Opinie

De autoloze zondag is nergens voor nodig

Rosanne Hertzberger

De maximumsnelheid verlagen was een no-brainer. Een doodgewone maatregel, logisch zelfs. „Een acceptabel offer”, oordeelde deze krant wier redactie zich op twaalf minuten lopen van het op een-na-grootste treinstation van Nederland bevindt.

Acceptabel voor grootstedelijk Nederland, voor hutje-mutje Nederland, voor Nederland waar toch altijd files staan. Maar niet voor het Nederland dat nog steeds voor een groot deel van de auto afhankelijk is.

De auto is niet alleen voor een groot deel van Nederland een noodzakelijk vervoersmiddel, hij is ook een statussymbool. Ik geloof niet dat autobezit ooit zal verdwijnen - ook niet met een oprukkende deeleconomie. Een auto is iets wat je wilt hebben. Iets waarvan je droomt als kind. De trots van de hardwerkende Nederlander. Duur genoeg dat hij alleen is weggelegd voor degenen die hem letterlijk en figuurlijk verdienen.

Maar nu komt hij steeds meer in het rijtje van foute burgermanshobby’s te staan. Naast de verrukkelijke steak van de Big Green Egg barbecue. Net als het vliegtuig naar de winterzon, de skivakantie, de cruise en de autorace op Zandvoort is hij gewoonweg té vervuilend. Zelfs VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff lijkt bereid om de maximumsnelheid van 130 kilometer per uur op te offeren, als dat betekent dat er weer wat vaart in de huizenbouw kan komen.

Er volgde een hoop gemor en geklaag vanuit de VVD-achterban. Ik begrijp dat wel. De auto hoort bij de identiteit van de partij. PvdA mag in de bus, GroenLinks gaat met de fiets en de VVD zit in de auto. Dat voertuig staat bij uitstek voor vrijheid. Daar kan je helemaal zelf, zonder dienstregeling, zonder stiltecoupé, zonder regen op je kop en zonder dijbeen aan dijbeen naast vieze andere mensen te moeten zitten, waar en wanneer je maar wilt.

Maar de auto verliest langzaam maar zeker zijn plek. Hij staat in de weg, vinden de mensen steeds vaker. Hij maakt te veel ongelukken. Hij stoot te veel uit. En ook al wordt de automobilist aan alle kanten al belast en bekeurd, het is niet genoeg. Nu worden er zelfs een reeks autoloze zondagen geïntroduceerd waarop hij helemaal niet meer de weg op mag.

Zo is het Nederlandse klimaatbeleid: bijzonder restrictief. Allemaal dezelfde snelheid, en weinig cadeautjes of privileges voor mensen die gewoon hun best doen, die zich het schompes werken en het geld verdienen in dit land.

Toch zie ik juist nu ruime kansen voor een prachtig stukje GroenRechts beleid. Neem de maximumsnelheid van 100 km/uur. Waarom zouden de Tesla model-S en Jaguar I-Paces daaraan moeten gehoorzamen? Waarom mogen elektrische auto’s geen 130 rijden? Er komen geen stifstofoxiden, geen zwavel, geen CO2 en nauwelijks fijnstof uit die auto’s.

Ik zie het helemaal voor me: alle sukkels moeten rechts houden, netjes in een rijtje, een pietsje harder dan de vrachtwagens. Zelfs die half miljoen kostende nieuwe Rolls-Royce waar Bas van Putten vorige week over schreef, moet gewoon ruim baan maken.

Of nee, eigenlijk moet die auto, omdat hij bijna tweeënhalf keer zoveel benzine slurpt dan een moderne benzineauto, tussen de vrachtwagens plaatsnemen vanwege klimaatcriminaliteit. In ieder geval moeten ze voorrang verlenen aan de nieuwe wereld die in de linkerbaan voorbij zoeft.

Als de auto’s nog wat beter leren om echt zelfstandig te remmen en bij te sturen hoeft het niet eens extra veiligheidsrisico op te leveren. Voor de zelfrijdende auto moet de maximumsnelheid misschien omhoog naar 150, waarom eigenlijk geen 170?

Die autoloze zondagen die deze week als klimaatregel werden genoemd, zijn natuurlijk ook nergens voor nodig. Elektrische zondag, dat zou het moeten worden. Uitstootloze zondag. Al die vieze pufjes-latende auto’s aan de ketting, om meer ruimte te bieden aan de auto’s waar je wel zonder probleem achter kan fietsen. Die de stad niet onder een deken van smog leggen. Een nieuw stukje klimaatrechtvaardigheid zou ik het zelf noemen.

Maar bovenal moeten we voorkomen dat het klimaatbeleid echt een one-size-fits-all strafexpeditie wordt. Er moet iets blijven, iets prachtig machtig moois, iets met glimmende velgen, strakke lijnen en grote schermen. Iets waar je zonder enig voorbehoud trots op mag zijn. Iets wat je mag verdienen.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.