Recensie

Recensie Muziek

Feministische ‘Zauberflöte’ pakt niet door

Mozart Opera Zuid wil de drie vrouwelijke hoofdrollen in Mozarts kaskraker Die Zauberflöte in een ander daglicht zetten, maar deze interpretatie verzandt na een sterk begin.

Sopraan Lilian Farahani als Pamina in Die Zauberflöte. Foto Joost Milde
Sopraan Lilian Farahani als Pamina in Die Zauberflöte. Foto Joost Milde

Mozarts vrijmetselaarsopera Die Zauberflöte mag dan een kaskraker zijn, het bezorgt regisseurs tegenwoordig ook de nodige hoofdbrekens. De prachtige aria’s worden omlijst door stijve dialogen over schimmige rituelen en de laatste jaren staat het verhaal in de kwade reuk van racisme en seksisme. Toch blijft het stuk onverminderd geliefd bij theatermakers. Zo reizen er nu twee versies door Nederland: een jeugdvoorstelling van De Toneelmakerij en het origineel van Opera Zuid, waarin regisseur Jorinde Keesmaat de drie vrouwelijke hoofdrollen in een ander licht wil zetten.

Het begint spannend wanneer dit trio, tijdens de ouverture, naar het voortoneel wordt geschoven, ieder opgesloten in een glazen vitrine. De muziek zwijgt en de ontvoerde prinses Pamina houdt een monoloog, soms bijgevallen door de andere twee. „Ik wil zelf proeven van het leven, zonder dat iemand voorproeft”, zegt ze. Woorden die de Franse feministe Simone de Beauvoir optekende in haar Cahiers de jeunesse, toen ze rond de twintig was.

De ontboezeming lijkt een opmaat tot een nieuwe en interessante kijk op een oud werk, maar vervolgens ontvouwt zich een traditionele Zauberflöte. Na de pauze gebeurt precies hetzelfde. Opnieuw is er een verse monoloog van Pamina waarin ze zich beklaagt dat de mannenbroeders die zich over haar ontfermen wel veel vertellen, maar nooit iets vragen. Dit meisje wil - om de filosoof Nietzsche te parafraseren - worden wie ze is. Maar haar klacht blijft een intermezzo in de klassieke handeling. Vier jongeren op zoek naar zichzelf en liefde. Prins Tamino en prinses Pamina en de onnozele vogelvanger Papageno en Papagena belanden in de vuurlinie van een oorlog tussen enerzijds de ‘wijze’ Sarastro met zijn tempeliers van het licht en aan de andere kant de wraakzuchtige Koningin van de Nacht en haar drie dames.

Die Zauberflöte biedt een regisseur veel vrijheid. Mozart en tekstdichter Schikaneder verbonden de aria’s niet met elkaar door het spreekgezang van het recitatief, maar door kale dialoog. Keesmaat en dramaturg Wout van Tongeren bedienen zich daar te spaarzaam van om het verschil te maken en dus krijgt het veelbelovende begin geen echt vervolg.

Hoe zit het dan met de zangers? Ook die zijn wisselend. De held Tamino - die door het vuur hoort te gaan voor zijn geliefde Pamina - komt niet echt los. Tenor Peter Gijsbertsen lijkt zijn karakter te benaderen vanuit de liedkunst: elke lettergreep klinkt helder, maar de uitbeelding blijft talig en gepolijst. Een ruwe rand ontbreekt. Zoals meerdere figuren in hun bewegen en acteren een statische indruk maken.

Overgave aan een karakter is vooral te horen en te zien bij sopraan Lilian Farahani (Pamina) en bariton Michael Wilmering (Papageno): waar anderen rollen spelen, daar wórden zij hun personages. Dat laatste geldt ook voor de twee mini-koren van drie dames en drie knapen, die met innemende natuurlijkheid het podium veroveren. Zij geven reliëf aan een hinkende Zauberflöte.