Bij de Nederlandse voetbalvrouwen is het gat tussen talent en toppers nog groot

Voetbal Een nieuwe generatie speelsters dient zich aan voor het Nederlands elftal. Sarina Wiegman geeft ze wel een kans, maar neemt verder weinig risico’s.

Jill Roord (links), Daniëlle van de Donk (midden) en debutant Katja Snoeijs vieren een doelpunt tegen Turkije.
Jill Roord (links), Daniëlle van de Donk (midden) en debutant Katja Snoeijs vieren een doelpunt tegen Turkije. Foto Emre Tazegul/ANP

Joëlle Smits, Aniek Nouwen, Katja Snoeijs, Victoria Pelova en Ashleigh Weerden. Ondanks de groeiende aandacht voor het Nederlands vrouwenelftal zullen deze namen nog weinig aanspreken. Het is de nieuwe generatie speelsters die, opvallend genoeg, allemaal nog in de eredivisie spelen.

Dat vrijdag tijdens de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Turkije (8-0 zege) vijf eredivisiespeelsters tegelijkertijd in het veld stonden, was zeer uitzonderlijk. Dat recht is normaliter alleen voorbehouden aan Desiree van Lunteren van Ajax, al lange tijd de enige vaste speelster van Oranje die in de Nederlandse competitie speelt.

Spelers van het Nederlands elftal zijn de competitie in eigen land al lang ontgroeid. Ze treffen elkaar in de Champions League, waar ze uitkomen voor internationale topclubs als FC Barcelona, Bayern München en Arsenal. Negen van hen zullen hoogstwaarschijnlijk starten in de kwartfinales van dat toernooi.

En dan was er nog iets aan de hand met die wedstrijd tegen Turkije en de aanloop er naar toe. Bekend is dat bondscoach Sarina Wiegman van vastigheid houdt. Een echte kans krijg je bij haar niet zo maar.

In de selectie van het Nederlands elftal zit weinig beweging en van de basis-elf wordt liefst nog minder afgeweken. Kritische volgers verbaasden zich tijdens het WK in Frankrijk dit jaar over spelers op de bank als Jill Roord die maar geen echte kans kregen. Uiteindelijk kwamen 16 van de 23 speelsters aan spelen toe. Ter vergelijking: bij wereldkampioen Verenigde Staten speelden 21 van de 23 speelsters.

Dezelfde speelsters

Op twee na stonden deze zomer dezelfde speelsters op dezelfde posities aan de aftrap van de WK-finale als zevenhonderd dagen eerder bij de EK-finale in Enschede. Maar wie maakt Wiegman wat? De onder haar behaalde resultaten spreken voor zich. De rust die ze in haar team zo belangrijk vindt, werkt tot dusver.

Dat het elftal hierdoor nog niet toekomstbestendig is, werd duidelijk in de wedstrijden vorige maand, ook om EK-kwalificatie, toen vaste krachten Jackie Groenen, Lieke Martens en Shanice van de Sanden geblesseerd ontbraken.

Het verschil in niveau tussen die belangrijke speelsters en de reserves die al langere tijd bij de selectie zitten maar nauwelijks minuten maken, werd pijnlijk duidelijk met het aantreden van onder anderen Twente-speelster Renate Jansen in die duels.

Een zelfde krachtsverschil zie je als Nederlandse ploegen in Europese wedstrijden uitkomen. De kampioen van de eredivisie neemt deel aan de Champions League. Ajax kwam nooit verder dan de achtste finales. Toen ze een keer zover kwamen, ging de ploeg er met 0-13 af tegen Olympique Lyonnais. Regerend kampioen Twente strandde dit jaar na de groepsfase in de achtste finales door (in twee wedstrijden) met 6-0 en 1-0 van Wolfsburg te verliezen.

Van eredivisie naar Oranje

De stap van de eredivisie naar het Nederlands elftal is, kort gezegd, groot en wordt almaar groter. Op de topdrie Ajax, PSV en Twente na, hebben andere teams moeite om aan te haken en rond te komen. Het voortbestaan van Heerenveen hing eind vorig seizoen nog aan een draadje, Achilles’29 moest stoppen door een gebrek aan financiële middelen. Maar dit is wel de competitie, die nu nog bestaat uit negen teams, waar de ‘nieuwelingen’ in Oranje vandaan komen.

Daniëlle van de Donk en Katja Snoeijs tijdens de 8-0 in Izmir tegen Turkije. Foto Emre Tazegul/ANP

De 19-jarige Joëlle Smits (PSV), topscorer in de eredivisie, werd voorafgaand aan de wedstrijd vrijdag tegen Turkije voor het eerst opgeroepen. Teamgenoot Aniek Nouwen (20) stond in die wedstrijd voor het eerst in de basis na drie eerdere invalbeurten. Katja Snoeijs (23), ook speelster van PSV, maakte haar debuut met een invalbeurt. Ajax-speelster Victoria Pelova (20) mocht voor de vierde keer invallen.

Snoeijs had dat debuut niet zien aankomen, vertelt ze na een training met Oranje in Zeist. Toevallig besprak ze het voor de wedstrijd met haar kamergenoot, keeper Jennifer Vreugdenhil, maar na al ruim twee jaar meetrainen had ze het „een beetje laten zakken om constant met dat moment bezig te zijn”.

Het niveauverschil is er zeker, merkte ze vooral bij de eerste paar trainingen. Hoger baltempo, fysiek wordt meer gevraagd en de duels zijn stevig. Maar het is niet onoverbrugbaar en voor nu heeft ze nog genoeg aan haar club PSV om zichzelf te ontwikkelen.

Gat dichten

De Nederlandse jeugdteams moeten het gat helpen dichten. ‘Onder 17’ kwam begin dit jaar tot de finale van het EK, Onder 19 tot de halve finale. Sinds dit jaar is er ook een Vrouwen Onder 23 dat de doorstroming naar Oranje moet verbeteren.

Voor een serieuze gooi naar een basisplaats is de stap naar het buitenland uiteindelijk onvermijdelijk. En volledige focus op voetbal. Net als veel speelsters in de eredivisie studeert Snoeijs nu nog. In Engeland, waar de competitie steeds sterker wordt en veel grote clubs al ingestapt zijn, verplichtte de voetbalbond clubs om speelsters contracten aan te bieden. In Spanje, waar onder anderen Lieke Martens en Merel van Dongen spelen, voeren speelsters actie om een zelfde soort constructie af te dwingen.

Spelen in de eredivisie heeft ook voordelen, vertelt Desiree van Lunteren. Het is makkelijker om daadwerkelijk minuten te maken. De speelster van Ajax ziet meiden steeds jonger vertrekken naar het buitenland. „Je maakt meer kans als je speelt in de eredivisie dan als je op de bank zit in het buitenland.”