Opinie

Arme Hoekstra met zijn volle schatkist

Marike Stellinga

Er zullen niet veel kabinetten zijn geweest die zo bulkten van het geld, en tegelijk zoveel onvrede oogstten als het kabinet Rutte III. Geld te over en toch betoogt het halve land indringend dat het geld tekort komt. De leraren staken, ziekenhuispersoneel gaat staken. De rechterlijke macht en de politie klagen over een gebrek aan geld, net zoals gemeenten die allerlei sociaal beleid (de jeugdzorg) moeten uitvoeren na de decentralisaties van het vorige kabinet. Er moet geld naar defensie, naar wegen en bruggen, ik vergeet vast sectoren die nú dringend behoefte hebben aan extra middelen.

Rutte III strooit en strooit met geld, maar het is niet genoeg. Komt daar nog eens het gemor over achterblijvende lonen bij. Het kabinet kwam op Prinsjesdag met een extra belastingverlaging van 3 miljard euro voor volgend jaar. In de hoop dat ‘de mensen’ nou toch eindelijk echt eens onomstotelijk in hun portemonnee voelen dat het beter gaat. Heb je zoveel zoet, blijft iedereen maar zuur proeven. En dan dreigen er ook nog pensioenkortingen, en is een deel van de economie bevangen door stikstof- en PFAS-problemen waarvoor ook geld van het kabinet nodig is.

Nou pleit ik hier niet voor medelijden. Prominente leden van het kabinet hebben zelf staan verkondigen hoe absurd goedkoop geld nu is voor de staat. Rond Prinsjesdag streden CDA-kopstuk Wopke Hoekstra en VVD-kopstuk Eric Wiebes nog om wie er de meeste miljarden euro’s in de economie kon smijten.

Hoekstra benadrukte sinds de zomer voortdurend hoe rijk het kabinet is: de staat krijgt nu geld toe als het geld leent. Dus waarom maken we geen investeringsfonds met tientallen miljarden erin? Wiebes pleitte er sinds de zomer voor miljarden euro’s in het toekomstige verdienvermogen van Nederland te steken.

Logisch dus dat ziekenhuispersoneel, gemeenten, leraren en al die anderen denken: ja hallo, als er zoveel geld is, kan er dan ook wat meer naar de (semi-)overheidstaken die in de crisisjaren moesten inleveren?

De grootse plannen van Hoekstra en Wiebes deden ook vreemd aan omdat het kabinet en de voltallige Tweede Kamer op Prinsjesdag concludeerden dat de uitvoeringsorganisaties van de overheid te vaak niet goed functioneren. „Burgers hebben zó vaak op zó veel plekken het gevoel dat de overheid er niet voor hen is en dat ze tegen een muur oplopen”, zei Gert-Jan Segers van de ChristenUnie. Daarvoor is eerder structureel geld van het kabinet nodig, dan eenmalige Wopke-Wiebes-fondsen.

CDA en VVD (beide regeerden in het kabinet-Rutte I) krijgen nu de rekening voor ingrepen waarvoor het Centraal Planbureau al in 2010 waarschuwde. CDA en VVD wilden veel bezuinigen op de overheid: minder ambtenaren én de salarissen van ambtenaren werden jaren op de nullijn gezet, ook van leraren.

Het CPB vond die ingrepen niet geloofwaardig of niet houdbaar. Dit was wensdenken als er geen taken van de overheid werden geschrapt. Ook over de nullijn hield het CPB de poot stijf. Het leverde hoogstens een paar jaar geld op. Structureel vrijwel niets. Want, redeneerden de economen, uiteindelijk zou overheidspersoneel in betere tijden hogere lonen eisen en een inhaalslag maken. Het gelijk van het CPB staat deze weken op het Malieveld.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.