haven voor de traditionele Spaanse man, die zich van meerdere kanten bedreigd voelt. Vox groeide van 24 zetels in april naar bijna 52 nu.

Zo leverde de verkiezingsuitslag alleen nog maar meer polarisatie op in het land, waar uiterst rechts tot dit jaar was ingekapseld door de PP. Toch is vrijwel iedereen het erover eens dat een nieuwe gang naar de stembus moet worden uitgesloten. Voor 2019 is er nog altijd geen nieuwe begroting goedgekeurd en het land wordt in de praktijk per decreet geregeerd. De voorbije jaren bleven de benodigde investeringen in het onderwijs, de arbeidsmarkt en het systeem voor pensioenen uit.

De PSOE van Sánchez lijkt afhankelijk van de gedoogsteun van de voormalige aartsvijand PP. Die zal hij zeker niet zonder slag of stoot krijgen. Bij de PP zijn ze nog niet vergeten dat Sánchez zelf drie jaar geleden weigerde een minderheidsregering van de PP te accepteren. Pas nadat hij terugtrad als leider van de sociaal-democraten kregen de conservatieven alsnog de kans van de PSOE om te gaan regeren. De politieke carrière van Sánchez leek destijds voorbij, maar de Madrileen kwam op wonderbaarlijke wijze terug, vloerde de PP en werd de ‘ongekozen’ premier van Spanje. Nu Sánchez voor de tweede keer als leider van de grootste partij uit de verkiezingen is gekomen, moet hij ‘een pact met de duivel’ sluiten om te kunnen regeren.

Lees hoe Vox zijn eerste grote succes boekte in Andalusië en zich presenteert als een partij die jagers en stierenvechters begrijpt.

(Dit artikel is op 11 november om half elf geactualiseerd.)