CDA en D66, ook bij stikstof twee gescheiden werelden

Partijcongressen Bij D66 wil de achterban ‘lef’ in de stikstofcrisis, bij het CDA juist wat minder. Daar is de boerenachterban boos, en die kreeg z’n zin.

Boven: minister Sigrid Kaag op het D66-congres in Breda. Onder: ministers Wopke Hoekstra (midden) en Hugo de Jonge (rechts) op het CDA-congres.
Boven: minister Sigrid Kaag op het D66-congres in Breda. Onder: ministers Wopke Hoekstra (midden) en Hugo de Jonge (rechts) op het CDA-congres. Foto’s Rob Engelaar/ANP, Koen van Weel/ANP

Als de boerenachterban van het CDA dit weekend al de nieuwe lijsttrekker had mogen aanwijzen voor de volgende Tweede Kamerverkiezingen, had het zomaar Annie Schreijer-Pierik kunnen worden. Boerin in Twente, Europarlementariër in Brussel en de afgelopen dagen de aanvoerster van het groeiende verzet tegen één zin in een ‘discussiestuk’ van het Wetenschappelijk Instituut: dat Nederland niet meer per se de tweede voedselexporteur van de wereld moet willen zijn.

De agrarische achterban, vooral in Annie Schreijers ‘eigen’ Overijssel, las het als een directe aanval. In het stuk stond dat duurzaamheid en dierenwelzijn belangrijker waren dan de export. En ook ‘inkomen van de boer’, maar dat geloofden boeren niet – hoe moest je dat dan nog verdienen? En dat net nadat de boeren twee keer massaal naar het Haagse Malieveld waren getrokken, en net voordat maatregelen van het kabinet-Rutte III tegen de stikstofuitstoot bekend zullen worden, waar de boeren weinig vertrouwen in hebben.

Lees over de toekomstplannen van het CDA: CDA breekt met de jaren van Sybrand Buma

Op het congres in Utrecht had het CDA het zaterdag heel graag over de toekomst van de partij willen hebben, daar was het discussiestuk voor bedoeld. Zo ging het niet. In een bovenzaaltje van De Fabrique was de ene CDA’er bij de microfoon nog bozer dan de andere – en het Wetenschappelijk Instituut gaf toe. Vanaf deze maandag staat in de digitale versie van het discussiestuk ‘Zij aan Zij’ dat duurzaamheid, dierenwelzijn en het inkomen van de boer „in balans” moeten zijn met de ambitie om de tweede voedselexporteur van de wereld te zijn.

Annie Schreijer, die vrijdagavond nog had gedreigd met de oprichting van een eigen boerenpartij, stond daarna als een overwinnaar de pers te woord. Het ís al in balans, vindt ze. „En dus verandert er niks.”

Plattelandspartij

Bij de VVD gaan de zorgen dezer dagen vooral over de maximumsnelheid, die zo goed als zeker deels zal worden verlaagd om de stikstofuitstoot te verminderen. Bij het CDA gaat het om de boeren. En hoe hard de stikstofcrisis deze partij raakt, bleek dit weekend ook uit het vertrek van twee CDA-gedeputeerden na protesten van boeren tegen strenge milieu-eisen van het provinciebestuur.

De heftige discussie op het partijcongres over één zin laat ook zien hoe ingewikkeld het voor het CDA is om een ‘volkspartij’ te zijn, en dus niet alleen kiezers te trekken op het platteland, maar ook in de steden. In de CDA-top zijn daar zorgen over. En dat het de boeren zelfs lukt om nu al zinnen te veranderen in een verhaal dat bedoeld was voor discussie, en dus sowieso nog niet af was, versterkt het beeld van een plattelandspartij alleen nog maar.

Het Wetenschappelijk Instituut wist waar het aan begon. Bij het schrijven van het stuk was er al aan Annie Schreijer-Pierik gedacht, zei een van de auteurs op het congres. Zíj had boeren een keer „rentmeesters” genoemd en zo heten ze ook in de paragraaf over landbouw. Maar het idee was verder: wij zijn onafhankelijk, wij willen het christen-democratische denken verder helpen. Dan moet je soms ook lef hebben.

Bij het CDA liep dat dus slecht af. Bij een andere regeringspartij die op zaterdag een partijcongres had, D66, werd er juist om méér lef gevraagd. De Kamerleden van D66 vinden dat ze dat al steeds meer hebben, sinds ze het daar in de zomer over hebben gehad. Ze willen meer opvallen, minder braaf zijn in de coalitie – bij VVD, CDA en ChristenUnie leidde het al een paar keer tot hevige irritaties, zoals die keer dat D66 zei dat de veestapel moest worden gehalveerd.

Maar de D66-achterban vindt het nog lang niet goed genoeg. Bij de stikstofcrisis zou de partij rustig achterover kunnen leunen en afwachten: er zal nu echt wel wat veranderen aan de veestapel, net als aan de maximumsnelheid, en het ziet er niet naar uit dat natuurgebieden in gevaar komen. Maar op het congres wisten de D66’ers het zichzelf toch nog moeilijk te maken: er werd een motie aangenomen die de Tweede Kamerfractie oproept om zich in te zetten voor een maximumsnelheid van 90 kilometer per uur. Fractievoorzitter Rob Jetten voelt er niet voor, bij de VVD hoeft hij met dit idee ook zeker niet aan te komen – hij zal nu toch iets moeten doen.

Bij de achterban van D66 zijn er verder vooral veel zorgen over het onderwijs. „Er wordt gestaakt door leraren”, zei iemand bij de microfoon, „Er is onvrede, en wij zijn de onderwijspartij. Maar ík weet niet wat onze lijn is.” Bij D66 op het Binnenhof weten ze hoe groot dat probleem is, in de onderwijswereld groeit de afkeer van de partij. Tweede Kamerlid Paul van Meenen, die het woord voert over onderwijs, gaat vanaf deze week op ‘scholenreis’, samen met collega Jan Paternotte: bijna elke week zijn ze op een andere school, ’s avonds praten ze met D66-leden.

In Breda zegt Jetten dat hij in de zomer zijn „kompas” scherper heeft „afgesteld”. D66-leider Hans van Mierlo had in dezelfde stad het congres ook eens toegesproken, zegt Jetten, en die had de D66’ers opgeroepen om „in hemelsnaam door te gaan met moed hebben om die dingen bij de naam te noemen, die naar ons eer, geweten en inzicht moeten gebeuren”. Jetten zegt dat het zijn „ultieme opdracht” is: die woorden waarmaken. Dat klinkt als lef. De zaal juicht.