De nevenschade die minister Bijleveld de coalitie (en de premier) toebracht

Deze week: hoe minister Bijleveld (Defensie, CDA) de VVD’ers Rutte en Hennis in de wind zette.

Ofwel: fikse nevenschade aan de gemeenschappelijkheid van de coalitie.

Je had deze week te doen met Lilian Marijnissen. Haar partij heeft het al sinds de mislukte monsterzege van Emile Roemer in 2012 moeilijk met zichzelf. „De SP gaat dolend voort”, schreef de Volkskrant vrijdag.

Maar één dag eerder bleek dat een bekende opvatting van de partij, waarvoor ze decennia is verketterd, nu wordt overgenomen door een van de meest gematigde krachten in de Nederlandse politiek.

Donderdag presenteerde het CDA een ‘Toekomstperspectief voor Nederland in 2030’: Zij aan zij. Een discussiestuk met het oog op het volgende verkiezingsprogramma.

In een richtinggevende paragraaf, Op zoek naar nieuwe gemeenschappelijkheid, schrijft de partij dat „het neoliberale idee van ‘vrijheid, blijheid’ en winst-maximalisatie (-) geen houdbaar verhaal meer” is.

Dit hoor je nu vaker in het CDA. Pieter Heerma, fractievoorzitter in de Tweede Kamer, laat geen kans voorbijgaan „het neoliberale denken” aan te wijzen als schuldige van verdwijnende gemeenschapszin.

Ongemakkelijk is wel dat het neoliberalisme in de Haagse context altijd een onhelder begrip is gebleven. De economen Milton Friedman en Friedrich von Hayek omarmden het in hun pleidooien voor het marktdenken. Maar Nederlandse voorstanders van marktwerking hebben zich nooit neoliberaal willen noemen, en Patrick van Schie, directeur van de liberale Teldersstichting, wees er ooit in Trouw op dat opponenten van neoliberalisme het begrip hier voortdurend herdefiniëren als dat beter uitkomt.

Een minimale overheid én de verstrengeling van multinationals met de staat: neoliberalisme. Marktwerking én meer regels: neoliberalisme. De term werd een containerbegrip voor kritiek op rechtse kabinetten. „Een nonsenswoord”, aldus Van Schie.

Evengoed werd het in de jaren negentig door toenmalig SP-leider Jan Marijnissen gemunt als de dominante politiek van die tijd. Hij bleef erop hameren en had er zoveel succes mee dat andere linkse politici – Melkert in 1998, Rosenmöller in 1999 – het in de Kamer over gingen nemen. Nu is het dagelijkse kost.

Maar geef toe: weinigen zullen destijds verwacht hebben dat een middenpartij als het CDA twintig jaar later de kritiek en woordkeuze van de SP (en PvdA en GroenLinks) zou omarmen.

Nu was gemeenschappelijkheid in de coalitie deze week ook nogal een punt. Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) moest zich dinsdag in de Kamer verantwoorden voor de 74 burgerslachtoffers die in 2015 vielen bij een bombardement door Nederlandse F16’s in Irak.

Alles wijst erop dat die zaak, vorige maand onthuld door NRC en NOS, door toedoen van Bijlevelds debatoptreden een lang en ongemakkelijk vervolg krijgt.

Donderdagavond, na de zogenoemde BPO’s, waarin bewindslieden binnen de eigen partij beraad hebben, hoorde je over een standaard-agendapunt in de ministerraad: ‘Belangrijke zaken die in de Tweede en/of Eerste Kamer aan de orde zijn geweest of op korte termijn aan de orde zullen komen’.

Want in de coalitiepartijen wisten ze: vrijdag gaan we het over collega Bijleveld hebben. Niet alleen was haar typering van de burgerslachtoffers - ‘nevenschade’ - ongelukkig geweest.

Het gold ook voor de wijze waarop zij in het debat zei dan wel suggereerde dat premier Rutte en de toenmalige ministers Hennis (Defensie, VVD), Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) en Ploumen (Buitenlandse Handel, PvdA) destijds van de burgerdoden op de hoogte waren. Hennis lichtte daar de Kamer onjuist over in, aldus Bijleveld.

Rutte zei woensdag tegen RTL4 dat hij zich de zaak niet herinnerde (kun je tientallen burgerslachtoffers vergeten?), terwijl Koenders en Ploumen alles ontkenden.

Het brengt de premier in een lastig parket. Als hij op de hoogte was, zit hij moeilijk. Als hij het niet was ook. De hoofdredacteur van De Telegraaf, geen onbetekenend dagblad voor een VVD-voorman, concludeerde donderdag dat de premier nu „in de gevarenzone” zit.

Tegelijk riep Bijleveld binnen de coalitie serieuze irritatie op.

Zo leek zij de ministeriële verantwoordelijkheid voor haar voorganger te willen ontlopen door Hennis in het debat telkens expliciet te noemen.

Ook hoorde je in de VVD dat zij Hennis pas zeer kort voordat Bijleveld maandag haar brief uitdeed, informeerde over de zaak, zodat Hennis nagenoeg geen tijd voor verweer had. In haar geval komt daarbij, zeggen ze, dat haar veiligheid in Bagdad, waar ze werkt voor de VN, door de zaak serieus in het geding is.

Verder blijft mistig of en hoe de premier eerder door Defensie over de burgerslachtoffers is geïnformeerd. Een sprekend detail was dat Defensie en Algemene Zaken er op dit punt niet uitkwamen toen ze deze week moesten overleggen over een feitenrelaas dat naar de Kamer moest.

Zo creëerde de minister van Defensie nogal wat nervositeit. En hoewel de afloop van deze kwestie zich moeilijk laat voorspellen, weten we, gezien alle irritatie, nu al dat Bijleveld de samenhang van de coalitie niet bepaald heeft geholpen: dit geeft serieuze nevenschade aan de gemeenschappelijkheid van Rutte III.

Het raakt aan een langer sluimerende strijd tussen CDA en VVD. Nu nagenoeg vaststaat dat Rutte weer lijsttrekker wordt, is het een CDA-belang de VVD-voorman te verzwakken zonder de coalitie ten val te brengen.

De voorzitter van Bouwend Nederland, oud-CDA-politicus Maxime Verhagen, was bij het bouwprotest vorige week ook meer geïnteresseerd in aantasting van Ruttes reputatie dan in steun voor bouwend Nederland.

De stikstofimpasse heeft zijn politieke beladenheid zeker nog niet verloren, al lijkt dit geen onderwerp waar het kabinet over zal struikelen. Maar ontegenzeggelijk probeerden partijen ook in dit dossier de laatste weken de politieke pijn bij de ander te leggen.

Omdat er een onderscheid is gemaakt tussen maatregelen voor de korte termijn (snel de bouw op gang brengen) en de lange termijn (structureel minder stikstofproductie) komt het er ook in dit dossier op neer dat de VVD de eerste pijn zal lijden.

Naar verwachting wordt volgende week duidelijk hoe de maximumsnelheid precies verlaagd wordt, nationaal en regionaal, maar dat ‘de vroempartij’ opnieuw aan het kortste eind trekt, staat vast. De maatregel zal vrijwel meteen ingaan.

De krimp van de (melk)veestapel, het gevoeligste punt voor het CDA, komt daarna aan de beurt, maar dat wordt een verhaal van langere adem en financiële compensatie.

Zo moet ook in het stikstofdossier de symbolisch zwaarste klap door de VVD worden opgevangen. Met voor die partij alweer het gevaar dat De Telegraaf, die deze week de aanval al opende op de ‘groene maatregelen van het kabinet’, zich frontaal tegenover de partij zal opstellen.

Tegen die achtergrond had het zwakke c.q. verdachte debatoptreden van Bijleveld voor de VVD op geen slechter moment kunnen komen.

Tegelijk is dat discussiestuk van het CDA eigenlijk nogal spectaculair: de kiezer verrechtst, maar straks is er geen partij meer met een rechts economisch programma.

Zo beleven we, dertig jaar na de val van de Muur, een grillig politiek klimaat waarin sluimerende strijd tussen CDA en VVD en incidenten met bewindslieden de waan van de dag bepalen, terwijl de hele politiek terug zwenkt naar de linkse economische ideeën van voor 1989.

En wat misschien nog opmerkelijker is: het is blijkbaar zo voor de hand liggend dat het vrijwel onbenoemd voorbijgaat.