Opinie

Boeken bespreken gaat toch beter als je het niet door de auteur zelf laat doen

De ombudsman

Een beetje bleek zat het voetbalgenie in de kleedkamer op de foto bij het artikel op de Sportpagina. Een toepasselijke foto, want het stuk ging over een nieuw boek dat onthulde dat Johan Cruijff (1947-2016) last had van zware migraine en ernstige faalangst, waardoor hij zichzelf vaak oplierde.

Deze „ontdekkingen”, schreef de auteur, kwamen uit Het laatste seizoen van Arthur van den Boogaard, met name uit psychologische rapporten die de auteur had opgeduikeld. En er was meer, de auteur had „allerlei ontdekkingen” gedaan, lazen we, ook over het zakelijke instinct en het privéleven van de voetballer.

Interessant allemaal. Met één kanttekening. De bespreker wás de ontdekker. Boven het artikel stond dezelfde auteursnaam als op de kaft van het boek onderaan: Arthur van den Boogaard.

Dat mag een Cruijffiaanse manoeuvre heten in de toch al complexe recensiewereld: een bespreking door de auteur zelf.

Twee lezers tekenden bezwaar aan. Dit was „schaamteloze zelfpromotie”, vond een. Een ander twijfelde bij lezing of „het hier een commerciële pagina en dus een advertentie betrof”.

Het verweer van de Sportredactie was: nee, dit was geen recensie, er stonden ook geen ballen bij. Het was meer een voorpublicatie van een nieuwswaardig boek. De redactie had hem gevraagd een artikel te schrijven over zijn boek, laat auteur Van den Boogaard me vriendelijk weten, en dat had hij gedaan.

Ja, zou ik ook doen.

Van den Boogaard is geen onbekende voor de krant. Met fotograaf Ad Nuis maakt hij een serie voor de Achterpagina van personen die poseren zoals ze ooit eerder werden gefotografeerd.

Dat maakt de vraag alleen maar knellender of het een goed idee is hem te vragen zijn eigen boek te bespreken, pardon ik bedoel: zijn boek in zijn eigen woorden samen te vatten. Kan dat?

Nee, want dit was dan wel geen recensie maar ook geen echte voorpublicatie, dat is een letterlijk deel uit het boek. Ja, een auteur aan het woord laten over de wording van zijn boek kan – soms – interessant zijn, maar dit leek te veel op een bespreking. En dat is geen goed idee. Om te beginnen is dat gratis reclame die andere schrijvers niet gegund is.

Maar vooral: een lezer heeft natuurlijk meer aan de blik van een onafhankelijke recensent dan aan een uitgebreide samenvatting van zijn boek door de auteur zelf.

Nu was dit geen opzetje om de auteur een commercieel opkontje te geven, de sportredactie vond zijn boek oprecht nieuwswaardig. Prima, maar maak er dan ook nieuws van. Laat een deskundige redacteur de inhoud beoordelen en een – hoe heet het ook alweer? – nieuwsbericht maken.

Dat vindt inmiddels ook de adjunct-chef Sport die het stuk bestelde. Achteraf geen goed idee. Hij schreef beide lezers: „Het is eens maar nooit weer.”

Schrijven redacteuren of medewerkers vaker over hun eigen boeken? Redacteur Danielle Pinedo schreef over het boek dat ze maakte met AD-journalist Bart van Eldert over leven met kanker; maar dat ging over de totstandkoming ervan en haar eigen ervaringen. Redacteur Hans Steketee kreeg ruime aandacht voor zijn onderzoek naar het verdwijnen van het scheepje De Warnow. Maar dat was pure verslaggeving, die pas later haar neerslag kreeg in een boek. Het boek kreeg dan weer een voorpublicatie, een podcast en een recensie. Dat heeft een journalistieke logica, al blijft het oppassen voor de niet-verdragsgebonden proliferatie van voorpublicaties; ook die kan de indruk wekken van favoritisme.

Een stapje verder. Columnist Marcel van Roosmalen mag zeker niet klagen over de aandacht voor zijn boeken in NRC: die verzorgt hij namelijk voor een aardig deel zelf. In zijn column verwees hij in een jaar tijd twaalf keer naar zijn boek over ex-voetballer Theo Janssen (waar de krant ook een voorpublicatie uit plaatste). Hij meldde dat hij het boek aan het schrijven was (Kipnuggets); deed verslag van een wandeling met de oud-voetballer „over wie ik een boek schrijf” (Wandeling); had zich „verslikt in de tijd die er in het schrijven van een boek over ex-voetballer Theo Janssen gaat zitten” (Mijn beurt); onthulde dat Janssen makkelijker was gestopt met roken (Zuigtabletten); had een vergadering over de boekpresentatie (Gestolde tijd); had zich met Janssen laten interviewen „over het boek dat we samen gemaakt hebben” (Nieuwe klok); liet weten zelf maar één exemplaar van het boek te hebben (23 kinderen); deed verslag van de boekpresentatie (Chemie); ontmoette een leeftijdsgenoot die het boek ging kopen (In badje); deed zijn beklag over de recensie van het boek, dat nota bene in NRC maar één bal kreeg (Een hengst); had een kater van de fles wijn die hij had gekregen op de boekpresentatie (Doorgeefwijn) en meldde dat hij nog een keer over het boek was geïnterviewd (Insmeerbeer).

Allemaal nog best geestig ook – en ja, columnisten schrijven tenslotte toch over wat zij meemaken? Van Roosmalen zelf zegt: „Dat Theo in mijn columns voorkwam, is meer een voortzetting, vóór dat boek kwam hij er ook al in voor. Ik zag het niet als reclame, maar meer als grappige decoratie of running gag.”

Akkoord, maar het is daarnaast ook gewoon promotie. Het volgende boek kwam er trouwens alweer aan: over zijn moeder. Daarover werd de auteur uitgebreid in NRC geïnterviewd, met zijn moeder.

Een schrijver is een vrije geest, en een politiek-correct quotum bestaat hier niet (niet meer dan tien keer over je boek!), maar een onsje minder mag wel.

Hoewel, bij Johan Cruijff is natuurlijk niets simpel.

Toen in 2016 Cruijffs autobiografie Mijn verhaal verscheen, haalde de krant een artikel voor de boekenbijlage een dag naar voren, een nationaal-sportieve beschouwing van Hubert Smeets, die Cruijff zag als „de succesvolste babyboomer van Nederland”. Cruijff toonde de januskop van Nederland: „het vrijzinnige en eigenwijze gezicht enerzijds en het materialistische en egocentrische gezicht anderzijds’’.

Tot ongenoegen van toenmalig hoofdredacteur Peter Vandermeersch, die het stuk te weinig een recensie vond en prompt een nieuwe verordonneerde, een dag later geleverd door een boekenredacteur. Nog een unicum dankzij Cruijff: een recensie overdoen op last van de hoofdredacteur.

Een dag later was Cruijff niet langer een symbool van het naoorlogse Nederland maar kreeg zijn boek een povere twee ballen. Recensent Arjen Fortuin vond het een „gemiste kans” en „een voetnoot” bij eerder, beter werk over de man.

En dan verschijnt binnenkort ook nog Auke Koks biografie van Cruijff. Lieve hemel.

Nu al benieuwd naar de bespreking.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Correctie 10 november 2019: In een eerdere versie van dit stuk was het citaat ,,een twijfelaar met serieuze faalangst’’ toegeschreven aan de hoofdredactioneel verordonneerde, tweede recensie van Cruijffs autobiografie, door Arjen Fortuin. Dit citaat hoort echter bij het stuk van Arthur van den Boogaard over het Cruijff-boek van Arthur van den Boogaard.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.